Aktion Höss

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Groep Hongaarse Joden net na aankomst in Auschwitz II.

Aktion Höss was de codenaam voor de massamoord op de Hongaarse Joden door nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Hongaarse Joden werden van begin mei tot begin juli 1944 gedeporteerd naar Auschwitz. Een groot deel van de gedeporteerden kwam om het leven.[1]

Duitsland neemt macht over in Hongarije[bewerken]

Hongarije was tot 1944 een trouwe bondgenoot van de Duitsers. Toen de Duitsers aan het oostfront flink terrein begon te verliezen, zocht Horthy, staatshoofd van Hongarije, contact met de geallieerden. Hitler werd hiervan op de hoogte gesteld en was daar niet van gediend. Hij liet de Wehrmacht op 19 maart 1944 het land binnenvallen en zetten er zijn eigen regering op; Horthy bleef wel staatshoofd.[2] In Hongarije waren de Joden wel vervolgd, maar nooit uitgeleverd aan de Duitsers. Met de nieuwe regering kwam hier verandering in. Zij dreven de Joden samen in getto's en doorvoerkampen. Met de aanwezigheid van 795.000 Joden in het land, was er nog een boel werk te verzetten voor de Duitsers.

Deportaties en vergassingen[bewerken]

Deze grootschalige operatie vergde wel een goede leiding en daarom werd Rudolf Höß op 8 mei 1944 weer aangesteld als kampcommandant.[2] De operatie werd eveneens naar hem genoemd, Aktion Höss. Höß begon direct met een voorbereiding van het kamp. De crematoria werden opgeknapt en verbeterd, zodat ze de grote vraag aankonden. Achter de crematoria werden diepe putten gegraven en het Sonderkommando werd flink uitgebreid.

Auschwitz was het aangewezen kamp voor deze operatie. Op 29 en 30 april vertrokken de eerste twee transporten richting Auschwitz. Ongeveer 3.800 mensen werden in deze twee treinen vervoerd. Vanaf 15 mei begonnen de grootschalige deportaties. Twee weken lang waren er geen Joden vanuit Hongarije aangekomen, maar vanaf dat moment vertrokken elke dag ongeveer 12.000 Joden naar Auschwitz. Ze werden bij aankomst direct naar de gaskamers gestuurd. Tot 9 juli 1944 werden er 437.402 in 151 treinen naar Auschwitz gedeporteerd en vermoord.[1][3]

De Joden moesten een treinreis van vier dagen afleggen, alvorens ze in Auschwitz aankwamen. De veewagons waren overvol en velen kwamen al om het leven door gebrek aan eten, drinken of voldoende zuurstof. Het grote aantal gedeporteerden bleek zo hoog te liggen dat de crematoria het grote aantal lijken niet konden verwerken. De lijken werden in de eerder gegraven putten achter de crematoria opgestapeld en verbrand.

Einde van de deportaties[bewerken]

Horthy, onder druk staande van neutrale landen en de geallieerden, liet de deportaties van de Joden verbieden. Ze hadden Horthy gedreigd hem persoonlijk verantwoordelijk te houden voor alle deportaties uit Hongarije. De deportaties werden stilgelegd, mede omdat de Duitsers hun energie nu volledig op de oorlogsvoering moesten richten.

Op 14 juli probeerde Adolf Eichmann een transport met 1.500 Joden naar Auschwitz te krijgen, maar Horthy gaf het bevel te stoppen voordat de trein de grens passeerde. Op 19 juli deed Eichmann opnieuw een poging en ditmaal slaagde hij in zijn opzet.[1] De 1.500 Joden werden naar Auschwitz gebracht en vergast.

Op 13 augustus arriveerde een klein transport van 131 Joden in Auschwitz en op 18 augustus arriveerde eveneens een klein transport in Auschwitz.[1] Dit laatste transport omvatte 152 Joden en was tevens het allerlaatste transport vanuit Hongarije. Hiermee kwam een einde aan Aktion Höss. Meer dan de helft van alle Hongaarse Joden was gedeporteerd en, het grootste deel daarvan, vermoord in Auschwitz.