Abdij van 't Park

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Abdij van 't Park
Norbertijnenabdij van 't Park
Norbertijnenabdij van 't Park
Land Vlag van België België
Regio Vlag van Vlaanderen Vlaanderen
Flag of Flemish-Brabant.svg Vlaams-Brabant
Plaats Flag of Leuven.svg Leuven
Coördinaten 50° 52′ NB, 4° 43′ OL
Religie Christendom
Stroming Rooms-katholieke kerk
Kloosterorde Premonstratenzers
Gebouwd in 12e eeuw
Uitbreiding(en) Begin 18e eeuw
Monumentale status 135102
Portaal  Portaalicoon   Religie
Deel van de serie over
kloosters

en het christelijke monastieke leven

Monnik

Abdij van Park, ook wel Parkabdij, Abdij van het Park of Abdij van't Park genoemd (Frans: Abbaye de Parc-le-Duc), is een norbertijnenabdij gelegen in Heverlee bij Leuven. Alhoewel de officiële naam van de abdij conventus Sanctae Mariae de Parco luidt, is ze nu bekend als Abdij van Park waarbij de huidige naam duidelijk verwijst naar het vroegere hertogelijke park met jachtverblijf, gelegen in de nabijheid van bossen in het Leuvense.

Macht en verval[bewerken]

De Parkabdij werd gesticht in 1129, op initiatief van Godfried I met de Baard, graaf van Leuven en hertog van Neder-Lotharingen. Hij vroeg aan de toenmalige abt van de premonstratenzerabdij te Laon om een abdij in de buurt van Leuven te stichten. De graaf stond hiervoor een park en een jachtslot af. De meier van Leuven schonk nog meer gronden met daarop een watermolen.

Bouwstijlen van romaans over gotiek, renaissance en (laat-) barokke architectuur lieten hier hun sporen na in een typische, Brabantse versie.

Hertog Jan IV van Brabant verleende de abt van de Parkabdij in 1416 de titel van aartskapelaan van de hertogen van Brabant. De abt behoorde hiermee tot de hertogelijke hofhouding. Tot 1795 zullen de abten deze typisch Brabantse titel dragen. De abten van Park zetelden tot de Franse Revolutie in de Staten van Brabant, en bestuurden dus mee het hertogdom Brabant. Dit gaf hun middelen en macht om hun rijkdom uit te bouwen. De Parkabdij behoorde eeuwenlang tot het grondgebied van de stad Leuven (oude namen: de Vrijheid of Vrije van Leuven, de Kom van Leuven). De heren van de abdij waren dus poorters of burgers van de stad. Zelf bezat de Parkabdij talrijke domeinen en gronden in heel het hertogdom Brabant, in mindere mate ook in het Prinsbisdom Luik. De abdij bezat in de 17de eeuw een kleine militie, voor ordehandhaving en bewakingsopdrachten.

Tijdens het Oostenrijks bestuur wensten de Norbertijnen van de Parkabdij de kerkelijke hervormingen van keizer Jozef II niet te volgen. Vooral de nieuw opgerichte faculteit theologie in Leuven stond ze niet aan. Op 4 maart 1789, na enkele mislukte verzoeningspogingen, stormde de Oostenrijkse procureur-generaal Van Laecken met honderden soldaten naar de abdij. Deze werd dan geplunderd en deels vernield; vooral de wijnkelder moest eraan geloven. Op 31 maart 1789 zette het Oostenrijks bestuur de Norbertijnen op straat en een deel van de inboedel (meubelen, zilverwerk, porselein) werd publiek verkocht. (Dit alles dus nog voor de Franse Revolutie!). Op 16 februari 1790 keerden de paters terug naar Park, nadat het Oostenrijks regime was vervangen door dat van de Verenigde Belgische Staten. Het Oostenrijkse leger keerde in 1790 echter tijdelijk terug en vernielde opnieuw een stuk van de abdij. Onder het bestuur van de opvolger van Jozef II, keizer Leopold II, konden de paters hun klooster weer bewonen. In 1793 hield een Frans regiment er echter lelijk huis, waarbij de Norbertijnen opnieuw moesten uitwijken. In 1795 kreeg de abdij nieuwe bewoners: de Franse generaal Jardon installeerde zich daar, tezamen met zijn militaire huishouding. In 1797 werd de abdij op militair bevel afgeschaft; er woonden toen een 60-tal Norbertijnen. Gronden en bezittingen werden publiek verkocht, en dit in tumultueuze omstandigheden waarbij tegenstanders van de verkoop Franse ambtenaren lastig vielen. Het belangrijkste lot van de openbare verkoop, de abdij zelf, werd in Brussel geveild en kwam via rijke tussenpersonen/stromannen weer in handen van Norbertijnen, die in 1802 voor de zoveelste maal konden terugkeren.

