Al-Aqsamoskee

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Al-Aqsamoskee
Een van de vier minaretten van de Al Aqsamoskee in 1900
Al-Aqsamoskee gezien vanaf het plein voor de Westmuur
Situering op de Tempelberg
Kruisvaarderskoning Boudewijn II staat Al-Aqsa af aan de Tempeliers (13e-eeuwse miniatuur).
Binnenaanzicht
Ondergrondse gebedshal (vroegere stallingen)

De Al-Aqsamoskee (Arabisch المسجد الأقصى al-masjid ul-aqsā, "De verste moskee") of El-Aksamoskee is gebouwd op de zuidzijde van de Tempelberg in Jeruzalem, op een steenworp van de Rotskoepelmoskee. Hij moet enkel de Ka'aba in Mekka en de Moskee van de Profeet in Medina laten voorgaan als heiligere plaatsen van de islam. De Al-Aqsamoskee is de grootste moskee van Jeruzalem met plaats voor ongeveer 5.000 mensen. Hij is alleen voor moslims toegankelijk.[1]

De naam, "het verste huis", verwijst naar Soera De Nachtreis. In de vroege islam was Al-Aqsa de voorgeschreven gebedsrichting. Er is een hadith die zegt dat de moskee door Jakob, zoon van Isaak, werd gebouwd.

Geschiedenis[bewerken]

De oudste informatie over de Al-Aqsamoskee is een beschrijving van Sophronius. Het gebouw was toen een ruw houten gebedsplaats voor de soldaten van kalief Omar. Moe'awija, eertijds een generaal van Omar, liet zich er in 658 AD tot kalief kronen.[2] Het huidige stenen gebouw dateert van 660 AD. De nieuwe kalief, die over het algemeen vreedzame betrekkingen onderhield met Byzantium kreeg toen hulp bij de bouw van ongeveer 200 Byzantijnse architecten en bouwvakkers. Dit is nog altijd goed te zien in de Byzantijnse stijl van het gebouw. In de 20e eeuw ontdekte papyri uit Aphrodito wijzen erop dat de bouwwerkzaamheden liepen van 706 tot 717.[3]

Bij de inname van Jeruzalem tijdens de Eerste Kruistocht (1099) richtten de kruisvaarders in de moskee een bloederige slachting aan, beschreven door de christelijke kroniekschrijver Fulcher van Chartres.[4] De belegerden, die in en zelfs op de moskee waren gevlucht, werden met pijlen gedood en van het dak geworpen. Binnen werden 10.000 personen onthoofd, vrouwen en kinderen niet uitgezonderd. Men waadde er enkeldiep door het bloed, nog steeds volgens Fulcher. Zijn Arabische tegenhanger Ali Ibn al-Athir had het over 70.000 doden.[5]

De kruisvaarders ontnamen de Al-Aqsamoskee zijn religieuze functie en richtten er vanaf 1104 het bestuurlijk centrum in van hun kruisvaardersstaat, het koninkrijk Jeruzalem. Bij hen stond de moskee bekend als Tempel van Salomon (Templum Salomonis). Ze gebruikten hem als koninklijk paleis en de ondergrondse gewelven als stallen. In 1119 wees koning Boudewijn II van Jeruzalem een vleugel ervan toe aan de Tempeliers. De naam van deze orde, voluit Orde van de Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomo, is een rechtstreekse verwijzing naar dit nieuwe hoofdkwartier. Enige tijd later verhuisde Boudewijn naar een nieuw paleis bij de Toren van David. De Tempeliers hadden de voormalige moskee nu voor zich alleen en lieten aan de oost- en westzijde nieuwe constructies optrekken (afgebroken in 1943). Dankzij de aantekeningen van de Duitse pilgrim Johannes von Würzburg is een beschrijving van hun complex overgeleverd.

Na de herovering van Jeruzalem liet Saladin een grote dankdienst houden in Al-Aqsa (9 oktober 1187). Later liet hij de moskee grondig verbouwen (1216-17).

Incidenten[bewerken]

In 1951 werd bij een aanslag de Jordaanse koning Abdullah I bij het verlaten van de moskee gedood door de Palestijn Mustafa Ashu.

In 1969 werd de door Saladin gebouwde minbar verwoest door een brand die gesticht werd door Denis Michael Rohan, een lid van de christelijke sekte Worldwide Church of God. Met zijn actie wilde hij de wederkomst van Jezus versnellen. Hij werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en later het land uit gestuurd. Begin 2007 werd in de moskee een replica van de minbar geïnstalleerd.[6]

In de periode 1996–1999 is de vanuit de moskee bereikbare, ondergrondse Marwani gebedshal (of moskee) door de waqf tot stand gebracht, op de locatie die bekendstaat als de stallen van Salomo (stallen van de kruisvaarders, mogelijk op de locatie van de Tempel van Salomo). Daarbij is grond verwijderd zonder acht te slaan op het archeologische belang. Voor zover nog beschikbaar werd de verwijderde grond in 2005 alsnog onderzocht door Israël, in het Temple Mount Sifting Project.

In 2000 op verkiezingscampagne bezocht de toenmalige Israëlische oppositieleider Ariel Sharon de Tempelberg, waaronder de Al-Aqsamoskee en de Rotskoepel. Hij werd hierbij omringd door zo'n duizend veiligheidsagenten. De Tempelberg, de heiligste plaats in het jodendom, waar zich ook de Al-Aqsamoskee bevindt, is in rangorde de 3de heilige plaats van de islam; en is daarom zeer omstreden. Palestijnen op de Tempelberg begonnen met stenen te gooien en de definitieve uitbraak van de Tweede Intifada, die vijf jaar zou duren, was hiermee een feit.

Externe link[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Tempelberg RKK
  2. At-Tabari, vol. 2, p. 4; Masudi, vol. 5, p. 14
  3. Moshe Gil, A History of Palestine, 634–1099, Cambridge University Press, 1997, blz. 95
  4. Fulcher van Chartres, Historia Hierosolymitana, boek I, hoofdstuk 27
  5. Al-Kāmil fī At-tārīkh ("De volledige geschiedenis")
  6. (en) Al-Aqsa mosque gets new rostrum, Al Jazeera English, 24 januari 2007