Albert Speer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Zie Albert Speer jr. voor de zoon van Albert Speer, ook een Duits planoloog.
Albert Speer
Speer op het Proces van Neurenberg (1945-1946)
Speer op het Proces van Neurenberg (1945-1946)
Algemeen
Geboortedatum 19 maart 1905
Sterfdatum 1 september 1981
Geslacht Man
Geboorteplaats Mannheim
Plaats van overlijden Londen
Functie
Zijde Nazi-Duitsland
Organisatie NSDAP
Speciale functie Minister van Bewapening en Munitie
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Berthold Konrad Hermann Albert Speer (Mannheim, 19 maart 1905Londen, 1 september 1981) was een Duits architect en tijdens de nazi-heerschappij achtereenvolgens rijksbouwmeester en minister van bewapening. Door zijn vriendschap met Hitler en zijn ministerschap gold hij als een van de machtigste mannen van het Derde Rijk.[1]. In Neurenberg werd Speer tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld. Van zijn zes kinderen is er één, Albert Speer jr. (geboren in 1934), na de oorlog eveneens een bekend architect en stadsplanner geworden.

Voor 1933[bewerken]

Het gezin waarin Albert Speer werd geboren, was wat ze in het Duits noemen 'grossbürgerlich'; in Nederlandse termen "gegoede burgerij" of "bourgeoisie". Zijn vader en grootvader waren beiden architecten. Om financiële redenen studeerde Speer aanvankelijk in Karlsruhe. Van de lente van 1924 tot de zomer van 1925 zette hij zijn studie vervolgens voort aan de technische hogeschool van München. In de herfst van 1925 verhuisde hij naar Berlijn en probeerde hij vergeefs aan de Technische Hogeschool in Berlijn-Charlottenburg in het seminarie van Hans Poelzig toegelaten te worden. In 1926 ontving Heinrich Tessenow, een architect van de behoudende school met een zeer bescheiden en niet megalomane stijl, een leerstoel. Speer werd in dat jaar één van zijn studenten. Na zijn diploma te hebben behaald in 1927 bleef Speer nog meerdere jaren, als Tessenows assistent, aan de hogeschool verbonden.

In dienst van Hitler[bewerken]

Speer en Hitler gebogen over een architectonische tekening.

Speer was niet bijzonder geïnteresseerd in politiek. Hij werd echter reeds in januari 1931 lid van de NSDAP nadat hij in december 1930 een toespraak van Adolf Hitler had bijgewoond in de Berlijnse Hasenheide. Deze toespraak had een diepe indruk gemaakt op Speer. Zelf schreef hij dat hij een maand had getwijfeld, maar dat hij uiteindelijk toch besloten had om lid te worden, omdat Hitler helemaal niet stereotiep was overgekomen in de toespraak. Het was een zeer rustige toespraak waarin het woord 'Jood' niet één keer was gevallen.

In 1932 verliet Speer Berlijn en ging terug naar Mannheim. Hij vestigde zich daar als architect, maar hij kreeg geen opdrachten. In 1933 werd hem gevraagd de meivieringen van de partij vorm te geven. Speers originele idee was om rond het veld in Neurenberg waar de parades werden afgenomen een reeks zoeklichten recht omhoog te laten schijnen. Hierdoor ontstond een mooi lichtspel wat een 'koepel van licht' boven het paradeveld veroorzaakte. Hitler was hierover zeer enthousiast en zo werd Speer Hitlers 'huisarchitect'.

Toen Hitlers toenmalige 'Hofarchitekt', de uit München afkomstige Paul Ludwig Troost, in 1934 overleed, nam Speer diens taken over. Speer ontwierp talrijke gebouwen in klassieke stijl, die als doel hadden de pracht en de macht van het Derde Rijk te tonen en te onderstrepen. In het Deutsche Arbeitsfront (DAF) leidde hij de afdeling 'Schönheit der Arbeit'. Verder werd hij de chef van de onderafdeling van de Rijkspropagandaleiding en verantwoordelijk voor de stedenbouw in de staf van Rudolf Hess.

Voor de wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs ontwierp hij het Duitse paviljoen. Het hoofdbestanddeel bestond uit een enorme toren in classicistische stijl met een grote Duitse adelaar erop. Speer kreeg er de 'Grand Prix' voor de organisatie van de partijdagen van de NSDAP in Neurenberg en de gouden medaille ter beloning voor het paviljoen.

