Acht Zaligheden (streek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Acht Zaligheden (oorspronkelijk: Selligheden)[1] is de van oorsprong schertsende benaming voor een achttal van oudsher armoedige dorpen uit de Noord-Brabantse Kempen, ten zuidwesten van Eindhoven. Het betreft de dorpen Duizel, Eersel, Hulsel, Knegsel, Netersel, Reusel, Steensel en Wintelre. Deze dorpen hebben met elkaar gemeen dat ze in zekere zin allemaal uitgaan op -sel. De naamgeving verwijst naast de armoede dan ook naar dit toponiem en is tevens een toespeling op de bergrede. Hoewel de dorpen Duizel en Wintelre niet op -sel eindigen, worden ze taalkundig gezien alsnog bij de Acht Zaligheden gerekend.[2] Zo werd Duizel van oudsher geschreven als Dui(j)sel en wordt Wintelre in de volksmond al eeuwen lang Wijnter- of Wentersel genoemd, wat simpelweg Wintersel betekent.[3][4]

Naamsverklaring[bewerken | brontekst bewerken]

De Vrijwillige Jagers der Leijdsche Hoogeschool tijdens hun verblijf in de Acht Zaligheden op de Eerselse Heide, gedurende de opmars van de Tiendaagse Veldtocht op 2 augustus 1831.

Vooralsnog bleek niemand in staat om met onomstreden zekerheid de herkomst van de naamgeving te kunnen geven. Men gaat er vanuit dat de Acht Zaligheden zouden zijn ontstaan tijdens de Belgische Opstand (1830-1839) door toedoen van het ingekwartierde Nederlandse leger. Het leger van weleer was voornamelijk afkomstig van boven de rivieren, aangezien er gevreesd werd voor mogelijke Noord-Brabantse steun aan de Belgische rebellen. De oudste vermelding van de benaming Acht Zaligheden dateert dan ook uit 1841 van de hand van dr. C.R. Hermans.[5] Vanaf de omwenteling in 1830 tot de Tiendaagse Veldtocht (1831) verbleven en trokken al grote hoeveelheden militairen, die onder andere bestonden uit mobiele schutterijen, studentencompagnieën en huzaren, in en door de Kempen. Ook de daarop volgende status quo, die tot 1839 bleef aanhouden, werden er militairen ingekwartierd bij de lokale boerenbevolking in de grensstreek.[6] Deze soldaten bestonden voornamelijk uit protestantse mannen, waarvan enkele ook vermogend of geschoold waren en uit gebieden kwamen waar beduidend meer welvaart was. De Kempen daarentegen werd in de 19e eeuw beschouwd als achtergebleven en geïsoleerd gebied en was een van de armoedigste regio's van het land. Zo bestond er weinig tot geen industrie en de overwegend rooms-katholieke bevolking, die voornamelijk bestond uit keuterboeren, leidde er door de onvruchtbare en schrale grond een zwaar en armoedig leven.[7] Voornamelijk vanwege het grote contrast tussen beide partijen, werd deze grensstreek door het Nederlandse leger spottend Acht Zaligheden genoemd.[8][9]

Armzalige zandgrond[bewerken | brontekst bewerken]

