Actio de deiectis vel effusis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Actio de deiectis vel effusis is een Romeinsrechtelijke praetorische procedure waarbij er geen sprake is van schuld (culpa) maar van toeval (casus).[1] De actie wordt ook wel een bloempotactie genoemd, omdat er als voorbeeld vaak het voorval wordt gegeven waarbij er een bloempot uit een raam wordt gegooid dat op het hoofd van een voorbijganger valt. De eigenaar van de woning, waar de bloempot stond, is dan aansprakelijk voor de geleden schade. Deze aansprakelijkheidsgraad wordt de risicoaansprakelijkheid genoemd en is de zwaarste vorm van aansprakelijkheid, het valt makkelijk te bewijzen en moeilijk te voorkomen.

Rechtsstromingen[bewerken]

De Actio de deiectis vel effusis (bloempotactie) wordt onder andere toegepast in de Justiniaanse wetgeving (Romeins recht) en in de Inleidinge tot het Hollandse recht van Hugo de Groot (positief recht). Bij de Justiniaanse wetgeving is er dan sprake van een Quasi ex delicto en bij De Groot Misdaad door wet-duiding. Beiden vallen onder de risicoaansprakelijkheid.

In het rationele natuurrecht, wat onder andere terugkomt in de Franse Code Civil en het Nederlandse Burgerlijk wetboek, kent men geen risicoaansprakelijkheid en is dus de bloempotactie ook niet toepasbaar. In het natuurrecht kent men alleen opzet(dolus)aansprakelijkheid en een schuld(culpa)aansprakelijkheid. Belangrijke vuistregel in het natuurrecht is dat er zonder schuld geen aansprakelijkheid geldt, wat ook wel het verschuldingsprinzip wordt genoemd.

Boete[bewerken]

Als het naar beneden gevallen voorwerp had veroorzaakt dat een vrij persoon werd gedood, werd er een vaste geldboete toegerekend aan de laedens ter hoogte van 50 aurei. Als deze persoon slechts werd verwond, werd er een boete toegerekend die door de rechter werd vastgesteld.[2]