In 1937 werd hij benoemd tot 'regeringscommissaris voor de bouw in de staf van de Führer' en 'inspecteur-generaal voor de bouwnijverheid in Berlijn'. Zijn ontwerpen waren naar de smaak van Hitler die hield van gebouwen in een neoclassicistische stijl met een minimalistische uitstraling maar dan vergroot tot onmenselijke afmetingen. Voor de spaarzame aankleding wilde Hitler het liefst de klassieke 'Arische' beelden gebruiken die Arno Breker maakte, een beeldhouwer die bewonderd werd door hem. Vooral voor Berlijn had Hitler grootse plannen. Deze stad zou na de 'Endsieg' herdoopt worden in Germania (overigens is Speer de enige bron die dit beweerde) en met talloze pompeuze bouwwerken en brede boulevards wilde Hitler aan zijn hoofdstad een enorme grandeur geven. Hitlers en Speers megalomane motto was hoe groter hoe beter. Er werden voor de Tweede Wereldoorlog al stabiliteitstesten in de moerassige grond van Berlijn ondernomen om te kijken of deze het enorme gewicht van de geplande gebouwen kon dragen. Tevens werd een begin gemaakt met het aanleggen van de weids opgezette boulevards. In 1938 en 1939 werd in recordtijd de bouw van de nieuwe Rijkskanselarij aan de Wilhelmstrasse en de Voßstraße voltooid. Speer toonde zich hier al als een goede bouworganisator. Het bouwwerk met gigantische afmetingen (het geheel mat 200 ha) was voor Hitler een 'representatieve' plaats om de buitenlandse gasten en diplomaten te ontvangen. Zij moesten op deze wijze onder de indruk raken van de grootsheid van het Duitse Rijk. Het merkwaardigste onderdeel van het geheel betrof een lange rechte galerij van 146 m lengte,twee maal groter dan de spiegelzaal in Versailles van 73 meter, met een spiegelgladde vloer die leidde naar de persoonlijke ontvangstruimten van Hitler; deze "straat" werd "der lange Marsch der Diplomaten" genoemd. Sommigen maakten de opmerking dat de gladde vloer eigenlijk wel gevaarlijk was om op te lopen. Hitler wimpelde deze bezwaren weg met de woorden: 'Diplomaten zijn wel gewend om zich op glad ijs te begeven'. Door het uitbreken van de oorlog moesten verdere plannen echter opgeschort worden. Gereed kwamen wel het vliegveld Tempelhof dat nog steeds een van de grootste luchthavengebouwen ter wereld heeft. Ook het nog steeds gebruikte Olympisch Stadion van 1936 was een onderdeel van de herbouw van Berlijn. Hitlers nieuwe kanselarij werd tijdens de eindstrijd in 1945 zwaar beschadigd en kort na de oorlog afgebroken.

Toen Hitler later meer en meer door de oorlog werd opgeslokt, verminderde zijn aandacht voor Speer. Maar dat Hitler Speer, en zijn goede managerskwaliteiten, niet echt uit het oog verloor bleek in 1942.

Speer de organisator[bewerken]

Arno Breker portretteert Speer (1940)

Op 8 februari 1942 werd Albert Speer, ondanks (of misschien wel dankzij) zijn vrij geringe politieke aspiraties, door Hitler benoemd als opvolger van de bij een vliegtuigongeluk omgekomen rijksminister voor Bewapening en Munitie, Fritz Todt. Speer gebruikte al zijn organisatietalent, reorganiseerde de productie van wapens en munitie en wist zo de productie in 1944 tot een viervoud te brengen van die van 1942; en dat ondanks de vele geallieerde bombardementen. Vele historici menen daarom ook dat het vooral Speer is die ervoor gezorgd heeft dat de Tweede Wereldoorlog misschien wel een jaar langer geduurd heeft dan anders het geval zou zijn geweest. Het is ontnuchterend te bedenken dat in dat ene laatste jaar net zoveel doden vielen als in de gezamenlijke vier jaren ervoor.

Hitlers laatste bevelen aan Speer[bewerken]

In de laatste weken van de oorlog weigerde hij echter Hitlers bizarre bevelen nog langer uit te voeren. Hitler zag namelijk eindelijk in dat de oorlog verloren was en wilde het Duitse volk, dat in zijn ogen in zijn missie gefaald had, met hem mee de afgrond in sleuren in een soort Götterdämmerung met het Nero-bevel. Dit moest bereikt worden door het vernietigen van de nog overgebleven, vitale delen van Duitsland en de bezette gebieden: de tactiek van de verschroeide aarde. Speer dacht al aan het overleven van de bevolking en de wederopbouw van Duitsland na de oorlog en gaf Hitlers bevelen eenvoudigweg niet meer door aan de afdeling die voor de uitvoering moest zorgen. Een eerder voorbeeld was Hitlers bevel in 1944 om Parijs te vernietigen toen de geallieerden de stad naderden. Doordat de Duitse commandant van Parijs (luitenant-generaal Dietrich von Choltitz) hier niet aan meewerkte en ook door de zeer snelle omsingeling en verovering van Parijs werd dit verhinderd.