Er is niet met zekerheid te zeggen wie van deze militairen verantwoordelijk is of zijn voor de naamgeving en hoe deze exact tot stand is gekomen. Een van de eersten, zo niet de eerste, die scheef dat de Acht Zaligheden ontstaan zouden zijn in de periode dat de Nederlandse soldaten waren gelegerd in de grensstreek was W.J.D. van Iterson in 1868. Volgens de landbouwkundige zou de naam Acht Zaligheden terug te refereren zijn naar de arme Kempische zandgrond, maar vermeldt verder geen verantwoordelijke voor de naamgeving.[9] Ook dr. C.R. Hermans verwees in zijn publicaties van 1841 en 1845 nadrukkelijk naar deze onvruchtbare en schrale grond, en benadrukt dit bewust door in zijn tweede publicatie deze zandgrond een armzalige bodem te noemen, en lijkt hiermee te suggereren dat de term armzaligheden toendertijd smalend omgezet werd naar Sellig- of Zaligheden.[10] De verwijzing naar het woord armzalig en de woeste grond valt ook in 1872 bij prof. F.C. Donders, die zelf tot de jaren dertig van de 19e eeuw zijn jeugd heeft doorgebracht in de Acht Zaligheden, en noemde de daarbijbehorende plaatsen de armzaligste heidorpen op de zuidelijke grenzen van Noord-Brabant.[11] Voornamelijk in de 19e eeuw verwierf de Acht Zaligheden landelijke beruchtheid met betrekking tot de schrale zandgronden, waarvan de heersende armoede en de beperkte ontwikkelingen in die tijd een gevolg waren. Zo liet ook de Tweede Kamer der Staten-Generaal de naam al eens vallen in de parlementaire zitting van het jaar 1859, waarin de vergelijking werd gemaakt met de Drentse situatie van weleer, maar ook uit rapporten van de Maatschappij van Welstand uit het jaar 1879 bleek de regio bij lange na niet te voldoen aan de agrarische behoeftes van Hollandse en Gelderse ondernemers. In beide gevallen werd expliciet de nadruk gelegd op de primitieve toestanden, waarbij de bodemstructuur en -kwaliteit telkens als de voornaamste oorzaak werd bestempeld.[12][13]

De Selig- of Selligheden-etymologie[bewerken | brontekst bewerken]

Al decennialang wordt er geschreven over de woordspeling Selig- of Selligheden als oorspronkelijke benaming voor deze dorpen. De naam werd voor zover bekend voor het eerst vermeld in de Nederlandsche Volks-Almanak van het jaar 1857 door dr. N.B. Donkersloot, nadat hij de naam Acht Zaligheden in een voetnoot verder toelicht en schrijft dat de naam eigenlijk zijn oorsprong vindt in de naam Selligheden, verwijzend naar de acht sel-dorpen. Ook had Donkersloot zelf in 1831 nog deelgenomen aan de Tiendaagse veldtocht, waardoor zijn bewering betrouwbaar lijkt.[1] Ook de in Duizel geboren archeoloog en kenner van de streek P.N. Panken schreef over de Selligheden etymologie in zijn publicatie van na 1883. Naast het feit dat uit zijn publicatie valt op te maken dat deze man zich op oudere leeftijd nog bijzonder sterk gekwetst voelde door het kwetsende karakter van de naamgeving, ging Panken ook als een van de weinige dieper in op de oorsprong van de naam zelf. Panken achtte het mogelijk dat de in dit geval kleinerende term zaligheden een verbastering is van Selig- of Selligheden en dat, naast de verwijzing naar het sel suffix, hoofdzakelijk om die reden voor deze naam gekozen is.[14] Over de eeuwen heen zijn er dan ook verschillende West-Germaanse talen waarvan selig de voorloper en de schrijfwijze vormt van het naar het Nederlands verbasterde woord zalig, waaronder ook het Middelnederduits en het Oudfries.[15] Meerdere deskundige leggen de link met de Frankische term sala, de voorloper van de uitgang -sel, wat in het huidige Nederlands verwant is aan het woord zaal. De eerste die het mogelijk achtte dat de herkomst van de naamgeving gezocht moest worden bij deze term was mr. F.J.E. van Zinnicq Bergmann in 1856, waardoor meerdere deskundige hier in meegingen, met als gevolg dat de variant Saligheden ook regelmatig voorkomt in de geschiedschrijving.[16][17] Er mag voorzichtig aangenomen worden dat het hier gaat om een meertalige woordspeling die gezien de complexiteit hoogstwaarschijnlijk aan de hand van taalkundige bekwaamheid is voortgekomen. Het is niet geheel duidelijk tot wanneer deze naam in gebruik was. Wel schreef T.I Welvaarts, de archivaris van de Abdij van Postel, bewust naast de huidige naam ook de term Seligheden in zijn publicatie van 1890. Het heeft er dan ook alle schijn van, al dan niet incidenteel, dat eind 19e eeuw beide varianten mogelijk nog in omloop waren.[18]

