Adolf Duclos
| Adolf Duclos | ||
|---|---|---|
| Algemene informatie | ||
| Geboortedatum | 30 augustus 1841[1] | |
| Geboorteplaats | Brugge[1] | |
| Overlijdensdatum | 6 maart 1925[1] | |
| Overlijdensplaats | Brugge[1] | |
| Werk | ||
| Beroep | schrijver, historicus, archeoloog, schoolopziener,[2] katholiek priester,[2] leerkracht,[2] pastoor[2] | |
| Werkgever(s) | Sint-Jozefsinstituut Torhout | |
| Werkplaats | Torhout, Brugge, Pervijze, Ieper | |
| Functies | cantor, kanunnik | |
| Studie | ||
| School/ |
Koninklijk Atheneum Brugge, Sint-Vincentiuscollege (Ieper), Sint-Lodewijkscollege, Klein Seminarie Roeselare, Grootseminarie van Brugge | |
| Familie | ||
| Vader | Desiderius Pieter Hendrik Cornelis Duclos | |
| Moeder | Hortense Justine Bogaert | |
| Broers en zussen | Joseph Duclos, Marie Josephine Duclos | |
| Persoonlijk | ||
| Woonplaats | Brugge | |
| Talen | Frans | |
| Moedertaal | Frans | |
| Diversen | ||
| Lid van | Gilde van Sinte Luitgaarde | |
| Prijzen en onderscheidingen | Ridder in de Leopoldsorde[1] | |
Adolf Juliaan Duclos (Brugge, 30 augustus 1841 - Brugge, 6 maart 1925) was een rooms-katholiek priester van het bisdom Brugge, historicus, heemkundige, archeoloog, stoetenbouwer en schrijver.
Levensloop
[bewerken | brontekst bewerken]Hij was de zoon van de Brugse apotheker Desiderius Pieter Hendrik Cornelis Duclos, geboren op 11 februari 1816 te Veurne. Zijn vader was een van de oprichters van de katholieke partij van Brugge. Zijn moeder, Hortense Bogaert, werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge op 26 september 1811. Zij stamde uit verschillende generaties drukkers. Zij was de kleindochter van de stichter van de Gazette van Brugge.
Duclos liep school in het atheneum van Brugge, vervolgens in het college van Ieper en vanaf de vierde middelbare in Sint-Lodewijkscollege in Brugge. In de retorica 1859-60 had hij de priester en taalkundige Leonard Lodewijk De Bo (1826-1885) als leraar.
In oktober 1860 trad hij binnen in het Klein Seminarie in Roeselare. In 1861 vervolgde hij zijn studie aan het grootseminarie in Brugge, en leerde toen Guido Gezelle kennen. Op 10 juni 1865 werd hij priester gewijd en aansluitend leraar benoemd aan de normaalschool in het West-Vlaamse Torhout. Vanaf 1868 was hij ondersecretaris en 'bewaarder van de relikwieën' in het bisdom en in 1884 werd hij erekanunnik. In 1889 werd hij pastoor in Pervijze bij Diksmuide. Hij liet er de bouwvallige Sint-Niklaaskerk herstellen en van een nieuwe toren voorzien. In 1897 werd hij pastoor van de Sint-Jacobsparochie in Ieper. Ook hier zorgde hij voor de bouw van een volwaardige torenspits.
Op 20 mei 1903 werd hij teruggeroepen naar Brugge. Hij verbleef voortaan in zijn neogotische woning aan de Hendrik Consciencelaan. Hij werd benoemd tot kanunnik van het kapittel. Op 13 december 1910 werd hij econoom-opzichter van het bisschoppelijk Sint-Lodewijkscollege en op 13 december 1911 werd hij benoemd tot kanunnik-cantor. Tot zijn laatste dag ging hij, op latere leeftijd, dagelijks de mis opdragen in de nabijgelegen kerk van de paters kapucienen in de Boeveriestraat.
