Abdij van Herkenrode

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deel van de serie over
kloosters

en het christelijke monastieke leven

Monnik

De Abdij van Herkenrode, een voormalig klooster voor Cisterciënzerinnen met abdijhoeve en bedrijfsgebouwen, is gelegen op de zuidelijke Demeroever in Kuringen, een deelgemeente van de stad Hasselt in Belgisch-Limburg. Het geheel is gelegen temidden van een sinds 1974 beschermd bos- en landbouwlandschap, en toegankelijk langsheen twee dreven. [1] [2]
Herkenrode is afgeleid van enerzijds het Keltische woord arika, verkleinwoord van ara (dat rivier betekent) en anderzijds rode dat open, ontgonnen plaats in een bos betekent. Herkenrode staat dus voor een open plaats bij een beek.

Geschiedenis van de abdij[bewerken]

Wegroute Herkenrode; Herkenrode ligt op het fietsroutenetwerk tussen de knooppunten 94 en 95
Situatieplan abdij van Herkenrode
Algemeeen zicht op de Abdij van Herkenrode, lithografie van Remacle Leloup, 1744
Abdij van Herkenrode met een reconstructie door Steven van de intussen verdwenen abdijkerk
Het poortgebouw met links ervan de portierswoning
Poortgebouw uit 1531 met uivormige toren
De infirmerie uit 1658
Het molenhuis
Gerestaureerde en tot eet- en drinkgelegenheid omgebouwde en vergrote paardenstallen
Monstrans uit 1286
De kruisdraging, één van de glasramen uit Herkenrode, nu in Lichfield

De abdij werd rond 1182 gesticht door Gerard, graaf van Loon. Hij verkocht een deel van zijn domein aan een broeder uit Aulne, die er een klooster voor Cisterciënzerinnen stichtte. De verkoop was bedoeld om zijn deelname aan de Derde Kruistocht te financieren. Sommige geschiedschrijvers vermelden dat hij verplicht werd om de abdij te stichten door de prins-bisschop van Luik tot verzoening voor het verbranden van de collegiale kerk te Tongeren. Daarnaast gaf hij een aantal tienden als onderpand voor een lening. Omdat de graaf overleed bij het beleg van Akko, kon hij zijn lening niet terugbetalen en verwierf het klooster aanzienlijke rijkdommen. In 1217 werd de abdij opgenomen in de orde van Cîteaux. Zij was de eerste en werd de grootste en rijkste vrouwenabdij van die orde in de Nederlanden. De religieuzen rekenden zich tot "des nobles dames de l'ordre de Cîteaux du comté de Looz". (adellijke dames van de orde van Cîteaux van het graafschap Loon)

De graven van Loon waren enkele jaren voordien verhuisd van Borgloon naar Kuringen, op 2,5 km van de plaats waar de abdij werd opgericht. Zij waren verwikkeld geraakt in een strijd met enkele andere machtsblokken. Hun hoofdburcht in Borgloon werd in 1179 vernield en ze weken uit naar de burcht (het latere Prinsenhof) in Kuringen. Vanaf graaf Gerard I werden alle graven in de abdijkerk van Herkenrode begraven. Enkel de laatste graaf, Diederik van Heinsberg, werd hier niet begraven omdat de abdis zijn begraving weigerde nadat hij in de ban van de kerk was geslagen. Ze wist niet dat die ban al was opgeheven. Uiteindelijk vond de graaf in de nu verdwenen kerk van het Augustijnenklooster in Hasselt zijn laatste rustplaats. Na het overlijden van de laatste graaf ging Loon, na jaren van strijd en discussie, in 1366 over in handen van het Prinsbisdom Luik. Ook met de prins-bisschoppen had de abdij goede relaties in het bijzonder met Everhard van der Mark die regelmatig verbleef in het Prinsenhof in Kuringen ten tijde van abdis Mechtildis de Lechy. Hun wapenschilden prijken in het poortgebouw van de abdij dat dateert van 1531.

