Adriaan Morriën

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Adriaan Morriën
Morriën (1987)
Morriën (1987)
Algemene informatie
Geboren 5 juni 1912
Geboorteplaats Velsen
Overleden 7 juni 2002
Overlijdensplaats Amsterdam
Land Vlag van Nederland Nederland
Beroep schrijver en vertaler
Werk
Genre erotische poëzie, miniaturen
Bekende werken Plantage Muidergracht
Uitgeverij De Bezige Bij
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Theo Kars, diens echtgenote Karin, Morriën en Metten Koornstra (Boekenbal 1972)

Adriaan Morriën (Velsen, 5 juni 1912Amsterdam, 7 juni 2002) was een Nederlands dichter, essayist, vertaler en criticus.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Morriën debuteerde in 1935 met een gedicht in Forum. Zijn eerste dichtbundel Hartslag verscheen in 1939.

Morriën accepteerde in 1941 een subsidie van 250 gulden, hem toegekend door het departement van Volksvoorlichting en Kunsten. Uitgever John Meulenhoff had hem geadviseerd het bedrag te accepteren opdat er iets terug kwam van het kapitaal dat de bezetter de burgers had afgepakt. Volgens biograaf Rob Molin bleef het hierbij en onderhield Morriën verder geen connecties met het departement, werd hij geen lid van de Nederlandsche Kultuurkamer. Wel ontplooide hij activiteiten in de clandestiene uitgeverij.[1]

Aan het begin van de jaren 1940 werkte hij mee aan het tijdschrift Criterium, dat in 1942 ophield te verschijnen.[2] In 1944 stelde hij de uitgever, John Meulenhoff van Uitgeverij Meulenhoff, voor het blad na de oorlog nieuw leven in te blazen. Meulenhoff had datzelfde plan en bood Morriën een plaats in de redactie aan.[3] Ook stuurde hij potentiële medewerkers bij Morriën langs voor kennismaking. Zo raakte hij in 1944 bevriend met Willem Frederik Hermans, die in 1946 tot de redactie toe zou treden. Hermans kwam 's avonds bij Morriën om het manuscript van zijn roman Conserve voor te lezen.[4] In 1945 liet Morriën twee fragmenten in Criterium verschijnen en publiceerde daarna diens roman De tranen der acacia's als feuilleton, waartegen Meulenhoff bezwaren had vanwege de schunnige passages.[5]

Na de Tweede Wereldoorlog werkte hij vooral aan vertalingen, literaire beschouwingen en recensies voor onder andere Het Parool. Hij was een aantal jaar docent Frans en werkte bij het Instituut voor Vertaalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Hij was betrokken bij de oprichting van het Fonds voor de Letteren. Als redacteur van een aantal literaire tijdschriften (onder andere Tirade), beoordeelde hij manuscripten. Ook was hij adviseur van de uitgeverijen G.A. van Oorschot en De Bezige Bij. Een aantal belangrijke schrijvers, onder wie Harry Mulisch, Gerard Reve en de dichter Hans Lodeizen, werden door hem 'mede-ontdekt'.

Adriaan Morriën vertaalde onder meer werken van Albert Camus, Heinrich Böll, Sigmund Freud, Erich Kästner, Choderlos de Laclos (Les liaisons dangereuses), Guy de Maupassant en Pauline Réage (Histoire d'O).

Morriën was lid van het Republikeins Genootschap, maar toch werd hij in 1999 benoemd tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Morriën was de vader van de twee kunstenaressen Adriënne en Alissa Morriën, die sinds de jaren 80 samenwoonden met het echtpaar Marte Röling en Henk Jurriaans.

Prijzen[bewerken | brontekst bewerken]

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1939 - Hartslag (gedichten)
  • 1942 - Landwind (gedichten)
  • 1944 - Afscheid van Lida (novelle)
  • 1945 - Luchtalarm (gedichten)
  • 1946 - Het vaderland (gedichten)
  • 1951 - Een slordig mens (verhalen)
  • 1954 - Vriendschap voor een boom (gedichten)
  • 1955 - Een bijzonder mooi been (verhalen)
  • 1955 - De gruwelkamer van W.F. Hermans, of Ik moet altijd gelijk hebben
  • 1956 - Kijken naar de wolken (gedichten)
  • 1957 - Alissa en Adrienne
  • 1959 - Concurreren met de sterren (literatuurbeschouwingen)
  • 1960 - Verzen van een vader (gedichten)
  • 1961 - Verzamelde gedichten (gedichten)
  • 1962 - Moeders en zonen (gedichten)
  • 1964 - Mens en engel (verhalen)
  • 1968 - Het gebruik van een wandspiegel (gedichten)
  • 1968 - Cryptogram (proza en gedichten)
  • 1969 - Waarom ik geen Dante-specialist ben geworden. Een bijdrage tot het probleem van besluitvorming (verhalen)
  • 1975 - Lasterpraat (gevarieerde proza)
  • 1976 - Een mooi dik meisje zonder borsten (gedichten)
  • 1979 - Juni
  • 1980 - Avond in een tuin (gedichten)
  • 1986 - Oogappel (gedichten)
  • 1988 - Plantage Muidergracht
  • 1992 - Het kalfje van de gnoe en andere miniaturen
  • 1992 - Een toegevoegd zintuig (gedichten)
  • 1993 - Verzamelde gedichten (poëzie)
  • 1994 - De vinger van een dooie mof. Verhalen, miniaturen, gedichten
  • 1996 - Ik heb nu weer de tijd
  • 1999 - Brood op de plank. Verzameld kritisch proza
  • 2001 - Lotus-brieven. Het verslag van een betovering (brievenbundel)

Vertalingen[bewerken | brontekst bewerken]

Secundaire literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1995 - Adriaan Morriën en het heelal in de huiskamer. De opvattingen van een eigenzinnige literatuurcriticus (proefschrift van Rob Molin)

Bron[bewerken | brontekst bewerken]

  • Molin, Rob: Lieve rebel. Biografie van Adriaan Morriën. Amsterdam, De Arbeiderspers, 2005

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Commons heeft mediabestanden in de categorie Adriaan Morriën.
Wikiquote heeft een of meer citaten van of over Adriaan Morriën.