Abdulrazak Gurnah

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Nobelprijswinnaar  Abdulrazak Gurnah
Gurnah (2022)
Geboorteland Vlag van Tanzania Tanzania
Geboorteplaats Zanzibar
Nobelprijs Literatuur
Jaar 2021
Reden "voor zijn compromisloze en medelevende inleving in de effecten van het kolonialisme en het lot van de vluchteling in de kloof tussen culturen en continenten."
Voorganger(s) Louise Glück

Abdulrazak Gurnah (Zanzibar, 20 december 1948) is een Tanzaniaans schrijver, die leeft en werkt in Engeland. In 2021 ontving hij de Nobelprijs voor Literatuur.[1] De rode draad in zijn werk is het sluimerende trauma van kolonialisme, oorlog en ontheemd zijn. Het verhaal van de vluchteling, de migrant, de outsider die verscheurd wordt tussen twee of meer werelden.[2] Gurnah is de eerste zwarte schrijver die deze prijs krijgt sinds Toni Morrison in 1993.

Leven en werk[bewerken | brontekst bewerken]

Abdulrazak Gurnah groeide op in het toenmalige Britse protectoraat Zanzibar dat sinds 1964 deel uitmaakt van Tanzania. Hij woonde in Malindi, een wijk van de hoofdstad Zanzibar.

De verhalen, die ik hoorde in mijn kindertijd gingen meestal over de zee en daarachter de Indische Oceaan. Uit het raam van mijn kamer op de bovenverdieping zag ik de pakhuizen van de dhows die heen en weer voeren. De mensen leefden van de zee als visser, zeeman of (als veilige baan op de wal) koopman. Ieder jaar, zo rond november, stak de moesson op. Vanuit de baai van Bengalen, langs Zuid-India, Zuid-Arabië en de kust van Somalië voeren honderden zeilschepen met handelswaar naar Zanzibar. Naar de haven bij onze achtertuin. De dhows lagen zo dicht op elkaar, dat de zeelui moeiteloos van de een op de andere boot konden overstappen.[3]

Zijn leven veranderde voorgoed op 12 januari 1964 door de gewelddadige Revolutie van Zanzibar. De Afrikaanse meerderheid op het eiland richtte zich tegen een minderheid van Arabische grootgrondbezitters. Een groot aantal Arabieren werd van hun land verdreven of gedood. Hun land werd genationaliseerd en herverdeeld. De jonge Abdulrazak was gedwongen te vluchten en zag zijn geboorteland pas terug in 1984, toen zijn vader op sterven lag.[4] Terugkijkend hekelt hij de bestempeling van zijn bevolkingsgroep (de arabieren) tot "achterlijke slavenhandelaren met harems."

Je voelde je beroofd van je eigen status als Arabier. De Indiër dreef een winkel op de hoek, de Jemeniet zijn eigen café, de politieagent was een Somaliër. Maar de Arabieren vormden de zogenaamde elite, want zij bewoonden de prachtige villa’s, die later trouwens geconfisceerd werden door de Britten. Een gecompliceerde geschiedenis van eeuwen werd gereduceerd tot een paar woorden : de Arabier is een onderdrukker van andere culturen.

Na de revolutie in 1964 werd de moslimhandel over zee per decreet stopgezet. De schepen wendden de steven en zijn nooit meer teruggekeerd.[3]

In 1968 vestigde Razak zich in Engeland. In zijn boek The Arrivers Tale beschrijft hij zijn aankomst :Ik kwam met een vliegtuig. Dat mag raar klinken – hoe anders? Sommigen liepen. Velen verdronken.[5]

Hij ging in 1968 studeren in Canterbury, eerst in een technische richting, maar stapte in 1971 over op literatuur. Hij schreef zijn proefschrift aan de Universiteit van Kent in 1982. Hij gaf van 1980 tot 1983 colleges aan de Bayero University Kano in Nigeria en keerde daarna terug naar Canterbury als hoogleraar Engelse en postkoloniale literatuur aan de Universiteit van Kent, waar hij in 2017 met emeritaat ging. Sinds 2006 is hij FRSL (fellow) van de Britse Royal Society of Literature.[6]

Schrijver[bewerken | brontekst bewerken]

Het schrijven van fictie lag niet meteen voor de hand. Het gaf hem wel de mogelijkheid om zijn bestaan te relativeren en na te denken over een leven in een vijandige omgeving. In de jaren tachtig stond Gurnah op het punt om zijn literaire loopbaan op te geven. Bijna tien jaar lang hij geprobeerd om voor zijn eerste boek Memory of Departure een uitgever te vinden. Uiteindelijk bracht Jonathan Cape de roman in 1987 op de markt. Een jaar later verscheen zijn tweede boek Pilgrims Way en met zijn vierde boek Paradise, dat op de shortlist voor de Booker Prize stond, kreeg hij internationale erkenning. Dit tragische liefdesverhaal over een botsing tussen het verschillende geloof van een man en een vrouw, verscheen onder de Nederlandse titel Paradijs.[2]