Onlusten, vooral in de 15e eeuw, zorgden voor een sterk verval. Vanaf omstreeks 1500 kende de abdij een heropbloei onder impuls van daadkrachtige abdissen zoals Anna Catharina de Lamboy en Barbara de Rivière d'Arschot. In de 18e eeuw plande abdis Anna de Croÿ (1744-1772) zelfs een totaal nieuwe abdij naar een ontwerp van architect Laurent Benoit Dewez. Slechts de imposante 50 m lange Abdissenresidentie Herkenrode in classicistische stijl is daarvan in 1768 gerealiseerd. De residentie bevat een aantal door schilder Franz Anton Brändl gedecoreerde zalen zoals de blauwe en grijze zaal. Een weids Engels landschapspark van ruim 10 ha met uitheemse boomsoorten naar de idee van Capability Brown sluit met een ruim terras aan op de achterzijde van het gebouw.

In de abdij resideerden twee soorten zusters: koordames en conversen of werkzusters naast enkele mannelijke religieuzen, de pachter van de abdijhoeve, gasten, pelgrims en ambachtslui van allerlei slag.

Na de invallen van het Franse bezettingsleger werd de abdij in 1797 opgeheven. Na de verkoop aan Claes en Libotton takelden de gebouwen langzaam af. In 1826 verwoestte een brand grote delen van de kerk, die ingericht was als werkplaats met weefgetouwen. Eerder verving men de brandglasramen door klaar vensterglas. In 1844 werd tot de afbraak van de ontstane ruïnes overgegaan. Daardoor verloor Herkenrode ook het bovengronds mausoleum van de graven van Loon. De kerk, op de plaats van de eerste middeleeuwse kerk, dateerde uit het begin van de 16e eeuw. Zij was 64 meter lang en 10 meter breed. (20 meter langer en 2 meter smaller dan de Virga Jesse basiliek in Hasselt.)

De abdij had drie refugehuizen (vluchthuizen) die er nog zijn, weliswaar met een andere bestemming: in Hasselt in de Maastrichterstraat (1544) (zie Refugehuis van de Abdij van Herkenrode), in Maastricht in de Kommel (1574) en in Sint-Truiden in de Schepen Dejonghstraat (1624).

Indrukwekkende restanten[3][bewerken]

Van het twaalfde-eeuwse klooster is niets bewaard gebleven. De onderbouw van de molen aan de Demer kan nog uit de vroege fase dateren. De gebouwen die nu nog te zien zijn, waaronder het monumentale poortgebouw (1531), de watermolen op de Demer, de infirmerie (ziekenhuis) (1658), de hoevegebouwen (1656 - 1740), de tiendschuur (1656) en de residenties van de abdissen (1538 en 1774), dateren allen uit de 16de-18de eeuw.

Een deel van de kunstschatten uit de kerk zijn elders bewaard gebleven:

