Alan Dershowitz

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Alan Morton Dershowitz (2009)

Alan Morton Dershowitz (1 september 1938) is een Amerikaanse advocaat en academicus.

Hij begon zijn carrière als docent aan de Harvard Law School, waar hij in 1967, op 28-jarige leeftijd, de jongste hoogleraar in de geschiedenis werd. Hij doceerde aan Harvard tot zijn pensionering als leraar in december 2013.

Dershowitz is betrokken geweest bij verschillende spraakmakende rechtszaken, onder meer als lid van het verdedigingsteam voor het afzettingsproces van Donald Trump. Als strafrechtadvocaat/juridisch adviseur werkte hij ook voor een aantal bekende klanten, onder wie Mike Tyson, Jeffrey Epstein, Julian Assange en Harvey Weinstein. Zijn meest bekende zaak was waarschijnlijk het proces tegen O.J. Simpson, die verdacht werd van een dubbele moord in 1995.


Band met Jeffrey Epstein[bewerken | brontekst bewerken]

Na een onderzoek van de FBI naar sexueel strafbare gedragingen met minderjarigen, werd in 2007 een akte van beschuldiging opgesteld tegen Jeffrey Epstein. In 2008 maakte Alan Dershowitz deel uit van een juridisch team dat een deal regelde voor Epstein. In deze deal bekende Epstein schuld in ruil voor slechts 18 maanden cel. Ook betekende de deal immuniteit tegen vervolging voor alle handlangers van Epstein, al dan niet benoemd (non-prosecution agreement, NPA). Deze deal is altijd zeer controversieel gevonden en slachtoffers begrepen niet waarom de aanklager, Alexander Acosta, ermee akoord ging. In de Netflix documentaire "Jeffrey Epstein: Filthy Rich" (2020) wordt Alan Dershowitz zelf ook door een vrouw beschuldigd van verkrachting. Hijzelf ontkent de vrouw ooit ontmoet te hebben.[bron?]

Vete met Norman Finkelstein[bewerken | brontekst bewerken]

Norman Finkelstein heeft met zijn boek Beyond Chutzpah: On the Misuse of Anti-Semitism and the Abuse of History (letterlijk De schaamteloze brutaliteit voorbij) scherpe kritiek geuit op Dershowitz' The Case for Israel (De Zaak Israël). Finkelstein gaat met zijn kritiek in op zowel de inhoud van dat boek als op de persoonlijke integriteit van Dershowitz en beschuldigt hem van fraude, falsificaties en plagiaat. Volgens Finkelstein heeft Dershowitz geen goed onderzoek verricht en schrijft hij zijn bronnen zo letterlijk over - zonder bronvermelding volgens de wetenschappelijke regels - dat zelfs fouten worden overgenomen. Omdat ze juridisch niet bewezen zijn moet Finkelstein de beschuldigingen van plagiaat en fraude intrekken. Onbeslist blijft of de citaten door de beugel kunnen, bijvoorbeeld die uit het stijlboek van Dershowitz' eigen universiteit. Hoewel Dershowitz de bronnen noemt (in een referentie), worden de aangehaalde teksten namelijk niet als citaat in zijn boek gepresenteerd.

De scherpe kritiek van Finkelstein op Dershowitz' boek was in de VS al in 2003 uitgelopen op een grote rel.[1] Een rechtstreekse confrontatie tussen Finkelstein en Derschowitz werd op de Amerikaanse televisie uitgezonden. Dershowitz lanceerde later met succes een campagne om de vaste aanstelling van Finkelstein als hoogleraar te blokkeren.[2]

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]