In 1831 besliste het stadsbestuur van Leuven om honderden Nederlandse krijsgevangen in de abdij te huisvesten. Dezen kwamen kort nadien allemaal vrij wanneer het Nederlandse invasieleger België binnenviel tijdens de Tiendaagse Veldtocht.

Het grondgebied van de parochie van Park werd toegevoegd aan de gemeente Heverlee: vanaf 1975 hoort het echter weer bij de stad Leuven.

Om het rijke patrimonium van de abdij te beschermen en om onder meer de restauratie van de oude watermolen mogelijk te maken werden grote delen van de abdij in september 2003 in erfpacht aan de stad Leuven overgemaakt. Het wagenhuis uit 1664 werd in erfpacht gegeven aan Kerk in Nood/Oostpriesterhulp.

Site[bewerken]

Vijvers[bewerken]

In de middeleeuwen werden er twee vijvers uitgegraven, rond 1700 kwamen er nog twee bij. De Molenbeek en enkele bronnen zorgen voor de watertoevoer. De gerenoveerde sluizen regelen de waterstand. Door de vijvers af en toe leeg te laten wordt het natuurgebied onderhouden en is er minder slib, helderder water en controle op het visbestand en plantengroei.

Abdijmuren[bewerken]

Rondom de abdij loopt een 2,2 km lange abdijmuur die de abdij afschermt.

In 2017 begon de restauratie. De ontbrekende delen worden heropgebouwd en de bovenzijden van de muren hersteld. Bepaalde delen van de muur zijn te waardevol om te herstellen.

Mariapoort[bewerken]

Een abdij werd meestal opgedeeld in verschillende zones. De Mariapoort is de toegang tot de buitenste zone en sluit de rest van de abdij af van de omliggende vijvers, landerijen en weilanden.

De Leeuwenpoort (uit 1725) is de buitenste poort van de abdij. De Mariapoort is het eerste poortgebouw en was vroeger de portierswoning. De hertog van Brabant, Godfried met de Baard, schonk het in 1129 aan de abdij.

Watermolen[bewerken]

In opdracht van abt Amrosius Van Engelen werd de watermolen in 1534 opgetrokken, samen met de kern van de huidige Sint-Janspoort. Er waren toen slechts twee vijvers, de derde werd pas rond 1700 uitgegraven. De vijvers dienden zowel als kweekvijvers en als waterreservoirs om de molen aan te drijven. Achter de molen en aansluitend bij de Sint-Janspoort stond de smidse.

Ooit waren er twee molens op het domein. De molen die vandaag overblijft staat op de benedenloop van Molenbeek en werd daarom vroeger ook wel de onderste molen genoemd. De tweede molen, de bovenste molen, bevond zich meer stroomopwaarts maar bestaat niet meer. De functie van de tweede molen is niet duidelijk, mogelijks werd hij gebruikt als houtzaagmolen.[1]

De watermolen bleef eeuwenlang in gebruik en werd verpacht aan een leek. Die maalde er tarwe, rogge en gerst voor de abdij maar ook voor de boeren uit de omgeving. Omstreeks 1860 werd in het molengebouw een krachtige stoommachine geïnstalleerd die de maalcapaciteit gevoelig opdreef. De laatste molenaar, Marcel Morren, overleed in 1963. Tussen 1963 en 2014 werd er in de abdij niet meer gemalen.

In 1947 werd de molen als monument beschermd maar het molengebouw stond op instorten. In 2004 werd het geconsolideerd. In 2011 worden de kloostergebouwen voor 99 jaar in erfpacht gegeven aan de stad Leuven die in 2012 start met de restauratie van het kloostergebouw. In 2013 volgt de restauratie van de watermolen.[2]

Op vrijdag 7 maart 2014 werd er voor het eerste terug gemalen. Tegenwoordig wordt er elke 3e zondag van de maand gemalen door molenaar Johan Boulanger.[3]

In 2014 opende brasserie De Abdijmolen de deuren in de nieuwbouw op de plaats van de voormalige smidse. De brasserie bevat ook enkele vergaderzalen en een terras over de beek. Vermits het abdijdomein als stilgebied is ingekleurd sluit de horecazaak om middernacht.

Neerhof[bewerken]

De Sint-Janspoort (vroeger de armenpoort) is het tweede poortgebouw. De poort sluit de buitenste zone af van de het Neerhof. Het Neerhof wordt omringd door de Tiendeschuur, het Wagenhuis en het Provisorenhuis. Het Neerhof was het centrum van de economische activiteiten van de abdij en was de schakel tussen de abdij en zijn pachthoeven en landerijen.

In de tweede helft van de 17de eeuw werd het oude complex in vakwerk en baksteen vervangen de huidige hoevegebouwen, opgetrokken in traditionele bak- en zandsteenstijl, versierd met barokke elementen.

Na de restauratiewerken wordt het Neerhof volledig autovrij gemaakt en heraangelegd.