Toespeling op de Bergrede[bewerken | brontekst bewerken]

De naam Acht Zaligheden kent diverse verwijzingen die voornamelijk spottend van aard zijn, maar daarnaast is de naam ook een toespeling op de Bergrede, waarbij Jezus de Acht Zaligheden vertelt en waarin het verlangen van de mens naar geluk tot uiting komt. De Nederlands soldaten gebruikten de term niet alleen om aan te geven dat zij moesten verblijven in de in hun ogen barre omstandigheden, maar deelden ze ook een sarcastische sneer uit aan de bewoners die, in hun onwetendheid van de welvaart elders, dachten dat zij een zalig (gelukkig) leven leidden.[19] Ondanks dat de naam veelal in gebruik was bij de Nederlandse soldaten, is niet met zekerheid te zeggen of zij ook de grondleggers zijn van de naam. Deze twijfel komt voort uit het feit dat de term Acht Zaligheden een rooms-katholieke oorsprong kent, daar waar de soldaten voornamelijk protestants waren en mogelijk niet bekend waren met de term. Protestanten spraken dan ook van Acht Zaligsprekingen in plaats van de roomse voorganger.[6] Er bestaan dan ook aannemelijke theorieën dat de naam een vorm van volksetymologie is, die ontstaan zou kunnen zijn uit de inventieve en bijbels geïnspireerde volksgeest van de Kempenaren zelf en die vermoedelijk onder invloed van het getal acht is voortgekomen uit de denigrerende naam Selligheden.[20][21][22] Ook politicus en katholiek onderwijzer dr. H.J.J van Velthoven suggereerde dat de naam te danken was aan de Kempische volksaard die mede door de afzonderlijke ligging ten opzichte van de rest van Noord-Brabant destijds nog sterk heerste en die volgens Van Velthoven omschreven werd als godsdienstzin, soberheid en arbeidslust, maar omschreef ook dat de bevolking schrander was van aard, trots op hun landschap, loyaal aan de rooms-katholieke kerk en vol vitaliteit.[2]

Vergelijkbare catechismusnamen[bewerken | brontekst bewerken]

De Prins van Oranje voert het Nederlandse leger aan in de Slag bij Ravels op 3 augustus 1831, nadat een dag eerder het leger de Drie Goddelijke Deugden waren binnengevallen bij Poppel.

Vergelijkbare naamgevingen kwamen sinds de 19e eeuw meerdere malen voor binnen de Nederlanden, voornamelijk ten zuiden van de grote rivieren, waardoor er vanuit gegaan wordt dat het hier gaat om een katholiek fenomeen. Ook is opmerkelijk dat al deze catechismussen zijn toegepast op dorpen of woningen die als tamelijk armoedig beschouwd werden en aaneengesloten lagen van elkaar. Zo staan de in de Antwerpse Kempen gelegen dorpen Weelde, Poppel en Ravels bekend als de Drie Goddelijke Deugden. Daarnaast wordt deze groep dorpen beschouwd als de tegenhanger van de Acht Zaligheden, aangezien deze beide gebieden aan elkaar grenzen, kampen met dezelfde arme zandgrond en vermoedelijk rond dezelfde periode zijn ontstaan.[23][24] Verder kwamen namen als de Twaalf Apostelen, de Tien Geboden, de Tien Deugden, de Zeven werken van barmhartigheid, de Vijf Geboden, de Vier Uitersten en de Drie Koningen, maar ook de Acht Zaligheden meerdere keren voor.[6][25] Ook in overwegend en van oudsher katholieke plaatsen van boven de rivieren deed dit fenomeen, weliswaar in mindere maten, zich voor en ook is de naam Acht Zaligheden een aantal keer gebruikt voor arbeidswoningen ten noorden van de grote rivieren. Hierbij moet gedacht worden aan plaatsen als: Rotterdam, Dokkum, Bunnik en Lichtenvoorde, waardoor ook de soldaten mogelijk al bekend waren met vergelijkbare naamgevingen. Echter zijn voor zover bekend de Acht Zaligheden uit de Brabantse Kempen de oudste in zijn soort, waardoor het vermoeden bestaat dat deze dan ook als inspiratie diende voor de vele vergelijkbare naamgevingen die daarna volgden. In sommige gevallen worden de Acht Zaligheden in verband gebracht met de vele malen oudere en tevens aangrenzende plaatsen van De Zeven Heerlijkheden.[6]

