Alexander Comrie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Alexander Comrie

Alexander Comrie (Perth (Schotland), 16 december 1706Gouda, 10 december 1774) was een Nederlandse gereformeerde predikant van Schotse komaf en één van de laatste vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie. Tientallen jaren heeft het predikantschap in Woubrugge uitgeoefend. Om de theologie van Comrie goed te begrijpen moet hij geplaatst worden in de context van de eeuw (de 18e) waarin hij leefde. Hij verzette zich tegen de vermenging van de gereformeerde leer met het remonstrantisme en tegen de opkomende geest van de verlichting.

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

De kerk in Woubrugge waaraan Comrie als predikant verbonden is geweest
Kade vernoemd naar Alexander Comrie

Alexander Comrie was in moederlijke lijn een afstammeling van de predikant Andrew Gray. Tijdens zijn jeugd raakte hij bekend met de preken van predikanten als Thomas Boston, Ebenezer Erskine en diens broeder Ralph Erskine. Omstreeks 1726 kwam Comrie naar Holland, waar hij emplooi vond als handelsmedewerker in de stad Rotterdam. Daar werd zijn belangstelling voor theologische zaken opgemerkt en werd er geregeld dat enige vermogende personen hem in staat stelden in Groningen en Leiden theologie te studeren. In 1734 deed hij zijn wetenschappelijke promotie.[1][2]

Op 1 mei 1735 werd hij als predikant bevestigd in de Gereformeerde Kerk van Woubrugge. In de periode voor zijn intrede had in deze plaats een opwekking plaatsgevonden met als gevolg dat gelovigen bijeenkwamen in kleine groepjes (zogeheten conventikels) waar zij godsdienstige geschriften bestudeerden.[1]

Comrie nam geen duidelijke standpunten in als het ging om kerkbestuurlijke zaken en ook ging hij niet vaak op huisbezoek maar maakte des te meer werk van zijn preken. In Woubrugge genoot hij een grote populariteit. Beroepen die kerken elders op hem deden om bij hen predikant te worden (in totaal zeven), sloeg hij af. Vanwege het gegeven dat hij omstreeks 1770 ziek was geworden, wenste hij met emeritaat te gaan. Op 4 april 1773, na een predikantschap van 38 jaar, hield hij zijn slotpreek. Daarna vestigde hij zich in Gouda, waar hij eind 1774 is overleden, zes dagen voor zijn 66ste verjaardag. Hij werd op 13 december 1774 begraven in de Grote of Sint-Janskerk in Gouda.[1]

Theologie[bewerken | brontekst bewerken]

Geloof en rechtvaardiging[bewerken | brontekst bewerken]

Comrie was geen aanhanger van een rechtvaardigmaking van eeuwigheid, maar leerde net als Maarten Luther een rechtvaardigmaking door het geloof. Alleen anders als zijn opponenten dit in de achttiende eeuw voorstelden. Deze stelden het geloof voor als een vereiste activiteit om gerechtvaardigd te worden. Het geloof gaat bij hen aan de rechtvaardigmaking vooraf. Comrie draaide het om en stelde het geloof voor als een vrucht van de inlijving in Christus en als geschenk van de Heilige Geest. Door de inwendige roeping van de Heilige Geest die onweerstaanbaar is, worden wij in Christus ingelijft en door de inwerking van het geloof in onze harten nemen wij Christus en al Zijn weldaden aan als grond van onze zaligheid. Comrie heeft hiermee de pas willen afsnijden aan de semi-remonstrantse richting. Volgens Comrie is God altijd de eerste. Zo wilde Comrie het sola gratia van de reformatie verdedigen door te benadrukken dat het geloof van de mens God niet bewegen kan tot rechtvaardiging. God is in Zichzelf bewogen, rechtvaardigt uit vrije genade en schenkt de vrucht daarvan in het hart, namelijk het geloof. Dit is het geloof dat hongert naar Christus en Hem met al Zijn weldaden aanneemt.