Wagenhuis[bewerken]

Het Wagenhuis werd in 1663 gebouwd. De opvallende golving van het dak- en de gevellijn ontstond na verzakkingen tussen 1960 en 1970. Het historisch metselwerk met kalkmortel doorstond deze vervormingen zonder stabiliteitsproblemen. Momenteel doet het Wagenhuis dienst als hoofdzetel van Kerk in Nood in België.

Provisorenhuis[bewerken]

Provisorenhuis op het Neerhof

Het Provisorenhuis stamt uit de middeleeuwen en kreeg zijn huidige uitzicht in de 18e eeuw. Het deed dienst als residentie van de pater-econoom of provisor. Er werd vooral over de economie van de abdij gesproken met boeren, ambachtslui, handelaars, bouwmeesters en anderen.[4]

In 2018 zal het Provisorenhuis gerestaureerd worden en komen er kantoorruimtes.

Tiendeschuur[bewerken]

Tiendeschuur op het Neerhof

Een tiende van de graanoogst van pachters werd hier als belasting opgeslagen. De stallen boden onderdak aan koeien, waarvan men de melk verwerkte in het melkhuisje.

De schuur (1663) wordt in 2018 gerestaureerd. Er zullen dan opnieuw koeien in de stallen staan en er komen polyvalente lokalen boven de stallen. In de Tiendeschuur komt een nieuw winkel met producten van de abdij. Achter de schuur komt een nieuwe buitenstal.

Sint-Jan-de-Evangeliskerk[bewerken]

Kerkhof met Sint-Jan-de-Evangeliskerk op de achtergrond

Het laatste grote bouwwerk van de site. De kerk zelf werd rond 1300 opgetrokken in maasromaanse stijl (te zien aan de typische portiek en rondboogvensters) en in 1729 aangepast aan de classicerende barokstijl. De toren kwam er begin 18e eeuw.

Op 12 augustus 1803, tijdens het Frans bestuur, richtte de aartsbisschop van Mechelen-Brussel, Jean-Armand de Roquelaure, de parochie van Park op. De abdijkerk werd vanaf toen toegankelijk voor het publiek.

De kerktoren kreeg in 1730 een beiaard met 40 klokken. In de 19e eeuw verhuisde de beiaard naar de Sint-Pieterskerk in Leuven, waar ze tijdens de Brand van Leuven, in de nacht van 25 op 26 augustus 1914, in vlammen opging.

In 2014 ontdekte de stadsarchivaris van de Duitse stad Neuss dat lokale reservisten mee verantwoordelijk waren voor de brand. Daarom ondertekende afgevaardigden van Leuven en Neuss op 24 augustus 2016 een samenwerkingscharter. Symbool van de verzoening wordt een nieuwe beiaard. Deze Vredesbeiaard zal in 2018 weer over de abdijsite weerklinken.

Klooster[bewerken]

In deze westvleugel van het klooster bevindt zich het abstkwartier met vier salons. In deze salons ontvingen de norbertijnen vroeger hun gasten.

Na de restauratie wordt PARCUM in de westvleugel gehuisvest: een dialogmuseum voor religie, kunst en cultuur. Op 25 oktober 2017 opent het nieuwe museum de deuren. Het CRKC (Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur) krijgt burelen op de eerste verdieping.

De abdijbibliotheek in de bevat 4.576 drukwerken van vóór 1830.[5] Ze is ondergebracht in de zuidvleugel van de abdij en werd in 2012-2014 gerestaureerd. Het plafond met sierstucwerk van Jan Hansche uit 1672 kreeg bijzondere aandacht. Het verbeeldt episoden uit het leven van de heilige Norbertus.

Gastenkwartier[bewerken]

Het Gastenkwartier dateert van 1698 en diende vroeger als logeerplek voor gasten van de kanunniken. Later werd het omgebouwd tot burelen van de KHLeuven.

De restauratie van het interieur, exterieur en de fundering (die was scheefgezakt door de Molenbeek) is bezig. Nadien openen de burelen opnieuw en komt er een microbrouwerij in de kelder.

Kerkhof[bewerken]

Naast de kerk lag vroeger een ommuurde boomgaard, die sinds 1850 omgevormd werd tot begraafplaats.

Het kerkhof groeide uit to een Leuvense versie van het bekende 'Père Lachaise', waar religieuzen, professoren, politici, en voorvechters van de Vlaamse zaak begraven liggen:

De norbertijnen hebben in de kloostertuin hun eigen privékerkhof.

Trivia[bewerken]

  • In de jaren 80 werden er opnames gedaan voor De Paradijsvogels, toen een populaire Vlaamse televisieserie van de BRT (nu VRT) . Hierbij werd de kerk zowel het decor voor de hel als voor de hemel.
  • Op het domein van de abdij gebeurden opnames voor de speelfilm "Un soir, un train"

Afbeeldingen[bewerken]

Externe link[bewerken]