Albanese opstand van 1912

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Albanese opstand van 1912
Illustratie van de Albanese rebellie tegen de Ottomanen uit de eerste reeks (1910) van de opstand
Locatie Albanië, Kosovo Vilajet
Resultaat Albanese overwinning
Territoriale
veranderingen
Stichting moderne Albanië
Strijdende partijen
Flag of the Provisional Government of Albania (1912–1914).svg Albanese militie Fictitious Ottoman flag 11.svg Ottomaanse Rijk
Leiders en commandanten
Flag of the Provisional Government of Albania (1912–1914).svg Ismail Qemali
Flag of the Provisional Government of Albania (1912–1914).svg Isa Boletini
Fictitious Ottoman flag 11.svg Mehmet V Reşat
Troepensterkte
60.000 - 80.000 50.000

De Albanese opstand van 1912 was de laatste opstand tegen het Ottomaanse Rijk. De opstand duurde van januari tot en met september 1912. De Albanezen wisten in november van dat jaar onafhankelijkheid te realiseren van het Ottomaanse Rijk en zodoende het moderne Albanië te stichten.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Zie Albanees-Turkse Oorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nadat het middeleeuws Albanië na een jarenlange oorlog in 1479 werd veroverd door de Ottomaanse sultans, zou Albanië vanaf dat jaar tot en met 1912 deel uitmaken van het Ottomaanse Rijk. De Albanezen kenden gedurende deze periode van 433 jaar geen eigen onafhankelijke staat maar slechts enkele autonome vorstendommen als vazal onder de Ottomaanse heerschappij.

Verloop[bewerken | brontekst bewerken]

De regering van Albanië na de onafhankelijkheid.
Zie Voorlopige regering van Albanië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de 18e en 19e eeuw verzwakte het Ottomaanse Rijk, in deze periode riepen onder anderen Servië, Bosnië en Griekenland al onafhankelijkheid uit. De Albanezen streefden ook naar een eigen onafhankelijke staat. De grootste redenen hiervoor waren de wetten die de Jonge Turken hadden ingevoerd, die nadelig waren voor de Albanese bevolking. Zo kregen de Albanezen belastingverhogingen, dienstplicht in het Ottomaanse leger en werden de Albanezen ontwapend.

De Albanezen creëerden guerrillabewegingen aan het einde van de 18e eeuw, waar het moderne Albanese nationalisme van afstamt. Echter, de eerste grote Albanese opstand ontstond in 1910, gesteund door Bulgarije en Montenegro. Dit zou een tweeweekse conflict worden waarna de Ottomanen de controle terug kregen. In deze periode sprak de latere stichter van het moderne Albanië, politicus Ismail Qemali, in het Ottomaanse parlement over de rechten van de Albanezen, die in hun ogen minimaal waren. Hasan Prishtina, eveneens een politicus, en tegenstander van de Jong Turken waarschuwde hen al voor een toekomstig onafhankelijk Albanië. Ondertussen creëerde Isa Boletini, een Albanese nationalist uit Kosovo, een paramilitaire groepering die met wapens een eigen Albanese staat zouden opeisen. Na een maandenlange gewapend conflict zou Albanië in november 1912 haar onafhankelijkheid oproepen.

Isa Boletini en Ismail Qemali, de belangrijkste figuren van de Albanese onafhankelijkheid.

Ismail Qemali en Hasan Prishtina, twee liberale grondbezitters, vormden het eerste bestuur van Albanië. Op 28 november 1912 werd Qemali voorzitter van het Voorlopige Parlement en daarmee in feite staatshoofd. Albanië werd na druk van Oostenrijk-Hongarije en Italië door de internationale gemeenschap erkend.