Activisme (België)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pamflet van de Raad van Vlaanderen

Activisme was in de periode van de Eerste Wereldoorlog de benaming voor het deel van de Vlaamse Beweging dat via de collaboratie met Duitsland een aantal Vlaamse grieven en zelfs Vlaamse onafhankelijkheid hoopte te verwezenlijken (maximalisten). De flaminganten die samenwerking met de bezetter afwezen, werden door hen smalend passivisten (minimalisten) genoemd.

Het activisme nam een aanvang met de oprichting van de groep Jong-Vlaanderen in oktober 1914 te Gent. Deze groep stond onder leiding van dominee Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard.

De Flamenpolitik van de Duitse bezettende macht speelde een belangrijke rol bij het ontstaan van het activisme. Door allerlei vooroorlogse Vlaamse eisen in te willigen hoopten de Duitsers de Vlaamse bevolking voor zich te winnen. Via de activisten hoopte men België te kunnen blijven beheersen. De architect van de Flamenpolitik was gouverneur-generaal Moritz von Bissing. Ook de opstand van de Zuid-Afrikaanse Boeren tegen de Britten die in het najaar van 1914 begon, de zgn. Maritz-rebellie, en gelijkaardige verzetsbewegingen in Polen, Tsjechoslowakije en Ierland zetten veel flaminganten aan om in het activistische avontuur te stappen.

Terwijl heel wat activistische intellectuelen op cultureel vlak het humanitair expressionisme aanhingen, leunde het activisme sociaal-economisch sterk aan bij het Daensisme. Door de repressieve maatregelen (opeisingen, voedselrantsoenering, dwangarbeid,...) die de Duitse bezetter aan de bevolking oplegde, konden de activisten toch maar op weinig sympathie rekenen bij de Vlaamse bevolking.

Een eerste belangrijke verwezenlijking van de Flamenpolitik, die gevoerd werd buiten medeweten van de activisten om, was de vernederlandsing van de Franstalige universiteit van Gent in oktober 1916, een oude eis van de flaminganten, iets wat pas in het jaar 1930 definitief zou gebeuren. In februari 1917 richtte de Duitse regering een marionettenregering op om het activisme internationale legitimiteit te verschaffen: de oprichting van de Raad van Vlaanderen op 4 februari 1917 en de reis van een afvaardiging van de Raad naar Berlijn op 3 maart 1917. Op 21 maart van datzelfde jaar werd door von Bissing de geambieerde bestuurlijke scheiding tussen Vlaanderen en Wallonië doorgevoerd. De Raad van Vlaanderen riep op 22 december 1917 - op ingeven van August Borms - de onafhankelijkheid van Vlaanderen uit, waarop de bezetter dit afzwakte tot "autonomie".

Het einde van de activistische Vlaamse Beweging valt samen met het einde van de Eerste Wereldoorlog. Op 11 november 1918 en volgende dagen werden te Gent huizen van activisten geplunderd. Het Studentenhuis aan de Sint-Pietersnieuwstraat werd bijna in brand gestoken door een woedende menigte. De leiders werden gearresteerd of gingen in ballingschap. Deze laatsten werden meestal bij verstek ter dood veroordeeld.

De Vlaamse Beweging groeide verder uit de twee andere takken: de passivisten en de Frontbeweging, ook al bestond er soms overlapping tussen de verschillende strekkingen (cfr. de Sublieme Deserteurs en de Bormsverkiezing).

Activisten[bewerken]

Bekende activisten zijn o.a.


Tegenstanders[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Les archives du Conseil de Flandre, 1928.
  • A. J. FAIGNAERT, Verraad of zelfverdediging?, 1939.
  • H. J. ELIAS, 25 jaar Vlaamse Beweging, 1914-1939, 1969.
  • A.W. WILLEMSEN, Het Vlaams-nationalisme. De geschiedenis van de jaren 1914-1940, 1969.
  • Lode WILS, Flamenpolitiek en Aktivisme, Leuven, 1974.
  • Daniel VANACKER, Het aktivistisch avontuur, 1991.
  • Dieter, VANDENBROUCKE, Dansen op een vulkaan, Victor J. Brunclair, Uitgeverij Bezige Bij, Antwerpen, 585 blz., 2013.
  • Hendrik D. MOMMAERTS & Pieter VAN HEES, Raad van Vlaanderen (1917-1918), in: Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt, 1998.
  • Sophie Gyselinck, Activisten van de Eerste Wereldoorlog gekaricaturiseerd, in: ADVN-mededelingen, nr. 56, 2017.