Aleksandr Litvinenko

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Graf van Aleksandr Litvinenko

Aleksandr Valterovitsj Litvinenko (Russisch: Александр Вальтерович Литвиненко) (Voronezj, 4 december 1962 - Londen, 23 november 2006) was een Russische voormalige veiligheidsdienstmedewerker en dissident.

Litvinenko was een ex-KGB-kolonel en ex-FSB-luitenant-kolonel die op 43-jarige leeftijd in Londen overleed. Hoewel hij van origine Russisch was, werd hij in oktober 2006 genaturaliseerd tot Brits staatsburger.

Hij werd op 1 november 2006 met vergiftigingsverschijnselen in een Londens universitair ziekenhuis opgenomen. Aanvankelijk vermoedde men dat het een thalliumvergiftiging betrof. Na zijn overlijden bleek uit een rapport van het ziekenhuis dat het om de giftige en radioactieve isotoop polonium-210 ging. Op 17 december maakte de Britse politie bekend dat Litvinenko een tienmaal dodelijke dosis polonium was toegediend. Politiewoordvoerders gaven aan niet te weten of dat wijst op onhandigheid van de daders, of dat dit onderdeel was van het signaal dat de moordenaars wilden afgeven. De gebruikte hoeveelheid polonium kostte naar schatting 7,6 miljoen euro.[1] Later onderzoek wees uit dat het gif via een theepot in het Londense Millennium Hotel is toegediend.[2]

Litvinenko's dood werd al snel in het kader van zijn felle tegenstand tegen de regering-Poetin geplaatst. Zo beweerde hij in 1998 dat er door de Russische overheid een moordcomplot tegen de naar het Verenigd Koninkrijk gevluchte Russische zakenman Boris Berezovski op touw was gezet. Verder zou volgens hem de FSB achter aanslagen in 1999 op appartementen in Moskou hebben gezeten, aanslagen waarvan de Tsjetsjenen de schuld kregen waardoor een nieuwe Tsjetsjeense oorlog begonnen kon worden. Ook beweerde hij dat de FSB Al Qaida-leiders in Dagestan zou hebben getraind. In de periode vóór zijn opname in het ziekenhuis, die zou uitlopen op zijn dood, was Litvinenko op zoek naar de daders van de moord op de Russische journaliste, publiciste en mensenrechtenactiviste Anna Politkovskaja die op 7 oktober 2006 het leven liet. Om deze reden(en) zou Litvinenko volgens zichzelf[3] en anderen zijn vergiftigd door de Russische overheid.

In een brief die Litvinenko op zijn sterfbed schreef meldde hij:

Aanhalingsteken openen

Mogelijk lukt het u om een mens tot zwijgen te brengen, maar het geluid van het protest uit de hele wereld zal u, meneer Poetin, voor de rest van uw leven in de oren klinken.[4]

Aanhalingsteken sluiten

Poetin, zelf een voormalig inlichtingenofficier, ontkent alle betrokkenheid.

Op 1 december verklaarde de Britse inlichtingendienst dat zij de betrokkenheid van Poetin bij de vergiftiging uitsluit. Ze zoeken de schuldige bij "criminele elementen binnen de Russische staat".[5] De Britse rechter Robert Owen kwam echter in januari 2016, na een onderzoek dat een jaar duurde, tot de conclusie dat president Poetin de moord vermoedelijk persoonlijk goedkeurde.[6]

Enige tijd vóór zijn dood had Litvinenko de gevluchte Yukos-leider Leonid Nevzlin (hoogste functionaris na Chodorkovski) een dossier overhandigd in zijn vluchtoord Tel Aviv. Volgens Nevzlin bevatte dit dossier informatie over wat er gebeurde met mensen die tegen de opsplitsing van Yukos waren, inclusief verdwenen, gedode en gevangengezette personen en de relaties van de Russische overheid hierbij.

Bij zijn vrouw Marina en zijn kennis, de Italiaanse geleerde Mario Scaramella, een van de mensen waar Litvinenko contact mee had op de dag van zijn vermoedelijke vergiftiging, is ook besmetting met polonium geconstateerd, maar te weinig om dodelijk te zijn.[7][8] Toen een dag na de dood van Litvinenko, 23 november, de voormalige Russische premier Jegor Gajdar tijdens een bezoek aan Ierland met plotselinge gezondheidsproblemen werd opgenomen in het ziekenhuis vreesde men eveneens vergiftiging, maar daar bleek geen sprake van te zijn.[9] Het aantal radioactief besmette locaties in Londen is sinds de dood van Litvinenko vastgesteld op 24. Een gevangengezette ex-FSB-functionaris, Trepasjkin verklaarde dat hij Litvinenko al in 2002 had gewaarschuwd dat de FSB een eskader had ingesteld om hem te vermoorden.

Ahmed Zakajev, de minister van Buitenlandse zaken van de onafhankelijkheidsregering van Tsjetsjenië, heeft aangegeven dat Litvinenko zich kort voor zijn vergiftiging zou hebben bekeerd tot de islam. Litvinenko zou ook volgens de islamitische tradities zijn begraven.[10] Zakajev verklaarde verder dat Litvinenko gewenst had in Tsjetsjenië begraven te worden, zodra dit mogelijk was.

Onderzoek[bewerken]

Eind januari 2007 werd bekend dat de Engelse recherche ruimschoots bewijs heeft vergaard tegen twee verdachten (Andrej Loegovoj en Dmitri Kovtoen). Omdat deze beiden echter in Rusland woonachtig zijn, kan niet tot vervolging overgegaan worden. Volgens de Engelse krant The Sun is de zaak hiermee opgelost en gesloten.[11] Kroongetuige in deze zaak is Yuri Shvets.

Uit diplomatieke telegrammen die Wikileaks eind 2010 openbaar maakte, blijkt, volgens Amerikaanse diplomaten, dat Litvinenko niet zonder toestemming van Poetin kan zijn vermoord. Ook komen er aanwijzingen in naar voren dat de Russen het onderzoek in Engeland hebben tegengewerkt. Duitse onderzoekers, blijkt uit een file, ontdekten dat Kovtoen een spoor van polonium in Duitsland heeft achtergelaten voordat hij Litvinenko in het Londense hotel ontmoette. Het vliegtuig dat Kovtoen naar London bracht toonde geen sporen. De Duitsers wilden daarna het Aeroflot-toestel waarmee Kovtoen naar Duitsland vloog na een nieuwe landing aan de grond houden en onderzoeken, maar de Russen kregen hier lucht van en gebruikten daarna een ander toestel. In 2009 stopten de Duitsers het onderzoek naar Kovtoen. De andere deelnemer aan de bijeenkomst in het hotel, Loegovoj, eveneens een oud KGB-agent, is lid van de doema en daarmee onschendbaar. Volgens politiek analist Stanislav Belkovsky geniet hij de persoonlijke bescherming van Poetin.[12]

Litvinenko wees, volgens EU-parlementariër Gerald Batten, op de hoge FSB-KGB-informatie volgens welke Romano Prodi decennialang KGB-informant en FSB-informant in Italië zou zijn geweest.

Biografie[bewerken]

Zijn weduwe Marina Litvinenko en zijn vriend, die voor zijn asiel in Engeland zorgde, Alex Goldfarb, publiceerden in 2007 zijn biografie. De Engelstalige titel luidde: Death of a Dissident: Alexander Litvinenko and the Death of Russian Democracy. De Nederlandse vertaling kwam in hetzelfde jaar uit met als titel: Dood van een dissident. (ISBN 978 90 274 5542 0 uitgeverij Het Spectrum).

Externe links[bewerken]