Afwateringskanaal Meijel-Neer aan de Maas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Afwateringskanaal Meijel-Neer aan de Maas (ook: Neerskanaal) is een kanaal dat loopt van de Noordervaart en de Helenavaart bij Meijel naar Neer, waar het tussen Neer en Kessel-Eik uitmondt in de Maas.

Geschiedenis[bewerken]

In 1657 werd de Gekke Graaf aangelegd. Dit was een droge gracht die de grens markeerde tussen Spaans Opper-Gelre in het noorden en het Prinsbisdom Luik in het zuiden. Het tracé van deze Gekke Graaf vormde de basis voor het veel later gegraven Afwateringskanaal.

Het probleem was de afwatering van de Peel. Aanvankelijk wilde men het (zure) water van de Peel laten afvloeien via de Noordervaart en de Zuid-Willemsvaart, maar hiertegen werd bezwaar geopperd door de bezitters van vloeiweiden langs deze Zuid-Willemsvaart, die immers gevoed werd door kalkrijk Maaswater.

Aldus ontstond het plan om een ruim 10 kilometer lang afwateringskanaal naar de Maas te graven. Het kanaal moest 8 meter breed en 1,5 meter diep worden. De bedoeling was dat het ook de directe omgeving zou ontwateren en dat het geschikt zou worden voor kleine schepen. Van 1854 tot 1861 werd er aan gegraven. Toen werd het opgeleverd. Jan van de Griendt speelde als aannemer een rol bij de aanleg ervan.

Er behoorden bij het kanaal een aantal sluizen. Deze waren van hout en werden van 1884-1888 vervangen door met basalt en baksteen versterkte sluizen. De scheepvaart bleef beperkt, want men kon via het kanaal niet de Maas op varen: Er was een losplaats bij de Napoleonsweg tussen Neer en Kessel-Eik, en van daar uit kon Meijel worden bereikt. In 1933 werd het kanaal voor de scheepvaart gesloten en diende nog slechts als afwateringskanaal, waarbij ook nog eens het waterpeil werd verlaagd om de afwatering te bevorderen.

Tegenwoordig is het kanaal ook van toeristische en cultuurhistorische betekenis.