Op zijn doodsbrief werd vermeld: 'Kanonik-Cantor, Secretaris van het Kappitel en van het Bureel der Kerkmeesters der hoofdkerk van Brugge, briefwisselend lid der Koninklijke Commissie van gedenkstukken, Ridder van de Leopoldorde'.
Publicist en organisator
[bewerken | brontekst bewerken]In 1871 volgde Duclos Guido Gezelle op als redacteur van het weekblad Rond den Heerd (1871-1902). Gezelle moest het redacteurschap vanwege financiële en gezondheidsproblemen opgeven. Met Adolf Duclos brak voor het katholieke gezinsblad Rond den Heerd een bloeiperiode aan.
In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte Luitgaarde, opgericht ter ondersteuning van Rond den Heerd.

In 1875 was hij initiatiefnemer en medestichter van een Brugse afdeling van het Davidsfonds. Gedurende meer dan drie decennia zou hij in het hoofdbestuur van deze vereniging zetelen.
Duclos was ook bestuurslid en later voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, voorloper van wat het Gruuthusemuseum werd.
Hij speelde een voorname rol in de discussies over de oprichting en de feestelijkheden bij de onthulling in 1887 van het standbeeld ter ere van Breydel en De Coninck. Hij ontwierp verschillende religieuze processies en historische stoeten, onder meer gewijd aan de zalige Karel de Goede, de zalige Idesbaldus van der Gracht en Onze-Lieve-Vrouw van Blindekens.
Taalparticularist
[bewerken | brontekst bewerken]Duclos behoorde samen met Guido Gezelle, Albrecht Rodenbach, Hugo Verriest en Leonard Lodewijk De Bo tot de belangrijkste vertegenwoordigers van het West-Vlaamse taalparticularisme, de Vlaamse Beweging in West-Vlaanderen. Kenmerkende standpunten van deze groepering waren het ultramontane katholicisme en de koestering van de eigen streektaal. Het Standaardnederlands werd door de particularisten in verband gebracht met "Hollandse steriliteit" en het protestantisme. Ook de taalbemoeienissen van de in 1886 opgerichte Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde konden niet rekenen op de instemming van Duclos, die het West-Vlaamse taaleigen wilden behouden. Rond den Heerd werd een belangrijke spreekbuis voor deze beweging, totdat deze rol rond 1880 door andere tijdschriften werd overgenomen.
Historicus en monumentenzorger
[bewerken | brontekst bewerken]Duclos speelde ook een gezaghebbende rol in de ideeën over architectuur en monumentenzorg. Voorstander van het bouwen in 'Brugse stijl', promoveerde hij de neogotiek volgens de Engelse canons. Hij onderhield goede vriendschapsbanden met James Weale, Jean Bethune, Jules Helbig en in Brugge met onder meer Louis Grossé en Samuel Coucke. Hij hield een uitgebreide documentatie bij, die later in het bezit kwam van priester en historicus Michiel English en na diens dood door de provincie West-Vlaanderen werd verworven. Duclos mengde zich in talrijke discussies over bouwen en restaureren en werd een actief lid van de Provinciale Commissie voor monumenten. Hij werd tevens actief lid van de door de stad Brugge opgerichte Raadgevende Commissie voor Stedenschoon.
Het voornaamste en meest blijvende werk van Duclos is zijn Bruges, histoire et souvenirs, dat een eeuw na publicatie een standaardwerk blijft over Brugge. In zijn allesomvattende ambitie is het ondertussen op vele punten aangevuld of verbeterd, maar nooit vervangen.
Een straat in Brugge (gemeenteafdeling Sint-Pieters) draagt sinds 1949 zijn naam.
Arme klaren
[bewerken | brontekst bewerken]Onder de vele kloosters die Brugge telde, was er een abdij van arme klaren-coletienen. De dynamische abdis Marie-Dominique Berlamont, die een dozijn nieuwe clarissenkloosters stichtte, was in 1871 overleden en werd al snel als een mogelijke heilige vereerd.