Gurnah schreef diverse boeken en artikelen over literatuur, met name over zaken rond kolonialisme en de verhouding tussen Afrika, India en het Westen. Hij levert sinds 1987 bijdragen aan het aan internationale literatuur gewijde Britse kwartaalschrift Wasafiri en publiceerde over schrijvers als V.S. Naipaul, Salman Rushdie,[7] Wole Soyinka en Zoë Wicomb. Zijn boeken kregen een welwillende ontvangst van de critici, maar waren commercieel gezien geen succes. Alleen in Engeland genoot hij enige bekendheid. Nadat bekend was geworden dat hij de Nobelprijs voor de Literatuur had gewonnen, werd hij wereldwijd meteen een veelbesproken literaire persoonlijkheid.

Gurnahs moedertaal is het Swahili, maar hij schrijft zijn boeken in het Engels. Daarbij verwerkt hij woorden uit het Swahli, Arabisch en Duits , omdat deze eigen zijn aan zijn moederland (Tanzania maakte dertig jaar deel uit van het Duitse rijk). Hij heeft er bij zijn uitgevers voor moeten vechten om dit taalgebruik gewoon te laten staan en niet cursief af te drukken. Op deze manier veranderen migranten uit Afrika en Azië de Engelse taal en literatuur.

Veel van zijn fictie is gesitueerd rond de Oost-Afrikaanse kustgebieden, waarbij zijn personages onderdeel zijn van een grotere wereld in verandering.[8] Na emigratie mislukken deze jonge mannen doordat ze de aansluiting met hun nieuwe omgeving missen en geconfronteerd worden met systematisch racisme en marginalisering. Een strijd die Gurnah zelf ook beleefd heeft.

In The Arrivers Tale beschrijft hij hoe een Christelijke leraar in een niet nader genoemd moslimland moet vluchten, vanwege zijn standpunt over besnijdenis bij meisjes. Ga naar Engeland, vertelt een witte NGO-medewerker hem. Ik weet zeker dat je asiel zult krijgen. Je bent immers een christen en je wordt vervolgd. Wat logisch lijkt in zijn moederland, wordt in Engeland anders ervaren. Nergens is hij welkom, zelfs niet bij mensen van de NGO waar hij voor werkte.

Toekenning Nobelprijs[bewerken | brontekst bewerken]

Aan Gurnah werd in oktober 2021 de Nobelprijs voor Literatuur toegekend voor zijn compromisloze en oprechte inleving in de effecten van het kolonialisme en het lot van de vluchteling in de kloof tussen culturen en continenten.[1] Gurnah reageerde op Twitter met de woorden: "Ik draag deze Nobelprijs op aan Afrika en de Afrikanen en aan al mijn lezers".

Hij constateert dat kolonialisme nog steeds in de haarvaten van de maatschappij zit, of het nu gaat om de economie, de cultuur en de taal. Het grote verschil in ervaring hangt er vanaf wie de kolonist is en wie de onderliggende persoon. De toekenning van de Nobelprijs betekent volgens hem niet dat zijn boeken de wereld zullen veranderen. De angst voor de vreemdeling blijft bestaan omdat de politici, "zelfs diegenen die oog hebben voor medemenselijkheid, gevangen zijn in de macht van de media."[5]

Publicaties[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederlandse vertaling[bewerken | brontekst bewerken]

  • Herinneringen aan mijn zwarte rotjeugd (Engels: Memory of Departure). Vertaling M.M. Duvivier. Amsterdam, Arachne, 1989. ISBN 978-90-6276030-5
  • Paradijs (Engels: Paradise). Vertaling Tinke Davids. Amsterdam, Van Gennep, 1994, ISBN 978-90-5515039-7. 2e druk Amsterdam, Meulenhoff, 2022, 368 pag. ISBN 978-90-2909573-0

Engelstalig origineel[bewerken | brontekst bewerken]

Romans
  • Memory of Departure (1987)
  • Pilgrims Way (1988)
  • Dottie (1990)
  • Paradise (1994)
  • Admiring Silence (1996)
  • By the Sea (2001)
  • Desertion (2005)
  • The Last Gift (2011)
  • Gravel Heart (2017)
  • Afterlives (2020)
Verhalen
  • Cages (1984)
  • Bossy (1994)
  • Escort (1996)
  • My Mother Lived on a Farm in Africa (2006)
  • The Photograph of the Prince (2012)
  • The Arriver's Tale, Refugee Tales (2016)
  • The Stateless Person’s Tale, Refugee Tales III (2019)
Essays
  • Essays on African Writing 1: A Re-evaluation (1994), redactie en bijdragen
  • Essays on African Writing 2: Contemporary Literature (1996), redactie en bijdragen
  • The Urge to Nowhere: Wicomb and Cosmopolitanism (2011)

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Abdulrazak Gurnah van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.