Van ambivalente geuzennaam tot eretitel[bewerken | brontekst bewerken]

De lokale bevolking omarmde de spotnaam Acht Zaligheden vrijwel terstond als een ambivalente geuzennaam.[19] Mede door de introductie van de kunstmest, de ontginning van de uitgestrekte heidevelden, de opkomst van de zeer bepalende sigarenindustrie en de aanleg van de tramlijn Eindhoven - Reusel, ontstond er langzaamaan welvaart in de regio. Hierdoor groeide de argrarische streek in het tweede deel van de 20e eeuw uit tot een trekpleister, die ook door horeca en toerisme werd ontdekt. Door met name de toeristische sector werd de naam Acht Zaligheden aangegrepen als het symbool voor de streek. Zo werden de sel-dorpen afgeschilderd als pittoreske plaatsjes waar een gemoedelijke, tevreden en bourgondische levenstijl de boventoon voeren. Mede hierdoor werd de term Zaligheid omgezet naar een ware eretitel voor deze dorpen.[26][27][28] Naast de 8 sel-dorpen, pretenderen meerdere Kempische plaatsen zich een zaligheid te mogen noemen. Hier valt uit op te maken dat er van een spotnaam geen spraken meer is, maar een groep is geworden waar menig dorp wilt bijhoren.[7][22][29] De van vroeger uit armoedige Acht Zaligheden zijn begin 21e eeuw niet alleen afhankelijk van het toerisme en de agrarische sector. Het heeft over de eeuwen heen een ware industriële revolutie ondergaan en is dan ook een vast onderdeel van Brainport Regio Eindhoven. Zo werd de gemeente Bladel, waar Netersel ook onderdeel van uitmaakt, in 2014 gerekend tot de top tien sterkste economische gemeenten van Nederland.[30]

De Contente mens (tevreden man), een beeldje op de markt van Eersel. Het staat symbool voor de Kempenaar, die ondanks de armoede een "zalig" leven wist te leiden.

Polemiek omtrent de achtste zaligheid[bewerken | brontekst bewerken]

Feitelijk gezien bestaan de Acht Zaligheden uit zeven dorpen die daadwerkelijk uitgaan op -sel. Over de dorpen Duizel, Eersel, Hulsel, Knegsel, Netersel, Reusel en Steensel bestaat dan ook geen enkele twijfel. Vanaf de jaren 20 van de 20e eeuw ontstond er een ware polemiek omtrent de achtste zaligheid, waarin verschillende deskundige elkaar tegen spraken. Deze aanzienlijke meningsverschillen hebben voornamelijk betrekking op het van oorsprong toegerekende dorp Bladel en het taalkundig correcte Wintelre.[26]

Het monument de Stenen der Zaligheden bij de Groote Cirkel in Reusel, waarbij Wintelre op uiterst rechts het achtste lid vormt.

Bladel als hoofdplaats der Acht Zaligheden[bewerken | brontekst bewerken]