Duclos wijdde aan haar leven, haar stichtingen en haar geschriften een boek dat zowel in het Nederlands als het Frans werd gepubliceerd. De uitgaven verschenen zonder auteursnaam, maar weldra werd Duclos als auteur genoemd. Dit wordt bevestigd op de website van de Bibliothèque Franciscaine des Capucins en ook aldus vermeld in Dictionnaire des femmes belges – XIXe et XXe siècles (onder de directie van Eliane Gubin, Catherine Jacques, Valérie Piette en Jean Puissant, éditions Racine, 2006, p. 51).
Gregoriaanse zang
[bewerken | brontekst bewerken]De veelzijdige Adolf Duclos interesseerde zich zeer voor de renaissance van de gregoriaanse muziek in de kerkelijke liturgie. Hij had hierin een actieve medestander in zijn broer, de priester en componist Jozef Duclos, aalmoezenier aan het Lemmensinstituut in Mechelen.
Duclos wijdde verschillende artikels in Rond den Heerd aan het gregoriaans en publiceerde er twee boeken over. Hij schreef de tekst voor gezangen die door zijn broer werden op muziek gezet en hij organiseerde uitvoeringen ervan tijdens bijeenkomsten van het Davidsfonds. Als gevolg hiervan werd hij in 1911 tot cantor in de Brugse kathedraal benoemd. Dit gaf hem verantwoordelijkheid voor de uitvoering van liturgische gezangen in deze kathedraal.
Werken
[bewerken | brontekst bewerken]
- Talrijke bijdragen in 'Rond den Heerd', 'Handelingen van het Genootschap voor geschiedenis te Brugge' en andere publicaties.
- Veurnes Beschermheiligen (1870)
- Tillo de Saks (1871)
- Hans Memlinc, zijn leven en zijn schilderwerken (1871)
- Sint Dominicus in Suriano (1872)
- Eenige Pastoors van Vladsloo (1872)
- Kort begrip van den Katechismus van volharding (1872, vertaling uit het Frans van een werk door Mgr Gaume.
- De oude Kuste van Vlaanderen (1873)
- Vie de la Mère Marie-Dominique, dans le monde Julie Berlamont, abbesse des Pauvres Claires Colettines (1873)
- Het heilige Jaar (1875)
- Het leven van de eerweerde Moeder Maria-Dominica, in de wereld Julie Berlamont, Abdesse der Arme-Claren Colettinen te Brugge. Met hare brieven, de stichtingen die zij te wege bracht, en andere bijzonderheden wegens het klooster der Arme-Claren Colettinen van Brugge (1875)
- Etude sur la conservation des reliques (1875)
- Les principes qui doivent présider à la restauration des monumùents du moyen-âge (1875)
- Jan Breidel en Pieter de Coninc (1877)
- Wie heeft er... Karel de Goede vermoord?, in: Rond den Heerd (1877)
- Rapport sur la situation et les progrès de la société archéologique de Bruges et de son musée, in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge (1877)
- Saint Maclou, in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge (1877)
- Pius de Groote, eene schets van zijn leven, uitgegeven onder toezicht van de Gemeenzaamheid der jonge werklieden te Brugge (1878)
- Het Leven van Z.H. Leo XIII (1879)
- De quelques anciens usages en fait d'enseigmenet, in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge (1879)
- Inventaire des joyaux, ornements, etc. de l'église Saint-Nicolas à Furnes le 19 mars 1629, in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge (1879)
- Onze Helden van 1302, Eene studie over hunne daden en hunnen geest, in verband gebracht met de Voortijden (1880)
- Onze Zeehaven, in: Rond den Heerd (1881)
- Reivaart of de Wraak van den Tempelier, vaderlandsche tafereelen (1319-1322) (1882)