Examen van het Ontwerp van Tolerantie[bewerken | brontekst bewerken]

Samen met Nicolaus Holtius, de predikant van het naburige Koudekerk aan den Rijn, schreef hij Examen van het ontwerp van tolerantie dat in 1760 door de Staten van Holland verboden werd en nooit werd voltooid. In de samenspraken van het Examen van het Ontwerp van Tolerantie doet Comrie een vurig pleidooi voor het vasthouden van de gereformeerde leer of oude orthodoxe waarheid van de drie formulieren van enigheid. Dat wil zeggen de Nederlandse Geloofsbelijdenis (1561), de Heidelbergse Catechismus (1563) en de Dordtse Leerregels (1618-1619). Wie Comrie leest, merkt dat hij veel uit deze belijdenisgeschriften citeert. Kennis hiervan is daarom nuttig voor een goed verstaan van de theologie van Comrie.

Bronnen[bewerken | brontekst bewerken]

Een belangrijke bron en theologische autoriteit voor Comrie was de Engelse puritein John Owen (1616-1683). Comrie maakt in zijn rechtvaardigingsleer gebruik van de opvattingen van Owen. In navolging van Owen leerde Comrie dat God voordat Hij de gave van het geloof aan de zondaar schenkt, Hij eerst ziet op de verdienste van Christus. Sterker: God kan alleen maar het geloof schenken op grond van de verdienste van Christus. De geschriften van de Nadere Reformatoren Lodenstein, Fruytier, Witsius en Saldenus noemde hij in verhouding met zijn eigen werk zonlicht in vergelijking met kaarslicht. Comrie had geen hoge dunk van zijn eigen werk, maar wel van andere nadere reformatoren.

Invloed[bewerken | brontekst bewerken]

Het is opmerkelijk dat Comrie zowel door Abraham Kuyper (voorman van de Gereformeerde Kerken in Nederland) als door ds. G.H. Kersten (voorman van de Gereformeerde Gemeenten) werd nagevolgd in diens verbondsleer. Comrie leerde een eeuwig genadeverbond tussen de Vader en de Zoon als Hoofd van de uitverkorenen. In De Heraut schrijft Kuyper zelfs dat de theologie van de Gereformeerde Kerken Comriaans is. De Christelijke Gereformeerde Kerk is Comrie wat betreft zijn verbondsleer niet nagevolgd, maar wat betreft zijn Eigenschappen des geloofs werd Comrie vanouds wel gewaardeerd door P.J.M. de Bruin en J.J. van der Schuit. Het beeld dat Comrie iets specifiek van de Gereformeerde Gemeenten is klopt bepaald niet.

Alleen vergete men niet, dat er onderscheid is tussen „zekerheid" en „zekerheid". Er is om met Comrie te spreken een zekerheid des geloofs en er is een zekerheid des gevoels. Hier zijn wel geen tegenstellingen, maar toch zeer stellig onderscheidingen, die tot verwarring kunnen leiden en sommige zielen in een bepaalde hoek drijven, waar de angst van een „zich een oordeel eten en drinken" hen pijnigt.

Het is de moeite waard Comrie eens op dit punt te lezen.

De schrijver over „de eigenschappen des geloofs" is onder ons volk genoegzaam bekend als een man, die de zielsoefeningen van Gods vromen weet na te speuren onder de microscoop van het Woord Gods. Het is heus een aanbeveling waard, dat onze candidaten en onze dienaren des Woords in dit laboratorium geen vreemdeling zijn.

— Prof. J.J. van der Schuit

Het blijkt mij telkens weer, dat ook de mannen van de „nadere Reformatie" geen andere grondslag voor het gezond geestelijk leven hebben gelegd, dan wat de Reformatoren ons hebben gewezen. Comrie is ons hier ten voorbeeld. De „nadere Reformatie" moge meer het accent op de beoefening, op de practijk des geestelijken levens hebben gelegd, de fundatie voor dit geestelijk leven was geen andere, dan die wij bij de bronnen van het Reformatorisch ontwaken zullen vinden. In de Reformatie speelde het Roomse subjectivisme de Kerk parten. Tijdens de „nadere Reformatie" wilde het Remonstrants objectivisme de teugels grijpen. Deze beide uitersten hebben de richting en de inhoud bepaald, waarin het Gereformeerd theologisch denken zich voortbewoog, zowel tijdens als na de Reformatie. Toen de Kerk al meer veruitwendigde, toen het geestelijk leven al meer verschraalde, toen alle gestaltelijke vroomheid als „ziekelijk" ter deure werd gewezen, toen was het meer dan ooit tijd, dat mannen als Comrie en Schortinghuis hun stem lieten horen, om aan „gestaltelij ke vroomheid" de plaats te geven, die haar naar Schrift en confessie toekomt. Hierom schreef Comrie zijn „eigenschappen des geloofs" en hierom schreef Schortinghuis zijn boek „het innige Christendom".