  • Het barokke hoofdaltaar, werk van van Jean Del Cour (1631-1707) en de grafmonumenten van twee abdissen, Anna Catharina de Lamboy († 1675) en Barbara de Rivière d'Arschot († 1744), werden overgebracht naar de Virga Jessebasiliek in Hasselt.
  • De glasramen zijn samengebracht in zeven vensters van de Lady Chapel in de kathedraal van Lichfield (Engeland). Zij stellen scènes voor uit het nieuwe testament en afbeeldingen en wapenschilden van de schenkers, historische figuren uit de zestiende eeuw, en behoren tot de best bewaarde glaswerkensembles uit de Vlaamse renaissance. Zij zijn van de hand van twee kunstenaars, Marten Tymans uit Antwerpen en Lambert Spulbergh uit Mechelen en dateren van de jaren 1532-1539. Abdis Mechtildis de Lechy liet ze maken. In 1802 werden ze door de toenmalige eigenaar verkocht aan een Engelsman op doorreis die ze grotendeels verkocht aan de anglicaanse kathedraal van Lichfield. In 2015 werden zij grondig gerestaureerd. Ook kwam glaswerk terecht in een viertal andere kerken in Engeland.
  • De majolica-tegelvloer uit het koor is te bewonderen in het Jubelparkmuseum in Brussel. De tegelvloer in Antwerps plateel werd gelegd in achthoeken, bestaande uit een vierkante tegel met een afbeelding en vier zeshoekige tegels met bloemmotieven. Abdis Mechtildis de Lechy bestelde deze vloer in 1532 bij Petrus Frans van Venedigen in Antwerpen. In 1888 verkocht de toenmalige eigenaar 505 van de majolicategels aan het Jubelparkmuseum in Brussel
  • Een rijkelijk versierd antifonarium (een verzameling van liturgische gezangen) uitgewerkt op perkament. Dit unieke exemplaar, in 1544 besteld door Mechtildis de Lechy, wordt nu bewaard in de abdij van Gethsemani in Kentucky.
  • Een aantal schilderijen is te zien in de Sint-Quintinuskathedraal (Hasselt), in het stadsmuseum in Hasselt en in het klooster van de Kanunnikessen van het Heilig Graf in Herkenrode.
  • Een deel van de grafsteen van Margareta van Stein, abdis van 1303 tot 1333, bewaard op het terrein van de abdijsite.
  • 47 schedelrelieken en een aantal botten en reliekhouders, samen 114 stuks, elk gehuld in waardevol middeleeuws textiel, versierd met gouddraad, rivierparels en vergulde plaatjes. Dat maakt ze tot een van de grootste reliekenverzamelingen van Vlaanderen. Zij zouden volgens de legende toebehoren aan de elfduizend maagden die samen met de Heilige Ursula werden vermoord in Keulen. De relieken werden door abt Willem van Ryckel (1248-1272) uit Sint-Truiden aan de abdij van Herkenrode geschonken. In de 15de eeuw was er in de abdij een apart altaar waar de relieken voor de bedevaarders werden tentoongesteld. Sinds 1826 werden ze bewaard in de kerk van Kermt. Vanaf 1993 worden ze bewaard in de Sint-Quintinuskathedraal (Hasselt). De mogelijkheid om ze weer aan het publiek te presenteren wordt onderzocht.

Topstukken van het culturele erfgoed[bewerken]

  • In het Hasseltse stadsmuseum bewaart men een verguld zilveren torenmonstrans uit 1286 - de oudst bekende ter wereld - in Parijs gemaakt in opdracht van de abdis van Herkenrode. Daarin werd sinds 1317 een miraculeuse hostie, het Sacrament van mirakel, bewaard.
  • Een aflaatbrief in 1363 uitgevaardigd door Paus Urbanus V waarbij de gelovigen die de abdijkerk op bepaalde dagen bezochten een veertigdaagse aflaat kregen. Hij is versierd met een afbeelding van de abdijkerk waaruit een processie vertrekt waarin het Sacrament van mirakel in de torenmonstrans van 1286 wordt meegedragen.
  • Van acht monumentale schilderijen, De deugdzame vrouwen van Lambert Lombard, uit de 16de eeuw, kwamen er vier in de kerk van Stokrooie terecht en werden daar pas in 1981 'ontdekt' als werk van de beroemde renaissancekunstenaar. De vier andere bevinden zich in het museum Grand Curtius in Luik; allen werden in 2006 gerestaureerd en in Luik tentoongesteld.

De torenmonstrans, de aflaatbrief en de vier schilderijen van Lambert Lombard in de kerk van Stokrooie zijn erkend als 'topstukken' van het culturele erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap.

Versiering bovenaan de aflaatbrief uit 1363
Eén van de schilderijen van Lambert Lombard destijds in Herkenrode, nu in de kerk van Stokrooie

Herkenrode nu: van roemrijk verleden naar project voor de toekomst[bewerken]

Het klooster van het Heilig Graf met een permanente tentoonstelling over de Orde van het Heilig Graf[bewerken]

Voorgevel abdissenresidentie (1768)
Van rechts naar links: abdissenresidentie (1538 en 1750) en kloosterkerk Heilg Graf (1986)


In 1972 kochten de Kanunnikessen van het Heilig Graf een deel van het domein: de 18de-eeuwse abdissenresidentie met het landschapspark en de bouwvallen van het 16de-eeuwse abdissenverblijf en vestigden er in 1974 een klooster en een bezinningscentrum. In 1982 kochten zij ook de infirmerie uit 1658 en de resten van de vervallen 16de-eeuwse zusterverblijven.

