Abraham Bredius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Abraham Bredius (Amsterdam, 18 april 1855 - Monaco, 13 maart 1946) was een Nederlandse Rembrandtkenner, schilderijenverzamelaar, mecenas en archiefvorser.

De droom van Abraham Bredius, lid van de familie Bredius, was om een groot pianist te worden. Toen dat buiten zijn bereik bleef, maakte hij op aanraden van zijn vader een grote kunstreis door Europa. Daar ontmoette hij Wilhelm von Bode, die later museumdirecteur werd in Berlijn, en die hem aanraadde de Nederlandse 17e-eeuwse schilderkunst te bestuderen. Dat deed hij door collecties te bezoeken, boeken te bestuderen en er al eind jaren '70 van de 19e eeuw artikelen over te schrijven.
Acht jaar lang was hij onderdirecteur van het Nederlands Museum voor Geschiedenis en Kunst, dat daarna door het Rijksmuseum werd overgenomen. Hij was gedurende twintig jaar directeur van het Mauritshuis in Den Haag (1889-1909). Daarna bleef hij actief als adviseur van het museum en redacteur van het tijdschrift "Oud Holland". In 1924 vertrok hij voorgoed naar Monaco, maar bleef jaarlijks drie maanden naar Nederland komen voor onderzoek.

Boeken[bewerken]

In 1927 schreef hij een boek over Jan Steen en in 1935 over Rembrandt.

De Emmaüsgangers[bewerken]

Bredius raakte in opspraak toen bleek dat het schilderij De Emmaüsgangers een vervalsing was van de hand van Han van Meegeren. Mede op Bredius' gezag - naast dat van Dirk Hannema - was dit schilderij erkend als een werk van Johannes Vermeer en aangeschaft door het Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam.

Bussum[bewerken]

Naar hem is de Brediusweg in Naarden en Bussum genoemd alsmede het Brediuskwartier, een wijk in Bussum. De zeer welgestelde familie Bredius bezat lange tijd het landgoed Oud Bussem, waar de jonge Bredius de zomer doorbracht. De familie bezat ook één of meer Rembrandts.

Museum Bredius[bewerken]

Het naar hem genoemde Museum Bredius is gevestigd aan de Lange Vijverberg in Den Haag.

Externe links[bewerken]