Alain Le Léap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Alain Le Léap (29 september 1905 in Lanmeur (Finistère) — 26 december 1986 bij Le Pradet in het departement Var) was een Franse vakbondsman.

Hij was al voor de Tweede Wereldoorlog actief in de vakbond CGT. Op 4 september 1944 werd hij benoemd tot lid van het tijdelijke bureau van het uitvoerend Comité van de Federatie van de ambtenaren binnen de CGT. In 1946 werd hij gekozen tot secretaris-generaal van de ambtenarenbond in de CGT.

Alain Le Léap was een van de niet-communistische leiders die na de splitsing in december 1947 actief bleven in de nu vrijwel uitsluitend communistische CGT-leiding.[1] Van januari 1948 tot januari 1957 was hij lid van het Confederale Bureau van de Algemene Confederatie van de Arbeid. Van januari 1948 tot 27 september 1957 was hij secretaris-generaal van de CGT. Hij was tot 1957 vicevoorzitter van een internationale organisatie, de pro-communistische World Federation of Trade Unions.

Medaille van de Stalin Vredesprijs

Op 10 oktober 1952 werd Alain Le Léap door de Franse politie gearresteerd. Hij werd ervan verdacht het leger te hebben gedemoraliseerd.[2] De tenlastelegging luidde "samenzwering tegen de veiligheid van de staat" in de nasleep van protesten tegen de aankomst in Parijs van de Amerikaanse generaal Matthew Ridgway. De generaal die op het NAVO hoofdkwartier bij Parijs ging werken, was eerder bevelhebber in de Koreaanse oorlog geweest. Hij werd er door de communisten van beschuldigd in Korea biologische wapens te hebben gebruikt.[bron?] Tijdens de protesten vielen een dode en meerdere gewonden. Op 23 augustus 1953 werd Alain Le Léap weer vrijgelaten. Hij ontving in december 1954 de Stalin Vredesprijs.

Alain Le Léap was tussen 1977 en 1979 namens de Franse Communistische Partij burgemeester van Le Pradet.[3]