Een nieuw klooster voor de gemeenschap van de zusters werd vanaf 1985 gebouwd op de nog aanwezige fundamenten en gewelven van het 'oude' abdissenkwartier uit 1538. Een jaar nadien werd ook de kloosterkerk in hedendaagse architectuurstijl gebouwd. Architect Lucas Van Herck ging hierbij uit van een filosofie die het patrimonium behoudt en toch ook dynamisch verder ontwikkelt. Dit betekende historizerende restauratie, curatieve conservering, invularchitectuur en nieuwbouw.

De moderne kerk, steeds voor het publiek toegankelijk, is opgevat als een centraalbouw met in het midden een 'volle leegte' waar het altaar vooruitgeschoven is opgesteld. Rondom dit centrum zijn het koorgestoelte voor de kloostergemeenschap en de tribunes voor de gasten geschikt. Belangrijk voor de spiritualiteit van de Grafzusters is de open grafkamer van de Verrezen Christus, rechts van het altaar.

Tot eind 2014 was er een bezinningscentrum gevestigd in de classicistische 'nieuwe' Abdissenresidentie Herkenrode.[4]
In de overwelfde kelders van het 16de-eeuwse abdissenverblijf bevindt zich sinds september 2012 een permanente tentoonstelling over de Orde van de Kanunnikessen van het Heilig Graf. In drie opeenvolgende ruimtes wordt het verhaal verteld van de oorsprong en verspreiding van de Orde, hun invloed en verspreiding in Limburg en Hasselt en het leven en de spiritualiteit van de zusters.

Ontsluiting van de abdijsite[bewerken]

In 1998 werd het andere deel van het domein, 105 ha groot, met het poortgebouw, de watermolen en de hoevegebouwen verworven door het Vlaams Gewest, die de gebouwen in beheer gaf aan de erfgoedorganisatie Herita.

De architecten van Mimesis ontwikkelden een creatief cultuurhistorisch ontsluitingsconcept voor de site.

Opgravingen begonnen in 2004 op de plaats waar de kerk en een aantal kloostergebouwen stonden. De volledige kerk en het herenhuis werden blootgelegd. Resten van het omvangrijke grachtensysteem werden teruggevonden. In de overblijfselen van het gastenverblijf werd een kleine laat-16de-eeuwse beerput opgegraven. Het kloosterpand kan nu volledig worden in beeld gebracht aan de hand van de opgravingen (o.a. kapittelzaal, refter, sacristie).

Restauratie van het landschap[bewerken]

Het landschap rondom de abdij wordt heringericht, inclusief de waterlopen, met de toestand van 300 jaar geleden als model. Onder meer wordt de Demer weer in zijn oorspronkelijke bedding, de huidige Tuilter Demer, gelegd en zal zijn waterkracht leveren aan de Tuilter molen. Vijvers worden weer aangelegd ongeveer op de plaats waar zij vroeger veelvuldig aanwezig waren. De cisterciënzerinnen aten veel vis. Zij volgden immers de regel van Benedictus die voorschreef geen vlees te eten van dieren die op vier poten lopen. Een appelboomgaard van een honderdtal verschillende appelsoorten (hoogstam) en een kersenboomgaard zijn reeds aangelegd.
Bewegwijzerde wandelpaden werden ingericht en een kruidentuin van 2 hectare, inmiddels ook "inspiratietuinen" genoemd, met meer dan 400 kruiden en planten en een 200 meter lange loofgang is opengesteld voor het publiek. (zie Kruidentuin Herkenrode). Je betreedt de tuinen langs een zontuin (een zonnewijzer waarin de mens betrokken is).