Wat de oorspronkelijk samenstelling van de Acht Zaligheden moet zijn geweest is niet meer met zekerheid te achterhalen. Al sinds het ontstaan van de spotnaam bestaat er onduidelijkheid als het gaat over welk dorp nu daadwerkelijk gerekend kan worden als achtste zaligheid. Deze onduidelijkheid heersten ook onder enkele Nederlandse soldaten die tijdens de Belgische opstand ingekwartierd waren in de streek, aangezien door sommige van hen al eerder de tussenliggende dorpen Hapert en Hoogeloon genoemd werden als achtste lid en opmerkelijk genoeg viel zelfs de naam van de gemeente Hooge en Lage Mierde, waar Hulsel tot 1996 onderdeel van uitmaakte, als zevende zaligheid.[31][32] Ondanks de onduidelijkheid wordt over het algemeen Bladel gezien als de oorspronkelijke achtste plaats, aangezien deze gedurende de geschiedschrijving van de 19e eeuw in bijna alle gevallen gerekend werd tot dit selecte gezelschap, daarnaast vermeld werd in de oudste vermelding van de Acht Zaligheden (1841) en nota bene in meerdere publicaties bestempeld werd als de hoofdplaats der Acht Zaligheden.[33]

De eerste keer dat Bladel genoemd werd als hoofdplaats in een publicatie was in 1845 door dr. C.R. Hermans.[10] In 1878 schreef A. Snieders dat Bladel rond 1830 al spottend de titel hoofdstad der acht zaligheden toegewezen zou hebben gekregen van de Nederlandse soldaten die destijds in de Kempen verbleven.[8] Naast Snieders en Hermans zijn er legio voorbeelden van 19e eeuwse auteurs die zonder enige twijfel Bladel als volwaardig lid van de Acht Zaligheden beschreven. Enkele voorbeelden hiervan zijn: F.J.E. van Zinnicq Bergmann, A.J. van der Aa, J.R. Snieders en P.N. Panken.[34][35] Het is niet geheel duidelijk waarom Bladel van oorsprong gerekend werd tot de Acht Zaligheden, aangezien deze niet op -sel eindigt, ook niet in mondelinge varianten. Zo kwam bijvoorbeeld mr. Van Zinnicq Bergmann met de theorie dat de namen van de zeven omliggende sel-dorpen, mogelijk waren afgeleid van de ooit centraal gelegen Pladella Villa.[16] Het lijkt daarentegen vooral te zijn ingegeven door een grote fixatie op de plaatsnaam en de ligging van het dorp wegens het gebrek aan sel-dorpen, om zo de toespeling te kunnen maken naar de Acht Zaligheden uit de bijbel.

Zoekend naar alternatieven[bewerken | brontekst bewerken]

Ook T.I. Welvaarts was een van de vele 19e eeuwe auteurs die zonder twijfel van mening was dat Bladel de achtste zaligheid was. De archivaris van de Abdij van Postel benoemd in zijn publicatie van 1890 Bladel dan ook als een van de voornaamste der Acht Zaligheden. Echter werd in de voorrede van deze zelfde publicatie door de prior vermeld dat er door sommigen twijfel is ontstaan of Bladel wel bij de Zalig- of Seligheden hoort, aangezien de naam van dit dorp niet uitgaat op -sel. Voor zover bekend is dit de oudste vermelding waarbij een vorm van twijfel werd uitgesproken over Bladel als lid van de Acht Zaligheden.[18] In 1925 werd Bladel door de Vlaamse schrijver J. Persyn beschreven als dat lastige lid van de Acht Zaligheden, dat niet wil uitgaan op -sel, wat ook doet vermoeden dat er ongenoegen bestond over Bladel als Zaligheid.[36] Dat er in deze periode nadrukkelijk gezocht werd naar een oplossing bleek wel in 1929, toen het in de Kempen gelegen Woensel als eerste officiële plaatsvervanger in een publicatie genoemd werd door prof. dr. H. Blink.[37] Opvallend is wel dat de geograaf tussen 1902 en 1906 nog een publicatie uitbracht waarin hij vermeldde dat Bladel tot de Acht Zaligheden behoorde, maar gaf daar specifiek bij aan dat dit in de ogen van de Noord-Brabanders zelf was.[38] De exacte reden van zijn plotselinge bedenking heeft hij echter nooit vermeld. Gezien de enigszins nabije ligging van Woensel en het feit dat het dorp ooit onderdeel van het kwartier van Kempenland was, op Hulsel na net als de overige zaligheden, zou voor Blink een groot aandeel gehad kunnen hebben met betrekking tot zijn keuze. Ook organisaties als de ANWB sloegen aan op de publicatie van Blink. Dit bleek onder andere uit het toeristische tijdschrift de Kampioen van oktober 1948, waarin Woensel volmondig bestempeld werd als het achtste dorp.[22] Naast een aantal in het voordeel van Woensel verschenen publicaties, heeft het dorp zich nooit kunnen manifesteren tot geduchte concurrent van Bladel. De voornaamste reden zou zijn de ligging van Woensel ten opzichte van de streek en zou om deze reden gevoelsmatig geen samenhangend geheel vormen met de overige dorpen.[6] Het in Eindhoven opgegaande dorp werd ook al voor de publicatie van Blink in verband gebracht met de Acht Zaligheden als negende zaligheid.[39]

