Afzetting (bestuur)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een afzettingsprocedure is een proces om een bestuurder gedwongen uit zijn functie te ontheffen.

Etymologie[bewerken | brontekst bewerken]

Het woord impeachment is afgeleid van het Franse empêcher, wat tegenhouden[1] of voorkomen betekent.

Verenigde Staten[bewerken | brontekst bewerken]

Het afzettingsproces van president Andrew Johnson in de Amerikaanse Senaat in 1868
Het afzettingsproces van president Bill Clinton in de Amerikaanse Senaat in 1999
Opperrechter John Roberts zit het afzettingsproces van president Donald Trump voor in 2020

Procedure[bewerken | brontekst bewerken]

Het Huis van Afgevaardigden kan Articles of Impeachment (een tenlastelegging) tegen een functionaris aannemen met een eenvoudige meerderheid. Indien een rechter of andere functionaris het onderwerp van een afzettingsprocedure is, wordt hij berecht in de Senaat. Bij een president van de Verenigde Staten wordt het proces ook in de Senaat gehouden, met het verschil dat niet de vicepresident maar de opperrechter van het Amerikaans Hooggerechtshof de procedure leidt. De Senaat stemt dan na afloop van het proces. Voor afzetting is een twee derde meerderheid nodig.

Gronden[bewerken | brontekst bewerken]

Artikel 2, sectie 4 van de Grondwet van de Verenigde Staten luidt:

The President, Vice President, and all civil Officers of the United States shall be removed from Office on Impeachment for, and conviction of, Treason, Bribery, or other High Crimes and Misdemeanors.

De president, vicepresident en alle burgerlijke functionarissen van de Verenigde Staten zullen uit hun functie ontzet worden na impeachment en schuldigverklaring aan hoogverraad, omkoperij of andere zware misdrijven of misdragingen.[2]

De formulering 'all civil Officers' laat, evenals andere bewoordingen van deze zin, veel ruimte voor interpretatie en misverstand. Gewoonlijk wordt zij opgevat als 'mensen die door de president benoemd zijn'; zij omvat zeker niet de lagere ambtenaren. Het woord 'High' verwijst hier naar het hoge ambt en in de uitdrukking 'High Crime' duidt het dus niet op de ernst van de overtredingen, maar op de mate waarin ze het ambt bezoedelen. De aanduiding 'High Crime' wijst zelfs niet noodzakelijkerwijs naar strafbare daden, maar naar ernstig verwijtbaar gedrag. Ook de term 'misdemeanor' moet niet in de gangbare juridische betekenis opgevat worden, waarin hij duidt op lichtere misdrijven, gewoonlijk met een gevangenisstraf tot een jaar. De term wordt in dit grondwetsartikel gebruikt in de ruimere betekenis van 'criminele daden'.

Procedures tegen presidenten[bewerken | brontekst bewerken]

Drie presidenten van de Verenigde Staten zijn daadwerkelijk onderworpen aan een afzettingsprocedure nadat zij in staat van beschuldiging waren gesteld ("impeached") door het Huis van Afgevaardigden. Er is nog nooit een president door impeachment afgezet (wel zijn berechtingen afgebroken wegens zelf aftreden en overlijden). In alle gevallen werd in de Senaat de vereiste twee derde meerderheid niet gehaald:

  • Andrew Johnson in 1868 in de periode van de Reconstructie na de Amerikaanse Burgeroorlog. Johnson werd echter niet afgezet doordat in de Senaat één stem ontbrak voor een twee derde meerderheid.
  • Bill Clinton in 1999, in verband met onware verklaringen in de zogenoemde Lewinsky-affaire. Ook hier kwam het niet tot afzetting, doordat in de Senaat de vereiste twee derde meerderheid niet werd gehaald.
In bovenstaande afzettingsprocedures speelde vooral een belangrijke rol dat de president had gelogen (meineed gepleegd) ten overstaan van juridische en maatschappelijke instanties.
  • Donald Trump in december 2019 in verband met machtsmisbruik en het tegenwerken van het Congres in de zogenoemde Oekraïne-affaire.[3] Op 26 september 2019 kondigde de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden Nancy Pelosi aan dat het Huis een procedure zou beginnen om president Trump in beschuldiging te stellen. De aanleiding daartoe was Trumps vermeende poging om de president van Oekraïne onder druk te zetten een onderzoek in te stellen tegen zijn politieke rivaal oud-vicepresident Joe Biden die kandidaat van de Democraten wil worden bij de presidentsverkiezing van 2020. Zes commissies van het Huis van Afgevaardigden gingen voorbereidend onderzoek doen. Later werd besloten openbare hoorzittingen te gaan houden, waarna een stemming volgde waarbij alle Republikeinse afgevaardigden tegenstemden en alle Democratische afgevaardigden die aanwezig waren voorstemden, met uitzondering van Tulsi Gabbard die zich onthield van stemming.[4] De Articles of Impeachment werden op 15 januari 2020 overgedragen aan de Senaat. Op 5 februari 2020 werd Trump door een meerderheid van de senatoren vrijgesproken. Alle Democratische senatoren stemden voor afzetting, alle Republikeinse senatoren, met uitzondering van Mitt Romney stemden tegen.[5]

Tegen Richard Nixon dreigden er, in verband met het zogenoemde Watergateschandaal, in het Huis van Afgevaardigden Articles of Impeachment te worden aangenomen, maar hij trad af voordat het zover kwam. Ook tegen Warren G. Harding dreigde in 1923 een afzettingsprocedure wegens de corruptie en vriendjespolitiek onder zijn bewind (onder andere het Teapot Dome-schandaal), maar hij overleed voordat de procedure kon worden begonnen.

Filipijnen[bewerken | brontekst bewerken]

Een afzettingsprocedure in de Filipijnen is gebaseerd op de Amerikaanse procedure en lijkt daar dan ook sterk op. Het belangrijkste verschil is dat in de Filipijnen slechts een derde van de leden van het Filipijns Huis van Afgevaardigden voor de motie tot afzetting hoeft te stemmen om deze aan te nemen. Na aanname van de Articles of Impeachment wordt de functionaris net als in de Verenigde Staten berecht in de Senaat. Net als in de Verenigde Staten dienen voor een veroordeling van de functionaris twee derde van de senatoren voor te stemmen.

De enige president van de Filipijnen tegen wie ooit met resultaat een afzettingsprocedure werd begonnen was Joseph Estrada. Tegen hem werd in 2000 door het Huis van Afgevaardigden met succes een motie tot afzetting aangenomen. Het kwam echter nooit tot een veroordeling door de Filipijnse Senaat, omdat er tijdens de behandeling van de rechtszaak in de Filipijnse Senaat een opstand uitbrak toen de Senaat in meerderheid tegen het openen van een envelop met bewijsmateriaal stemde. Na een vier dagen durende opstand werd hij afgezet. Tegen opvolger Macagapal-Arroyo werd vier maal een afzettingsprocedure opgestart. Geen enkele keer was er in het Huis van Afgevaardigden een minimum van een derde van de leden voorstander van afzetting. In mei 2012 werd de opperrechter van het Filipijns hooggerechtshof Renato Corona veroordeeld door de Filipijnse Senaat, nadat eerder al in december 2011 de Articles of Impeachment werden aangenomen.