Accenttekens in de Nederlandse spelling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Accenttekens zijn tekens die helpen bij de uitspraak van geschreven woorden. In de Nederlandse spelling zijn regels gesteld aan het gebruik van deze tekens.

Franse herkomst[bewerken]

In algemeen gangbare woorden van Franse herkomst worden de Franse accenttekens alleen gebruikt op de e — é, è en ê:

comité, coupé, crêpe, fêteren, scène, volière

De â, ô, û en á worden voor deze categorie woorden dus niet gebruikt:

paté, compote, ragout

Vrouwelijke nevenvormen van woorden op -é krijgen geen -ée maar -ee:

attachée → attachee; prostituée → prostituee

Als de eerste lettergreep in het Frans bestaat uit een é of medeklinker(s) plus é, blijft het accentteken achterwege:

bechamelsaus, etage, rechaud, present

In niet-algemeen gangbare woorden en uitdrukkingen – die nog als zuiver Frans worden aangevoeld – blijven de accenttekens staan:

à, dégénéré, déjà vu, tête-à-tête

Klemtoonteken[bewerken]

Het klemtoonteken is het teken ΄. Als de klank met meer dan één letter wordt weergegeven, krijgen de eerste twee letters een accentteken:

dé, jé van hét, búíten, ééuwig, voorkómen, vóórkomen

Maar bij een digraaf 'ij' lukt dat laatste wegens technische beperkingen soms niet:

blíjf! / blíȷ́f!

Uitspraakteken[bewerken]

De tekens ΄ en ` worden ook gebruikt om de uitspraak van de letter e aan te geven: de ΄ voor /ee/ en de ` voor de /e/:

hé, hè, één, blèren

Andere tekens[bewerken]

In anderstalige woorden, vooral in eigennamen, komen verschillende andere tekens voor: diakritische tekens.

Frequentie[bewerken]

Uit een analyse op de spellingwoordenlijst van OpenTaal uit 2008[1] op de woordenlijst van bijna 250.000 woorden blijkt dat de frequenties van geaccentueerde letters als volgt verdeeld is:

Letter Frequentie
ë 1762
ï 599
é 468
è 248
ö 171
ê 71
ü 61
ó 35
ç 30
á 24
à 17
ä 16
û 8
î 7
í 5
ô 4
ú 4
ñ 4
â 3
Å 1