Wintelre als corrigerende invaller[bewerken | brontekst bewerken]

Kort voor de Tweede Wereldoorlog begon ook het met Knegsel verbonden Wintelre, nadat de naam steeds vaker viel als zaligheid, zich te mengen in de strijd als achtste zaligheid. De definitieve ommekeer ontstond na een publicatie uit 1949 van politicus en historicus dr. H.J.J. van Velthoven.[2] Van Velthoven verwijst onder andere naar de oorspronkelijke benaming Selligheden en de mondelinge variant Wintersel, een naam die al ruim voor de Belgische opstand door de Kempenaren en de overige Meierijenaren in gebruik was.[40] Als reactie op de publicatie van 1949 werd er onder de leden van de Heemkundige Studiekring De Acht Zaligheden tijdens een werkvergadering op 5 juni 1952 een enquête gehouden met de vraag welke acht dorpen het gezelschap daadwerkelijk vormen. Unaniem werd er destijds nog gekozen voor de samenstelling met Bladel.[6] Ook bij de Oerlese dialectkenner A.P. de Bont ontstond weerstand en liet in het vocabularium van zijn Kempische woordenboek van 1958 weten dat er feitelijk maar zeven dorpen zijn die op -sel eindigen, maar beschrijft in plaats van Wintelre, waarvan de variant Wintersel in zijn publicatie wel degelijk werd erkend, toch Bladel als achtste zaligheid.[41][42] In een latere publicatie uit 1966 gaf de dialectkenner nog maar eens aan dat de keuze voor Wintelre alleen zou kunnen voortvloeien uit de gedachtegang van Niet Kempenaren, daarnaast beweerde De Bont ook dat rond die zelfde jaren 60 geboren en getogen Kempenaren dit als onjuist aanvoelen.[43]

Desondanks bleven de daar op volgende publicaties bijna allemaal in het voordeel van Wintelre spreken en werd door allerlei auteurs en bijvoorbeeld ook de provinciale VVV de Wintersel interpretatie, al of niet klakkeloos, overgenomen. Daar waar De Bont nog sprak over autochtone onvrede, sprak de heem- en taalkundige dr. H.M.C.A Mandos in 1971 alweer van heersende onenigheid. Ook Mandos bracht nog een gezaghebbende publicatie uit waarin Bladel als een van de acht werd beschouwd.[6] Vanaf de jaren 70 was het pleit definitief in het voordeel van Wintelre beslecht en bleek het roer binnen twee decennia volledig omgegooid te zijn. Dit werd nog maar eens bevestigd in 1975 bij een publicatie van onder andere F. Verachtert over de geschiedenis van Bladel en Netersel, waarvan de gekozen titel indirect verantwoordelijk bleek voor de bijnaam Negende Zaligheid, zoals het dorp vanaf halverwege de jaren 70 werd genoemd door de eigen inwoners.[44] Factoren van grote invloed die Wintelre als corrigerende invaller makkelijker hebben doen accepteren zijn onder andere dat Wintelre, integenstelling van bijvoorbeeld Woensel, steevast onderdeel uitmaakt van de streek en de mondelinge variant eindigt op de uitgang -sel, waardoor het ongemak van het niet op -sel uitgaande Bladel werd weggewerkt, maar de voornaamste oorzaak moet gezocht worden bij de verschillende auteurs en organisaties waarvan de meerderheid de zelfde meningen deelden en uiteindelijk ook publiceerden.

