Akkoord van Parijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Akkoord van Parijs
Arc de Triomphe (Parijs)
Verdragstype VN-verdrag
Onderwerp klimaat
Rechtsgebied wereld
Ondertekend 12 december 2015 in Parijs
In werking getreden 4 december 2016
Status in werking
Talen Arabisch, Chinees, Engels, Frans, Russisch en Spaans
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Het akkoord van Parijs (ook Parijs-akkoord of klimaatakkoord), een onderdeel van het Klimaatverdrag, is een internationaal verdrag om de opwarming van de aarde te beteugelen. Het akkoord is op 12 december 2015 gepresenteerd op de klimaatconferentie van Parijs 2015.

In het akkoord wordt de bovengrens van 2 graden opwarming ten opzichte van het pre-industriële tijdperk voor het eerst in een juridisch instrument vastgelegd. Bovendien wordt het streven vastgelegd om de opwarming beperkt te houden tot 1,5 graad.[1] Verder moet er nu snel een eind komen aan het gebruik van fossiele brandstoffen, aangezien dit een belangrijke oorzaak is van de overmatige CO2-uitstoot.

Het verdrag vereist lidstaten om nationale klimaatplannen (nationaal vastgestelde bijdragen, National Determined Contributions, NDC's, of Intended National Determined Contributions, INDC's, als het over intenties gaat) op te stellen die ambitieus zijn en waarvan het ambitieniveau bij ieder nieuw plan moet toenemen. Bovendien werd opgenomen dat van de rijke landen wordt verwacht dat zij ontwikkelingslanden financieel zullen steunen bij het terugbrengen van hun eigen uitstoot. De Amerikaanse president Barack Obama had deze twee laatste zaken als voorwaarde voor het akkoord gesteld.

Het akkoord betreft de periode na 2020 en zou pas in werking treden na ratificatie door 55 landen, die gezamenlijk meer dan 55% van de broeikasgassen uitstoten. Het Akkoord werd ongewoon snel geratificeerd: reeds op 5 oktober 2016 werd de drempel bereikt, zodat het Akkoord op 4 november 2016 in werking kon treden, vlak voor de klimaatconferentie van Marrakesh 2016.[2]

Het akkoord van Parijs

Vanaf 2023 zal er om de vijf jaar een wereldwijde evaluatie ("Global Stocktake") plaatsvinden van de uitstoot(vermindering).[3]

Ondertekenaars[bewerken]

Naast de partijen in het Klimaatverdrag, die het Akkoord in Parijs sloten, hebben nog een aantal andere landen het Akkoord van Parijs ondertekend. Op 5 maart 2018 hadden 195 landen, waaronder 175 partijen in het Klimaatverdrag, het Akkoord ondertekend. Het Akkoord werd echter door 21 landen, waaronder Colombia, Irak, Iran, Turkije en Rusland nog niet geratificeerd[4]

Stand van zaken[bewerken]

Doelstellingen ontoereikend[bewerken]

Een van de ingebouwde zwakheden van het Akkoord bestaat erin dat de landen zelf hun klimaatdoelstellingen bepalen. Een andere tekortkoming is het feit dat de luchtvaart en scheepvaart niet vermeld worden.[5]

Nog voor het in werking treden van het Akkoord was er twijfel gerezen of de doelstellingen van Parijs, zelfs bij toepassing, zouden volstaan om de opwarming tot 1,5° of 2°C te beperken.[6] Sedertdien werd de twijfel een zekerheid, volgens meerdere wetenschappelijke rapporten, onder meer van het Massachusetts Institute of Technology in april 2016,[7] van Nature in juni 2016[8] en van het VN-Milieuprogramma in november 2016.[9]

Daarenboven blijkt intussen dat verreweg de meeste landen zelfs die matige doelstellingen niet zullen gehaald hebben tegen de eerstvolgende evaluatie op de Klimaatconferentie van Katowice 2018, 3 jaar na het sluiten van het Akkoord.[10][11]

Bindend, niet afdwingbaar[bewerken]

Het Akkoord is weliswaar bindend, maar sancties kunnen niet opgelegd worden (tenzij onrechtstreeks, binnen de Europese Unie).[5] Dat ontlokte klimaatveteraan James Hansen de bittere opmerking “dat Parijs een nepakkoord is”.[12] Enkel structurele maatregelen zoals een CO2-taks zou hierin verbetering kunnen brengen, aldus milieu-economen.[13]

Implementatie[bewerken]

De concrete uitvoering van het Akkoord moest echter nog verder onderhandeld worden. Het gaat dan om een hele reeks technische regelingen en modaliteiten (Paris Rulebook) op verschillende terreinen, waaronder transparantie, adaptatie, emissiereducties, financiering, capaciteitsopbouw en technologie.[14] Het overleg hierover is aangevat op de Klimaatconferentie van Bonn 2017, en wordt afgerond op de Klimaatconferentie van Katowice 2018, met tussentijdse vergaderingen.

Desinvesteren[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Desinvesteren voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Milieugroepen en -economen wijzen op het enorme gewicht dat de privé-sector in de schaal kan leggen door steeds meer te desinvesteren in fossiele brandstoffen, en des te meer in hernieuwbare energie.[15] Met name de pensioenfondsen zouden hierin een belangrijke rol kunnen spelen.[16]

One Planet Summit[bewerken]

Naar aanleiding van de tweede verjaardag van het Akkoord, werd op 12 december 2017 in Parijs de One Planet Summit bijeengeroepen, op uitnodiging van de Franse president Emmanuel Macron, en georganiseerd in samenwerking met de Verenigde Naties en de Wereldbank. Bijna 4.000 deelnemers en een vijftigtal staatshoofden en regeringsleiders bespraken in vier secties de opvolging van het Akkoord van Parijs. Er werden een aantal praktische afspraken gemaakt voor de financiering van klimaatprojecten, met een bijzondere nadruk op de inbreng van bedrijven en banken. De slotresolutie omvatte twaalf punten met voornemens en toezeggingen.[17]

Opmerkelijk was de stellingname van VN-secretaris-generaal António Guterres tegen investeringen in fossiele brandstoffen (Het is ook een feit dat fossiele brandstoffen sterk worden gesubsidieerd - wat betekent dat we investeren in onze eigen ondergang)[18], en de sombere waarschuwing van president Macron (On est en train de perdre la bataille - "we zijn de strijd aan het verliezen").[19][20]

Voorts liet de Wereldbank weten vanaf 2019 geen investeringen meer in fossiele brandstoffen te zullen ondersteunen, tenzij voor de armste landen, maar ook dan binnen het Akkoord van Parijs.[21]

Externe links[bewerken]