Arrestatie en gevangenisstraf[bewerken]

De arrestatie van Jodl (links), Speer (midden) en Dönitz (rechts en voorop) op 23 mei 1945 in Flensburg.

Op 24 april 1945 vloog Speer, die Berlijn al was ontvlucht, speciaal terug om in de bunker onder de Rijkskanselarij afscheid van zijn Führer te kunnen nemen. Op 23 mei 1945 werd hij samen met Karl Dönitz (door Hitler per testament aangewezen als zijn opvolger) gearresteerd in Flensburg, van waaruit verschillende nazi-leiders, die niet in Berlijn waren gebleven, tevergeefs vredesonderhandelingen met de geallieerden trachtten te voeren.

Op 1 oktober 1946 werd Speer op het Proces van Neurenberg veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. Vooral vanwege het feit dat onder zijn leiding één miljoen van de in totaal zes miljoen dwangarbeiders uit de bezette gebieden tijdens de oorlogsjaren in de wapenindustrie te werk waren gesteld. Van alle veroordeelde nazi-kopstukken was hij de enige die zich verantwoordelijk verklaarde voor de misdrijven van de nazi-staat. Desondanks pleitte hij "niet schuldig". Speer schoof zijn schuld af op de Minister van Arbeid, Fritz Sauckel die wel werd opgehangen. Zijn straf zat hij grotendeels uit in de Spandaugevangenis in Berlijn. Op 1 oktober 1966 kwam hij vrij.

Nalatenschap[bewerken]

Hij kwam daarna niet echt meer voor het voetlicht, op een enkel interview na, en besteedde zijn tijd aan het uitwerken van zijn aantekeningen en het publiceren ervan in verscheidene boeken. Speer liet veel tekeningen en een enorme hoeveelheid dagboekaantekeningen na, die uit de gevangenis waren gesmokkeld. Deze werden in 1969 in boekvorm uitgegeven onder de titel Spandauer Tagebücher (later vertaald in het Engels onder de titel Spandau – the secret diaries). Zijn levensverhaal vertelt hij in Erinnerungen (Herinneringen). Ook over de rol van de SS schreef hij een boek: Der Sklavenstaat: Meine Auseinandersetzungen mit der SS. Tot slot is ook het boek Technik und Macht min of meer van zijn hand, namelijk Speers woorden, vastgelegd door Adelbert Reif. Speer overleed in 1981 in Londen.

Speer als de 'nette nazi'[bewerken]

Speer heeft tijdens het proces in Neurenberg als enige top-nazi bekend medeverantwoordelijk te zijn aan de misdaden die tijdens het Derde Rijk zijn begaan. Dit 'medeschuldig' zijn werd door hemzelf echter weer snel gebagatelliseerd: hij schilderde zichzelf af als iemand die 'verblind' was door Hitlers grootschalige en megalomane dromen. Vooral de mogelijkheid om zijn gigantische architectonische ontwerpen, met behulp van Hitlers steun, onbegrensd te kunnen verwezenlijken had Speer, naïef als hij toen volgens zichzelf was, over de streep getrokken. Met deze zienswijze suggereerde Speer dat zijn medewerking aan het regime toch enigszins buiten zijn schuld om was gebeurd: hij 'wist niet beter'. Van de gruwelijke toestanden in de vernietigingskampen en de Jodenvervolging had Speer (naar eigen zeggen) "sowieso keine Ahnung" (geen weet).

Verder schreef hij, om zich te verdedigen tijdens het Neurenberg-proces, nog enkele "goede" maatregelen op zijn naam; zo verklaarde hij bij het zien van de slaapplaatsen van de dwangarbeiders in de steenhouwerijen en fabrieken van V2-raketten voor betere verblijfplaatsen te hebben gezorgd.

Onderzoek dat na de dood van Speer werd gepubliceerd toonde aan dat Speer een zorgvuldig web van misleiding rond zijn werkelijke aandeel in de oorlogsmisdaden had geweven. Hij stelde niet aanwezig te zijn geweest bij de beruchte rede in Posen waarin Heinrich Himmler de Nazileiders betrok bij de massamoord op de Joden. Himmler sprak op de geluidsopname daarentegen rechtstreeks tot Speer, dat wil zeggen, alsof Speer aanwezig was[2]. Ook een document waarop materiaal voor de bouw van crematieovens en lijkenkelders in een concentratiekamp werd vrijgegeven was voor Speer zeer belastend.