Restauratie en herbestemming van de gebouwen[bewerken]

Sinds 2002 is de tiendschuur uit 1656, ten tijde van abdis Anna Catharina de Lamboy, met een oppervlakte van 1000 m² en 15 m hoog, deels met steun van privésponsors gerestaureerd. Grote tentoonstellingen, concerten en allerlei evenementen en feesten vinden er plaats.
Begin mei 2007 is de restauratie van het Poortgebouw Herkenrode voltooid. Dit gebouw van 1531, ten tijde van abdis Mechtildis de Lechy, is het eindpunt van een lange dreef afgeboord met een dubbele rij bomen. Het gebouw dat toen al een knooppunt was in de abdijsite heeft als functies: tentoonstellingsruimte, conferentie- en seminarieruimte.[5]
De portierswoning biedt sinds midden 2009 een onderkomen aan de administratieve diensten.

In het hoevegebouw is er vanaf september 2011 een belevingscentrum. Daar maakt de bezoeker een reis door de tijd vanaf het begin van Herkenrode. Hij wordt meegevoerd in een verhaal van voor- en tegenspoed, van oorlog, ziekte en geweld, maar ook van de financiële en culturele rijkdom van de cisterciënzerinnen. De tocht maakt hij met een gids of met een virtuele abdis in een audiogids. Het aanwenden van oorspronkelijk beeldmateriaal, ensceneringen, filmopnames met acteurs, klankdecors, realistische opstellingen en info- en opzoekkiosken maken van het bezoek een totaalervaring. Het verhaal van Herkenrode wordt bovendien in een ruim historisch kader geplaatst en verbonden met Hasselt, Limburg, Vlaanderen, maar ook met Europa.

Naast de restauratie wordt ook de commerciële exploitatie een belangrijk aandachtspunt in de ontwikkeling van de site.

Eind 2013 vestigde de administratieve diensten van uitgeverij Clavis zich in de hoevegebouwen met een educatief centrum Willewete. Dit centrum werkt samen met de hogeschool PXL en heeft als doel kinderen helemaal te laten opgaan in taal, wetenschap, geschiedenis en multimedia.

Begin 2015 werd de restauratie van de paardenstallen voltooid en mits een uitbreiding met een passiefbouw ingericht tot eet- en drinkgelegenheid.

Grafsteen van abdis Margareta van Stein

Ook de restauratie van een groot deel van de Tuiltermolen, aan de westelijke rand van het domein, is gerealiseerd. Tijdens die werken werd een deel van de grafsteen van Margareta van Stein, abdis van 1303 tot 1333, teruggevonden. In het molengebouw waren destijds drie molens: een graanmolen, een olieslagmolen en een schorsmolen. Er zal een molen in bedrijf worden gesteld om 'groene stroom' te leveren.

In de Tuiltermolen is Herkenrode vzw gevestigd die van daaruit werkt aan de realisatie van haar missie: "bijdragen aan het ontsluiten en doorgeven van het materiële en spirituele erfgoed van de cisterciënzer beweging in het algemeen en de cisterciënzerinnen op Herkenrode in Hasselt in het bijzonder" o.m. met publicaties, het organiseren van reizen naar cisterciënzer abdijen in Europa, het ontwikkelen van abdijproducten en het bevorderen van kruiden in haar kruidenkenniscentrum. Het bakhuisje van de Tuiltermolen is hersteld door cursisten van de VDAB. Scholen of verenigingen kunnen er leren brood maken.

Hedendaagse kunst tussen oude gebouwen[bewerken]

Het Stille Uitzicht, 2015, exterieur installatie van Hans Op de Beeck, abdijsite Herkenrode, Hasselt
Het Stille Uitzicht, 2015, interieur installatie van Hans Op de Beeck, abdijsite Herkenrode, Hasselt

Waar de verdwenen abdijkerk lag, staat er sinds maart 2015 een speciaal voor deze plek ontworpen permanente installatie van Hans Op de Beeck met de titel Het Stille Uitzicht. Via een smalle lange gang kom je in een ruimte waar door middel van elkaar reflecterende spiegels de illusie wordt gewekt van een grijs, kaal en oneindig verstrekkend desolaat landschap met ontbladerde bomen, heuvels en waterpartijen. Je kan er in een donkere ruimte, op zitbanken gezeten, de oneindige ruimte ondergaan. Met dit hedendaags kunstwerk tracht men ook een alternatief kunstminnend publiek aan te trekken. [6]

