Adonismycena

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Adonismycena
Adonismycena
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota
Klasse:Agaricomycetes
Orde:Agaricales
Familie:Marasmiaceae
Geslacht:Atheniella
Soort
Atheniella adonis
(Bull.) Redhead, Moncalvo, Vilgalys, Desjardin & B.A. Perry[1] (2012)
Onderkant van de hoed
Onderkant van de hoed
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Adonismycena (Atheniella adonis) is een paddenstoel uit de familie Marasmiaceae.[2] De soort is een saprofyt en staat in Nederland op de Rode Lijst.

Naamgevingsgeschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

De botanische naam van de soort werd in 1793 door Jean Baptiste François Pierre Bulliard gepubliceerd als Agaricus adonis.[3] Die naam werd door Elias Magnus Fries in 1821 gesanctioneerd.[4] Samuel Frederick Gray plaatste de soort in 1821 in het geslacht Mycena.[5] In 1943 plaatste Rolf Singer de soort in het geslacht Hemimycena,[6] maar schoof ze in 1953 nog een keer door, nu naar Marasmiellus.[7] Dit is een geslacht in de familie Marasmiaceae, waarmee deze soort dus niet langer tot de familie Mycenaceae werd gerekend. De voorlopig laatste verandering was toen Redhead et al. in 2012 de soort in het door hen nieuw gecreëerde geslacht Atheniella plaatsten.[1] Agaricus adonis is de typesoort van dat geslacht. Agaricus floridulus Fr. en Mycena rubella Quél. worden als synonieme namen voor Atheniella adonis beschouwd.[2]

Synonymie[bewerken | brontekst bewerken]

  • Atheniella adonis (Bull.) Redhead, Moncalvo, Vilgalys, Desjardin & B.A. Perry, 2012
    • Agaricus adonis Bull., 1793
    • Mycena adonis (Bull.) Gray, 1821
    • Hemimycena adonis (Bull.) Singer, 1943
    • Marasmiellus adonis (Bull.) Singer, 1951
  • Agaricus floridulus Fr., 1838
    • Collybia floridula (Fr.) Gillet, 1876
    • Mycena floridula (Fr.) P. Karst., 1877
    • Marasmiellus floridulus (Fr.) Singer, 1951
  • Mycena rubella Quél., 1884

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

De soort is minder dan 1 centimeter lang waardoor bepaalde kenmerken niet goed met het blote oog waargenomen kunnen worden. De steel is tussen de 15 en 30 millimeter lang en tussen de 1 en de 2 millimeter breed. De steel heeft een wit-grijzige kleur en het vruchtvlees heeft een kleurverloop dat varieert van roze tot oranje. De soort is geurloos en de lamellen zijn wit van kleur. De hoed heeft een diameter van tussen de 8 en de 15 millimeter en de vorm varieert van kegelvormig tot klokvormig. De hoed is ietwat doorzichtig en heeft een roodachtige kleur. De adonismycena is niet eetbaar.

Standplaats[bewerken | brontekst bewerken]

De Adonismycena groeit onder vochtige omstandigheden zoals in duinvalleien, langs slootkanten en in schraalgraslanden zoals het blauwgrasland. Daarnaast komt de soort voor op dood hout in bosgebieden en in hoogveengebieden. De soort houdt van een voedselarme bodem met een lage zuurgraad.