Speer heeft zijn medeplichtige Rudolf Wolters na de oorlog opdracht gegeven om belastende documenten te vernietigen. In de memoires liegt Speer over zijn bezigheden vlak voor de val van het Derde Rijk. Speer heeft een kostbare collectie romantische schilderijen, gestolen of afgeperst uit Joods bezit, verborgen. Na zijn vrijlating heeft hij de schilderijen voorzichtig en anoniem verkocht. De contant uitbetaalde opbrengst werd weggesluisd, waarschijnlijk naar zijn jonge maîtresse. De kunstwerken brachten een miljoen mark op. De opbrengst van de speculatie met een van de Joodse bankierserfgename Marie-Anne von Goldschmidt-Rothschild afgeperst stuk kostbare bouwgrond aan de oever van Schwanenwerder bij Berlijn[3] moest Speer restitueren. Dat heeft hij ondanks een veroordeling nooit gedaan.

Gesprekken met Gitta Sereny leidden tot een boek van haar hand. Ze portretteerde Speer als een contactgestoorde man die niet met zichzelf in het reine kon komen.

Niet lang voor Speers onverwachte dood kwamen Duitse onderzoekers op het spoor van Speers werkelijke verantwoordelijkheid voor oorlogsmisdrijven. Speers vroegere medewerker Wolters was een fanatiek nazi gebleven en was zo verontwaardigd over Speers "verraad" van Hitler dat hij op zijn beurt onthullingen deed over Speer. Albert Speer heeft zijn ontmaskering niet meer meegemaakt.

Publicaties[bewerken]

  • Alles was ich weiß.
  • Erinnerungen. Een boek dat is samengesteld uit de verschillende notities op onder meer wc-papier die Speer gemaakt heeft tijdens zijn gevangenisperiode in Spandau.
  • Die Spandauer Tagebücher. Dagboek van Speers gevangenistijd.
  • Der Sklavenstaat. Speers ervaringen met de SS.
  • Hitlers neue Reichskanzlei. Een propagandaboek over de nieuwe Rijkskanselarij die hij voor Hitler gebouwd heeft.
  • Neue deutsche Baukunst.

Literatuur[bewerken]

  • Heinrich Breloer: Unterwegs zur Familie Speer
  • Joachim Fest: Die unbeantwortbaren Fragen. Notizen über Gespräche mit Albert Speer zwischen Ende 1966 und 1981. Interviews met Speer. (vertaling Gerda Meijerink, 2006, Onbeantwoordbare vragen, De Bezige Bij, 256 blz.)
  • Joachim Fest: Speer, architect van Hitler, Aula, Amsterdam, 2004, vertaald uit het Duits.
  • Joachim Fest: "Speer, Eine biographie", Berlin 1999, uitgever Alexander Fest Verlag in Berlijn. ISBN 3-8286-0063-8.
  • Lars Olof Larsson: Albert Speer, Le plan de Berlin, 1937-1943, Brussel, Archives d'Architecture Moderne, 1983.
  • Margret Nissen: Sind Sie die Tochter Speer?
  • Matthias Schmidt: Albert Speer, das Ende eines Mythos. De onthulling van achtergehouden documenten over Speers daden in Berlijn en zijn woningpolitiek aldaar, 1982.
  • Heinrich Schwendemann: Albert Speer. Architekt des Todes. Speer als de organisator van Duitslands oorlogsindustrie.
  • Gitta Sereny: Das Ringen mit der Wahrheit (1995). Vertaald uit het Engels: Albert Speer - His struggle for truth.
  • Ulrich Schlie: Die Kransberg-Protokolle 1945
  • Dan van der Vat: Der gute Nazi. Analyse van Speer als 'Anständiger nazi'.
  • Arnoud Veilbrief Kristallnacht? Viel me niet op, in NRC Handelsblad, Cultureel Supplement, 1 september 2006.
  • Esther Villar: Speer. (toneelstuk)

Verder bestaat er een boek Die intelligente Stadt, auteur Albert Speer, maar in dit geval betreft het Speers oudste zoon.

Film[bewerken]

  • Inside the Third Reich (1982): een film gebaseerd op het boek "die Spandauer Tagebücher" met Rutger Hauer in de hoofdrol.
  • Speer en Hitler (oorspronkelijke titel Speer und Er): een gedramatiseerde documentaire over Albert Speer uit 2004 door Heinrich Breloer.
Noot