Organisatie en beheer[bewerken]

Logo met de eenhoorn

Wat het gedeelte van de site betreft dat eigendom is van het Vlaams Gewest wordt de restauratie van de gebouwen, de inrichting ervan voor nieuwe bestemmingen, de aanleg van de tuin, de opgravingen en het uitbesteden van de commerciële exploitatie beheerd door de Vlaamse erfgoedorganisatie Herita. Het omliggende landschap wordt beheerd door de Vlaamse Overheidsdienst het Agentschap voor Natuur en Bos. De niet-commerciële exploitatie en animatie ter plaatse is in handen van Abdijsite Herkenrode vzw, een stedelijk Extern Verzelfstandigd Agentschap (EVA) opgericht onder de auspiciën van de stad Hasselt. Het EVA coördineert ook alle partners op de site.

Kenteken van het Europees Charter van Cisterciënzer Abdijen en Sites aan de abdij van Herkenrode, Hasselt
De Eenhoorn voor het Poortgebouw Herkenrode in 2013 tijdens de jaarlijkse opvoering van de Sage van de Eenhoorn

Een andere vereniging met de naam Herkenrode vzw en haar talrijke vrijwilligers onder de leiding van Wim Van Lishout spelen als partner een belangrijke rol met als hoofdtaken het realiseren van een kruidenkenniscentrum, het cisterciënzertoerisme, het uitgeven van publicaties, het ontwikkelen van abdijproducten, onder meer een erkend abdijbier Herkenrode Tripel.

De abdij van Herkenrode maakt deel uit van het Europees Charter van Cisterciënzer Abdijen en Sites. [7] Dit is een cultureel-toeristisch netwerk waarbij tal van cisterciënzer abdijen en abdijsites over heel West-Europa zijn aangesloten.

De abdissen van Herkenrode voerden een opspringende eenhoorn in het wapen van de abdij. Het logo van de huidige Abdijsite Herkenrode toont ook de eenhoorn. De eenhoorn springt weer op!

De wervende slogan voor het project Herkenrode luidt "waar je cultuur en natuur ontdekt!".

Zie ook[bewerken]

Abdissen van Herkenrode[bewerken]

  • Ingeltrude I (1182-1205)
  • Jutta I (1205-1237)
  • Ingeltrude II (1237-1257)
  • Jutta II (1257-1272)
  • Margareta (1273-vóór 1281)
  • Aleidis van Diest (1281-1302)
  • Margareta van Stein (1303-1333)
  • Agnes van Guigoven (1333-1337)
  • Beatrix van Lobosch (1341-1354)
  • Aleidis van Wanrode (1354-1365)
  • Catharina van Kerkom (1365-1391)
  • Catharina van Goetshoven (1395-1412)
  • Aleidis van Rijkel (1414-1433)
  • Elisabeth van Kerkom (1433-1442)
  • Beatrix van Reckhoven (1442-1447)
  • Catharina van Schoonbeek (1447-1456)
  • Catharina van Pipenpoye (1456-1491)
  • Gertrudis de Lechy (1491-1519)
  • Mechtildis de Lechy (1520-1548)
  • Aleidis de Lechy (1548-1561)
  • Catharina van Goor (1561-1579)
  • Albertina van Schwartsenberg (1579 enkele maanden)
  • Catharina van Gaver (1579-1585)
  • Anna van Blockerien (1585-1620)
  • Margareta van Bergen (1620-1637)
  • Barbara de Hinnesdael (1637-1653)
  • Anna Catharina de Lamboy (1653-1675)
  • Claudia de Merode (1675-1702)
  • Catharina van Mombeek (1702-1725)
  • Gertrudis van Mettekoven (1725-1728)
  • Barbara de Rivière d'Arschot (1728-1744)
  • Anna de Croÿ (1744-1772)
  • Augustina van Hamme (1772-1790)
  • Josephine de Gondrecourt (1791-1796)

