Albert Coppé

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Albert Coppé
1967
1967
Geboren 26 november 1911
Brugge
Overleden 30 maart 1999
Tervuren
Politieke partij CVP
Beroep Politicus
Vlag van Europa Europees Commissaris namens België
belast met Begroting, Financiële controle, Investeringen, Kredietverlening en Voorlichting
Aangetreden 2 juli 1967
Einde termijn 6 januari 1973
President Jean Rey
Franco Maria Malfatti
Sicco Mansholt
Opvolger Henri Simonet
Vlag van Europa President van de Hoge Autoriteit voor Kolen en Staal
Aangetreden 1 maart 1967
Einde termijn 30 juni 1967
Voorganger Rinaldo Del Bo
Opvolger Positie opgeheven
Vlag van Europa Lid van de Hoge Autoriteit van de EGKS namens België
Aangetreden 10 augustus 1952
Einde termijn 28 februari 1967
President Jean Monnet
René Mayer
Paul Finet
Piero Malvestiti
Rinaldo Del Bo
Voorganger Positie gecreëerd
Opvolger Positie opgeheven
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Albert Léon Louis Coppé (Brugge, 26 november 1911 - Tervuren, 30 maart 1999) was een Belgisch hoogleraar en politicus. Hij was onder meer medeoprichter van de Christelijke Volkspartij, minister en Europees commissaris.

Brugse wortels[bewerken]

Coppé behoorde tot een Brugse handelaarsfamilie. Zijn vader dreef een kolenhandel nabij de Brugse achterhaven. Hij was de vierde in een gezin van acht kinderen. Zijn ouders, een zus en een tante verloren in 1942 het leven tijdens een bombardement op de haven van Brugge. Zelf trouwde hij in 1940 met Marie-Henriette Van Driessche. Ze hadden samen acht kinderen.

Hij liep tijdens de Eerste Wereldoorlog lagere school in Haarlem en middelbare school in het Sint-Lodewijkscollege (1919-1924) en het Sint-Franciscus-Xaveriusinstituut (1924-1929) in Brugge.

Universitaire loopbaan[bewerken]

Van 1929 tot 1940 studeerde Coppé aan de Katholieke Universiteit Leuven. Aan deze universiteit werd hij in 1932 licentiaat in de handels-en financiële wetenschappen, in 1933 licentiaat in politieke en sociale wetenschappen, in 1934 licentiaat in de toegepaste economische wetenschappen en in 1939 doctor in de economische wetenschappen.

Vanaf 1933 werd hij assistent boekhouding en financiële controle bij professor Vaes. In augustus 1940 werd hij benoemd tot hoogleraar economie aan de Faculteit economische en sociale wetenschappen, waar hij tot in 1983 onafgebroken doceerde, eerst als gewoon hoogleraar, vervolgens als buitengewoon hoogleraar. In 1945 werd hij eveneens redacteur economie bij het dagblad De Nieuwe Standaard.

Politieke loopbaan[bewerken]

In 1946 werd Coppé voor de CVP verkozen tot lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers in het arrondissement Brussel, een functie die hij bleef uitoefenen tot in 1952. Van juni tot augustus 1950 was hij eveneens minister van Openbare Werken in de Regering-Duvieusart, van augustus 1950 tot januari 1952 minister van Economische Zaken en Middenstand in de Regering-Pholien en van januari tot augustus 1952 minister van Wederopbouw in de Regering-Van Houtte.

In augustus 1952 verliet Coppé de nationale politiek om vicevoorzitter van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal te worden, een functie die hij bleef uitoefenen tot in 1967. Daarna was hij van 1967 tot 1973 lid van de Europese Commissie: van 1967 tot 1969 met de bevoegdheden Begroting, EGKS-investeringen en Voorlichtingsdiensten en van 1969 tot 1973 met de bevoegdheid Sociale Sector.

Daarenboven was hij van 1969 tot 1972 voorzitter van de Vereniging voor Internationale Relaties. Ten tijde van de discussies rond de staatshervorming was hij een pleitbezorger van het unionistisch federalisme en in de jaren 1990 behoorde hij tot een drukkingsgroep van zakenlui die zich verenigden in de vzw Tegen het Separatisme.[1]

In het bedrijfsleven[bewerken]

Na het einde van zijn Europese loopbaan was Coppé vanaf 1973 actief in het bedrijfsleven. Van 1974 tot 1983 was hij voorzitter van de Bedrijfsraad van de Bouwnijverheid en van 1973 tot 1979 was hij lid van de toezichtsraad bij Koninklijke Philips Electronics. Hij was eveneens actief bij de Generale Bank: van 1974 tot 1977 als bestuurder en van 1977 tot 1981 als voorzitter van de raad van bestuur.

Publicaties[bewerken]

  • Problèmes d'économie charbonnière. Essai d'orientation économique, Brugge, 1939
  • Economische politiek en levensstandaard, Brugge, 1946
  • De Europese uitdaging, Antwerpen - Utrecht, 1970
  • Inflatie, Antwerpen - Amsterdam, 1974
  • De multinationale onderneming, Antwerpen -Utrecht, 1974
  • Polemiek rond België, Acco, 1992
  • Bijdragen in wetenschappelijke tijdschriften
  • Zeer talrijke artikels in
    • La Patrie (1935)
    • De Nieuwe Standaard (1944-1950)
    • La Libre Belgique (1974-1988)
    • De Financieel-economische Tijd (1989-1995)
    • Gazet van Antwerpen (1989-1993)
    • De Nieuwe Gids (1975-1995)

Eerbetuigingen[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Jean-Claude RICQIER, Où Albert Coppé donne libre audience à ses souvenirs, in: Revue générale, 1987
  • Luc FOSSAERT, Albert Coppé, een staatsman van bij ons, in: Concordia (driemaandelijks tijdschrift), Brugge, 1994.
  • Leo TINDEMANS & Daniel CARDON DE LICHTBUER (uitg.), Albert Coppé, uitg. Garant, Antwerpen - Apeldoorn, 2006.

Externe links[bewerken]

Voorganger:
Auguste Buisseret
Minister van Openbare Werken
1950
Opvolger:
Oscar Behogne
Voorganger:
Gaston Eyskens
Minister van Economische Zaken en Middenstand
1950-1952
Opvolger:
Jean Duvieusart
Voorganger:
August De Boodt
Minister van Wederopbouw
1952
Opvolger:
André Dequae
Voorganger:
Jean Rey
Europees commissaris voor België
1967-1972
Opvolger:
Henri Simonet