Naar inhoud springen

Actinostrobus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Actinostrobus
Vruchten van de Actinostrobos arenarius
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Naaktzadigen
Orde:Coniferales
Familie:Cupressaceae (Cipresfamilie)
Onderfamilie:Callitroideae
Geslacht
Actinostrobus
Miq. (1845)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Actinostrobus op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Actinostrobus is de botanische naam van een geslacht uit de cipresfamilie (Cupressaceae). De drie soorten uit dit geslacht zijn endemisch in het zuidwesten van West-Australië.[1] Tegenwoordig worden deze soorten wel ingedeeld in het geslacht Callitris.[2]

Er zijn drie soorten in het geslacht, die endemisch zijn in het zuidwesten van West-Australië :

Onderzoek uit 2010 naar Actinostrobus en Callitris op basis van 42 morfologische en anatomische kenmerken[3] plaatst alle drie de soorten in het (uitgebreide) geslacht Callitris, zodat er dan geen onafhankelijk geslacht overblijft.

Afbeelding Wetenschappelijke naam Verspreidingsgebied
Actinostrobus acuminatus zuidwesten van West-Australië
Actinostrobus arenarius West-Australië
Actinostrobus pyramidalis zuidwesten van West-Australië

Het zijn struiken of kleine bomen, die 3 - 8 m hoog kunnen worden. De bomen zijn groenblijvend en het blad bestaan uit twee vormen; jonge naaldachtige bladeren 10 - 20 mm lang op jonge zaailingen (maar af en toe ook bij volwassen bomen bij A. acuminatus ), en schubachtige volwassen bladeren van 2 - 8 mm lang, waarbij alleen de top vrij is. De bladeren staan in zes rijen langs de twijgen, in afwisselende kransen van drie.

De mannelijke kegels zijn klein, 3 - 6 mm lang en bevinden zich aan de uiteinden van de twijgen. De vrouwelijke kegels beginnen eveneens onopvallend. Ze rijpen in achttien tot twintig maanden tot bolvormige tot spits - eivormige kegels van 10 - 20 mm lang en breed. De kegels bestaan uit zes dikke, houtachtige schubben, gerangschikt in twee kransen van drie, en nog eens negen tot vijftien dunne, steriele basale schubben. De kegels blijven jarenlang gesloten om de boom zitten en gaan pas open als ze door een bosbrand worden verbrand. De zaden komen dan vrij en kunnen op de pas vrijgemaakte, verbrande grond groeien.

Het hout van Actinostrobus is licht, zacht en aromatisch, maar de planten zijn te klein voor enig zinvol gebruik ervan. Ze worden af en toe geplant als sierstruiken, maar het gebruik ervan wordt beperkt door de hoge risico's die hun hoge brandbaarheid bij bosbranden met zich meebrengt.