- Les Matines Brugeoises. Etude critique, in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge (1881-1882)
- De Bruggelingen en hun haven, in: Rond den Heerd (1883)
- Bruges en trois jours, promenades dans la Venise du Nord (1883)
- Geschiedenis van den Zaligen Karel de Goede (1884)
- De laatste dagen van 't Brugsch Hanzekantoor, in: Rond den Heerd (1885)
- Bruges en un jour (1887)
- Vie de la Mère Marie-Dominique, dans le monde Julie Berlamont, abbesse des Pauvres Claires Colettines et sur la Vie de la Mère Marie-Bernardine, dans le monde Rose Liebaert, abbesse des Pauvres Claires Colettines (1888)
- Brugge-aan-de-Zee, in: Rond den Heerd (1890)
- De Gelukzalige Idesbald van der Gracht, in: Rond den Heerd, (1890)
- De Fransche omwenteling in Veurne-Ambacht en bijzonderlijk te Pervijze, in: Rond den Heerd (1890)
- Les futurs boulevards de Bruges (1897)
- Two days in Bruges (1901)
- Onze helden van 1302, nieuwe uitgave (1902)
- L’art des façades à Bruges (1902)
- Introduction à l'exécution du chant grégorien (1904)
- Sa Sainteté Pie X et la musique religieuse (1905)
- Onze Lieve Vrouwe van Blindekens te Brugge (1905)
- Bruges, histoire et souvenirs (1910).
- De Blindekensprocessie, vlugschrift (1913)
- Les fouilles sous le dallage de la cathédrale de Bruges, in: Handelingen van het Genootschap voor geschiedenis te Brugge, 1913.
- Le nom de Memling, in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge (2014)
- La chasuble de Michel Wouters, in: Handelingen van het Genootschap^voor geschiedenis te Brugge (2014)
- De eerste eeuw van het Broederschap der zeven weeën van Maria in Sint Salvators (1922)
- Is Sint Gillis te Brugge uit O.L.Vrouw ter Reie genomen ? (1925)
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]- Edm. VERHAMME, Deken De Bo, 1914.
- Michiel ENGLISH, Z. E. Kanunnik Duclos, in: Ons Volk Ontwaakt, 22 maart 1925.
- X, Kanunnik Duclos, in: Het Belfort, 14 maart 1925.
- P. ALLOSSERY, Kanonik Adolf Duclos, in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis in Brugge, Brugge, 1926.
- P. ALLOSSERY, Kanonik Adolf Duclos, Deel II, in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis in Brugge, Brugge, 1928.
- Koninklijke Gidsenbond Brugge, Panorama van Brugse geschiedschrijving sedert Duclos, Brugge, 1972.
- Jan VANDER HOEVEN, Adolf Duclos, in: Lexicon van West-Vlaamse schrijvers, Deel >I, Torhout, 1984.
- Fernand BONNEURE, Adolf Duclos, VWS-cahiers nr. 163, 1993.
- J. DE MAEYER, Adolf Duclos, in: Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt, Lannoo, 1998.
- Tom VERSCHAFFEL, Aanschouwelijke Middeleeuwen. Historische optochten en vaderlandse drama's in het negentiende-eeuwse België, 1999.
- Jan DUMOLYN, Een strijdbare Vlaamse kanunnik over de Brugse Metten, in: Uit de korf van de Emulatie. Baanbrekende historische bijdragen gepubliceerd in 175 jaar Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge, Brugge, 2014, ISBN 9789082203806, blz. 35-39.
- Jan DE BUSSCHER, Adolf Duclos, in: Brugge die Scone, Maart 2026, blz. 1-6.
Externe links
[bewerken | brontekst bewerken]- Profiel bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (dbnl)
- Meer over Adolf Duclos via www.gezelle.be[3]
- 1 2 3 4 5 ODIS; geraadpleegd op: 14 augustus 2022; ODIS-identificatiecode: PS_5236.
- 1 2 3 4 ODIS; ODIS-identificatiecode: PS_5236.
- ↑ Adolf Duclos. Gezelle. Gearchiveerd op 29 juni 2021. Geraadpleegd op 29 juni 2021.