Publicaties in verband met Herkenrode[bewerken]

(tenzij anders aangegeven, uitgegeven door Herkenrode vzw)

  • Mon Impe. De gebouwen van de Herkenrode-Abdij. (Overdruk uit het Oude Land van Loon 1979)
  • Herkenrode 800 jaar. (De Vrienden van het Stadsmuseum vzw 1983)
  • Jos Moons. De Herkenrodeabdij en haar domein op het einde van het Ancien Régime (Overdruk uit het Oude Land van Loon 2001.)
  • Herkenrode. Tijdsbeelden (Erfgoed Vlaanderen)
  • Herkenrode, abdij en levend monument (Studiecentrum Herkenrode vzw)
  • Herkenrodecahier 1: de tiendschuur
  • De eenhoorn springt weer op - Herkenrode in haikoe
  • De schalks geschetste geschiedenis van Herkenrode
  • Een gebed van licht en kleur - de glasramen van Herkenrode
  • Herkenrode zoals het is, Herkenrode zoals het was
  • Wapenboek van de abdissen van Herkenrode
  • 200 jaar leven en werken in Herkenrode
  • Herkenrodecahier 2: het vissershuisje (VDAB dienst communicatie Hasselt)
  • De opgravingen van Herkenrode (Stadsmuseum Hasselt)
  • Gids abdijsite Herkenrode (Erfgoed Vlaanderen i.s.m Herkenrode vzw)
  • Herkenrode netwerkt in Limburg: van Wijshagen tot Jeuk
  • Herkenrode 10 jaar later, 1998 - 2008. Een overzicht in woord en beeld.
  • Hooglied van de cisterciënzers. Samenvatting van een lezingenreeks in Herkenrode. (Vtbkultuur in samenwerking met Herkenrode vzw)
  • Monasterium Herkenrode, deel 1. (Erfgoedcel Hasselt in samenwerking met Studiecentrum Herkenrode vzw)
  • Monasterium Herkenrode, deel 2. (Erfgoedcel Hasselt in samenwerking met Studiecentrum Herkenrode vzw)
  • Monasterium Herkenrode, deel 3. (Erfgoedcel Hasselt in samenwerking met Studiecentrum Herkenrode vzw)
  • Monasterium Herkenrode, deel 4. (Erfgoedcel Hasselt in samenwerking met Studiecentrum Herkenrode vzw)
  • Herkenrode door Marc Van de Cruys en Marc Cheron in hun reeks Heraldiek van abdijen en kloosters (Homunculus uitgaven 2007)
  • Jaak Lambrechts, Van Kloostermedicijn tot Groene Geneeskunde, 2013
  • Dominique Vreven, Heerlijk Herkenrode, de kruiden van Karel de Grote (Rekad Uitgeverij), 2014

Bibliografie[bewerken]

  • De Dijn, C.G., Enkele vragen aan de bouwgeschiedenis van de cisterciënzerinnenabdij van Herkenrode bij Hasselt, Uitg. Erfgoedcel Hasselt & Studiecentrum Herkenrode vzw, 2008
  • Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen, Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, deel 6n-1, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, 1981, blz 434 t.e.m. 453.

Trivia[bewerken]

In de abdij van Herkenrode had op 6 oktober 1971 een merkwaardige arrestatie plaats in een koestal. Mario Roymans ontvreemdde op 23 september 1971 het schilderij De Liefdesbrief van Johannes Vermeer in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Via de pers eist hij, onder de schuilnaam Tijl van Limburg, 200 miljoen Belgische frank losgeld. Dat geld moest gestort worden ten voordele van de vluchtelingen van de burgeroorlog in Oost-Pakistan. Op 6 oktober 1971 belde Roymans vanuit een tankstation in Hasselt nogmaals met zijn eisen naar de radio. Zijn gesprek werd gehoord door de uitbater van het benzinestation die de politie verwittigde. Na een achtervolging werd Roymans ingerekend in een koestal op de abdijsite Herkenrode.

Externe links[bewerken]