Album amicorum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Album amicorum van Joost van Ockinga. De exacte duiding van deze 'Fontein der Liefde' is moeilijk, maar het geraamte maakt duidelijk dat ook in de liefde het 'Gedenk te sterven' een belangrijke rol speelt.
Koninklijke Bibliotheek

Een album amicorum - Latijn voor 'vriendenboek' - (ook wel Stammbuch, philotheca of vriendenrol genoemd)[1] is een album waarin persoonlijke bijdragen van anderen zijn verzameld. Deze bijdragen werden op verzoek van de eigenaar van het album aangebracht door vrienden, collega's, medestudenten, leermeesters en bekende personen. De bijdragen aan de alba amicorum kunnen bestaan uit allerhande geschreven teksten, getekende illustraties, knipkunstwerken, citaten, geschilderde wapenschilden en andere illustraties als plakplaatjes.

Het album amicorum is een vroege vorm van een poesiealbum of een liber amicorum of zelfs van boeken waarin handtekeningen van beroemde personen worden verzameld. Het Gelders Archief in Arnhem heeft in 2007 het oudste Album Amicorum - dat van Johan van Lynden uit Hattem - in bruikleen gekregen van de Van Batenborgh Stichting.[2] De eerste tekstbijdrage in dit exemplaar stamt van vóór 1556. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag heeft ongeveer 800+ (restanten van) alba amicorum.

Zestiende eeuw[bewerken | brontekst bewerken]

Het album amicorum ontstond in de loop van de zestiende eeuw als mode in adellijke studentenkringen in Oost-Nederland, geïnspireerd door studenten aan de universiteit Duitse voorbeelden. Regelmatig reisden studenten door heel Europa van universiteit naar universiteit om kennis op te doen. In de verschillende universiteitssteden verzamelden zij bijdragen voor hun album. Mogelijk zijn deze weer ontstaan uit wapenboeken. De oude alba bevatten veelal ook liedteksten die een mooie inkijk geven in de gevoelens en gedachten van studenten en vrouwen in die tijd. De bijdragen, soms in dichtvorm, werden in veel gevallen van een wapen, tekening of rebus voorzien. De voorkomende liederen maken deel uit van de renaissanceliteratuur.

Zestiende-eeuwse alba amicorum[bewerken | brontekst bewerken]

De jaren geven een indicatie van de periode waarin bijdragen aan het desbetreffende album amicorum zijn geleverd.

  • Johan van Lynden (1556-1578)
  • Stephanus van Rhemen (1556-1561)
  • Otto van Wijhe, 2 alba, (1563-1574)
  • Janus Dousa (1563- )[3]
  • Jan van Hout (1571-1583)
  • Johanna Bentinck (1575-1598)
  • Joost van Ockinga (1576 - )
  • Aleyd van Arnhem (1578-1593)
  • Margriet van Mathenesse (1580-1639)
  • Homme van Harinxma sr (1581–1598)
  • Meindert van Edzarda (1585-1589)
  • Clara de Beers (1587-1600)
  • Hiskia van Harinxma (1587–1627)[4]
  • Johanna Bentinck (1590-1609)
  • Maria van Besten (1593-1596)
  • Reinoud van Oldenbarnevelt (1594-1607)
  • Cornelis van der Myl (1595)
  • Theodorus Schrevelius (1597-1602)
  • Johan van Reigersberg (1598-1621)
  • Aefgen Claesdochter van Giblant (1598-1600)
  • Walraven van Stepraedt (1598-1633)
  • Henricus van der Borch (1599-1600)
  • Reinoud van Brederode
  • Henrica van Arnhem

Zeventiende eeuw[bewerken | brontekst bewerken]

Er ontwikkelden zich in het begin van de 17e eeuw steeds meer alba tot een vrouwenalbum, waarin alle bijdragen van vrouwen afkomstig waren.

Achttiende-eeuwse alba amicorum[bewerken | brontekst bewerken]

Negentiende eeuw[bewerken | brontekst bewerken]

Het hebben van een album amicorum in de 18de-eeuw was primair een mannenaangelegenheid. Het waren veelal in fraai bestempeld marokijn gebonden oblongboeken (boeken in liggend formaat), door medestudenten gevuld met citaten en wensen in het Latijn. Illustraties waren betrekkelijk zeldzaam. Het 19de-eeuwse album amicorum daarentegen is primair een vrouwenzaak. Meestal is het een klein doosje in boekvorm waarin op losse blaadjes door familieleden en kennissen verzen en wensen in het Nederlands, Frans en Duits zijn geschreven. Daarnaast bevat het allerlei staaltjes van huisvlijt: borduurwerkjes, prikwerkjes, tekeningen, aquarellen, haarwerkjes of bandvlechtwerkjes. Het album amicorum van Jacoba Cornelia Bolten markeert deze overgang. De uiterlijke verschijning is nog typisch 18de-eeuws, maar het is al losbladig, de bijdragers zijn geen studenten meer en het is uitbundig geïllustreerd.[8]

Negentiende-eeuwse alba amicorum[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Stammbuch van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.