Aanhoudende commotie en publiciteit[bewerken | brontekst bewerken]

De Bladelse kei op zijn nieuwe locatie naast de N284 in Reusel, de verbindingsweg tussen Bladel en Reusel, met de ironische tekst: Rust, wat een Zaligheid.

Naarmate de 20e eeuw verstreek kwam de ophef rondom de achtste zaligheid enigszins op een laag pitje te staan. In 1997 verscheen er nog een aan de polemiek gewijd artikel van Frans van Schoonderwalt in de Volkskrant, waarin de sportjournalist nogmaals benadrukte dat de onderlinge strijd voornamelijk gevoerd werd tussen de deskundige zelf en dat de gemoedelijkheid onder de Kempenaren er niets onder te lijden had.[26] De ophef rakelt echter opnieuw op nadat er in 2001 door de heemkundekring van Reusel een monument geplaatst werd op de Peelse Heide, bestaande uit een formatie van natuurstenen die geheel geografisch en op schaal de Acht Zaligheden weergeeft en waarin Wintelre, in tegenstelling tot het aan Reusel grenzende Bladel, beschouwd wordt als de achtste zaligheid. Als gevolg hiervan verscheen in mei 2003 op mysterieuze wijze een negende steen, die vele male groter was dan de overige stenen, op de plaats waar Bladel gelegen zou moeten zijn. Het fenomeen trok veel publiciteit, die zowel binnen als buiten de grenzen van de Kempen niet onopgemerkt bleven. Het leidde tot een ware dorpsrel tussen Reusel en Bladel. Er werden meerdere ludieke teksten ingezonden naar lokale bladen en er volgde een aantal tegenacties. Ook werd nogmaals duidelijk dat de meningen van de lokale bevolking sterk in het verdeel van Wintelre spraken.[7] Ook prof. dr. Gerard Rooijakkers was de dorpsrel niet onopgemerkt gebleven en beschreef in een artikel van het Eindhovens Dagblad nog maar eens hoe de kaarten anno 2003 in het verdeel van Wintelre waren geschud.[45] Ook in een later artikel van Trouw memoreerde de historicus nog naar de dorpsrel.[29]

In 2010 kwam de discussie opnieuw ter sprake, nadat onder andere zanger JW Roy, die zelf geboren is in Knegsel, een boek en een cd uitbracht over de Acht Zaligheden. Zes nummers werden geschreven door JW Roy zelf en de twee andere nummers door Gerard van Maasakkers en Guus Meeuwis. Naast het boek en de cd werden er ook theatervoorstellingen gehouden (Ach, Zalig Man). Onder andere JW Roy zelf, Frank Lammers en Roel Spanjers, trokken langs de acht dorpshuizen van de Acht Zaligheden, waarbij die van Bladel, tot ongenoegen van de Bladelnaren zelf, er niet een van was. De voorstellingen beperkten zich in eerste instantie tot de acht dorpen, maar werden uiteindelijk ook op Omroep Brabant uitgezonden, aangezien men bij de omroep van mening was dat het de Brabantse identiteit uitgebreid weergaf. Deze aandacht en de daarbij behorende eenzijdige belichting, bleek voor historicus en publicist Cor van der Heijden in 2011 aanleiding om een artikel uit te brengen in het NRC Handelsblad over hoe de vork daadwerkelijk in de steel steekt met betrekking tot de geschiedenis en de totstandkoming van de samenstelling van de Acht Zaligheden, met als voornaamste doel het geven van een tegengeluid zonder daarbij zelf een voorkeur uit te spreken. Tevens vermeldde Van der Heijden dat het voor de Bladelnaren een pijnlijk gezicht was dat de karavaan aan hun dorp voorbijtrok. Het boek met bijbehorende cd was dan ook niet in Bladel verkrijgbaar.[19]

Topografie[bewerken | brontekst bewerken]

Wegwijzer in het Belgische Postel nabij de grens met Nederland.

