Afkoop

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Afkoop is het ineens betalen van een langdurige geldelijke verplichting, waarna deze ophoudt te bestaan.

Voor de afkoop worden bepaalde formules gehanteerd, afhankelijk van het soort verplichting. De formule is er meestal op gericht de ontvanger van de gelden schadeloos te stellen voor hetgeen hij mis zou lopen. Het bedrag dan wordt betaald wordt afkoopsom genoemd.

Moet iemand bijvoorbeeld jaarlijks € 100 betalen, tot in de lengte van dagen dan zou hij dat kunnen afkopen tegen het 20-voudige, dus € 2000. De ontvanger kan dit dan wegzetten voor een rente van 5%. Hij ontvangt dan ieder jaar € 100, gelijk aan de oude ontvangsten.

Vaak wordt echter een andere, lager uitvallende formule gebruikt en is het rentepercentage beperkter. Als de premiebetalingen fiscaal gefaciliteerd waren, kan dit tot fiscale bijheffing leiden, soms met extra strafmaatregelen wegens het 'misbruiken' van een fiscaal gefaciliteerde polis. Afkoop is dus financieel gezien niet altijd gunstig voor de ontvanger van de afkoopsom. Dat het toch wordt gedaan, is omdat men van de periodieke rompslomp af wil zijn, of omdat men snel geld nodig heeft.

In de jaren 80 gingen steeds meer aidspatiënten over tot afkoop van hun lijfrentepolissen om de peperdure medicijnen te kunnen betalen, dan wel om in de paar jaar die ze nog hadden het geld aan iets bijzonders, zoals een wereldreis, te besteden. Dit leidde ertoe dat professionele investeerders de premieverplichtingen en het recht op de overlijdensuitkering overnamen. Hoewel door velen als onethisch betiteld (men krijgt er immers belang bij dat de verzekerde snel overlijdt), zijn hier de life settlements uit voortgekomen, inmiddels een snelgroeiende tak binnen de financiële wereld.

Formule[bewerken]

De algemene formule voor een afkoopsom is:

waarin:
= afkoopsom
= kosten
= aantal jaren (frequentie waarin de kosten optreden)
= rentepercentage[1]

De afkoopsom (A) is dat bedrag waarvan, na een bepaald aantal jaren (n) en tegen een bepaalde rentepercentage (p), de benodigde kosten (K) kunnen worden bepaald, waarna de oorspronkelijke afkoopsom overblijft. In formule:

.

Op deze manier kunnen om een bepaald aantal jaren de kosten worden betaald.[2]

voorbeeld 
Het vervangen van een duiker kost € 1000 en de levensduur is 30 jaar. Dan is bij 5% rente de afkoopsom:
De afkoopsom van € 301,03 wordt 30 jaar weggezet tegen 5% rente. Dit levert na 30 jaar € 1301,03 op. Dan wordt hiervan € 1000 gebruikt voor het vervangen van de duiker. Het resterende bedrag van € 301,03 wordt weer 30 jaar weggezet. En zo voort.

Opmerkingen[bewerken]

  1. Een lagere rente levert een hogere afkoopsom op.
    Bij 4% wordt de afkoopsom in het voorbeeld € 445,75.
  2. Moeten de kosten ieder jaar (n = 1) worden opgebracht, wordt de formule . Bij 5% rente is dat:

Abonnement[bewerken]

Bij bijvoorbeeld een vrij-reizenabonnement koopt de reiziger de verplichting af om per reis te betalen. De NS spreekt dan ook wel van een afgekocht reisrecht, afgekochte uren, afgekocht traject, enz.