Ligging[bewerken | brontekst bewerken]

De dorpen van de Acht Zaligheden bevinden zich in het zuiden oosten van Noord-Brabant, in de streek de Kempen en zijn van zuid tot west omringd door de grens met België. De Acht Zaligheden bevinden zich ten zuidoosten van Tilburg, ten zuidwesten van Eindhoven, ten noorden van Lommel (B) en ten oosten van Turnhout (B), steden die relatief dicht bij de dorpen gelegen zijn. De acht dorpen zijn verspreid over de drie Kempengemeenten, Reusel-De Mierden (2), Bladel (1) en Eersel (5).

Land/streek der Acht Zaligheden[bewerken | brontekst bewerken]

De naam Acht Zaligheden beperkt zich niet alleen tot de 8 sel-dorpen, maar hiermee wordt vaak ook de grensstreek zelf aangeduid. Ook varianten als Land of Streek der Acht Zaligheden kwamen in het verleden met enkele regelmaat voor. Volgens de autochtone bevolking bestaat de streek naast de 8 sel-dorpen uit de dorpen Hooge Mierde, Lage Mierde, Bladel, Hapert, Casteren, Hoogeloon, Vessem en Oerle. Dorpen die in het verleden ook wel de oude kern der Kempen genoemd werden en welke door de vele geschiedkundige en culturele overeenkomsten gevoelsmatig een samenhangend geheel vormen. Het gebied strekt zich in het noorden uit tot de Oostelbeerse en Oirschotse Heide en naar het zuid oosten tot aan de rivier de Run. Voornamelijk door buitenstaanders wordt geografisch gezien onder de naam een ruimer gebied verstaan. In dit geval wordt globaal het gehele gebied ten zuid westen van Eindhoven benoemd tot de Acht Zaligheden en wordt de natuurlijke grens de Run naar het oosten verlegd tot aan ongeveer de rivier de Dommel. Hierdoor worden de dorpen Luyksgestel en Bergeijk en het -hoven-gebied, bestaande uit Meerveldhoven, Veldhoven, Broekhoven, Riethoven, Boshoven en Westerhoven, ook beschouwd als onderdeel van de streek. Ondanks dat de plaatsen Dommelen en Borkel binnen dit gebied gelegen zijn, worden deze merkwaardig genoeg niet meegerekend tot de streek.[6]

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

Het Streekmuseum De Acht Zaligheden te Eersel, dat gehuisvest is in een typisch Kempische langgevelboerderij.
  • De naam Acht Zaligheden is om verschillende redenen terug te vinden in het dorp Eersel. Zo bestond lange tijd het restaurant Acht Zaligheden, waarvan de naam sinds 1956 gebruikt werd en dat tussen 1983 en 1995 in het bezit was van een Michelinster. Ook kent het dorp sinds 1980 een nog altijd bestaand en gelijknamig streekmuseum en is ook de heemkundekring van Eersel voorzien van deze naam.
  • Het dorp Steensel werd vaak gezien als de armzaligste van heel de regio. Aangezien op deze plek de grond het minst vruchtbaar bleek te zijn, werd er aangenomen dat er nog geen pier in deze schrale zandgrond zou kunnen overleven. Ook bestaat er een legende over een pier die per toeval in Steensel terechtkwam en door de bevolking aan de ketting werd gelegd. Steenselnaren worden in de volksmond ook wel pieren genoemd.[24][27]
  • Tot aan de jaren vijftig van de 20e eeuw herinnerde de Eerselse voddeguld nog aan een traditie, welke bestond uit een optocht en het begraven van de Voddejanus, een pop van vodden en stro die symbool stond voor de ingekwartierde soldaat, die herinnerde aan de slechte verstandhouding tussen de overwegend rooms-katholieke bevolking van de Kempen en de protestantse ingekwartierde militairen.[46]
  • Het monument de Stenen der Zaligheden in Reusel biedt in eerste instantie een geografische weergave van de Acht Zaligheden aan, maar daarnaast heeft ook elk dorp zijn eigen zaligspreking toegewezen gekregen.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]