— Prof. J.J. van der Schuit

Ook in de kring van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk waren het mannen als dominee Leendert Vroegindeweij en Jacobus Teunis Doornenbal die zich lieten inspireren door de theologische nalatenschap van Comrie.

Werken[bewerken | brontekst bewerken]

Comrie heeft 29 werken van verschillende omvang geschreven. Het bekendste is zijn ABC des geloofs.

Hieronder staan enkele van zijn werken chronologisch gerangschikt weergegeven:

  • Het A.B.C. des geloofs, of Toelichting op de benamingen van het zaligmakend geloof: volgens de letters van het alfabet, 1739.

Van dit boek bestaat ook een vertaling in het Engels: Alexander Comrie, The ABC of Faith, Leicester 1978.

  • Verhandeling van eenige eigenschappen des zaligmakenden geloofs: zijnde een verklaring en toepassing van verscheidene uitgek[n]ipte teksten des Ouden en Nieuwen Testaments, in welke de zorgeloozen en tijd-geloovigen worden ontdekt, gewaarschuwd en uitgelokt om het leven buiten zich in een aangeboden Jezus te zoeken ..., 1744
  • Verzameling van leerredenen, waar in vertoont wordt uit verscheide texten. De afgezakte kranke en kwynende staat der geloovigen, voornamentlyk in dezen tydt, tot overtuiginge em beschaminge over hunne ongestalte. Vervolgens de geloovige, daar over met smerte aangedaan, en begerig na herstellinge, in welke hunne innige begeertens voorgestelt, en de zwarigheden, die zy ontmoeten en hun dikwerf onvrymoedig maken, geoppert en opgelost worden. Eindelyk hunne herstellinge, en de werkzaamheit hunner ziele als herstelde, en in hun voorig element gebragte. Verklaart en toegepast door Alexander Comrie, Scoto-Brittannus. A.L.M. & Philosophiae Doctor en predikant te Woubrugge. Eerste stuk. Te Leiden, by Johannes Hasebroek, en te Amsterdam, by Nicolaas Byl, 1749.
  • Stellige en praktikale verklaring van den Heidelbergschen Catechismus, volgens de leer en gronden der Reformatie: waarin de waarheden van onzen godsdienst op eene klare en bevindelijke wijze voorgesteld en betoogd worden; de natuurlijken mens ontdekt; de zoekenden bestuurd; de zwakken vertroost en de sterken tot hunnen pligt volgens eene evangelische leiding, opgewekt worden, 1753
  • Examen van het Ontwerp van Tolerantie, om de leere in de Dordrechtse Synode Anno 1619, vastgesteld met de veroordeelde leere der Remonstranten te verenigen, samen met Nicolaus Holtius, 1753-1759
  • Missive wegens de rechtvaardigmakinge des zondaars en de toeëigeninge van deze weldaad van Gods vrije genade aan hem door het ingewrocht gelove, 1757
  • Brief over de regtvaardigmaking des zondaars, door de onmiddellijke toerekening der borg-geregtigheid van Christus, 1761

Vertalingen[bewerken | brontekst bewerken]

Comrie heeft ook verschillende vertalingen uit het Engels in het Nederlands het licht doen zien.
In 1739 werd door Comrie in het Nederlands uitgegeven het werk The Gospel Mystery of Sanctification van de Engelse puritein Walter Marshall (1628-1680). Het verscheen in Leiden onder de titel De verborgentheit van de euangelische heiligmaking. Comrie schreef in 1750 dat dit waarschijnlijk het beste werk was dat tot nog toe was uitgegeven over de heiligmaking.[3]

Hertalingen[bewerken | brontekst bewerken]

Van Comrie verschenen ook verschillende hertalingen. Zo werden alle preken van Comrie hertaald uit ABC des geloofs (1739), Eigenschappen des geloofs (1744) en Verzameling van Leerredenen (1749-1750). De preken zijn hertaald door de Neerlandicus C. Bregman.
Eigenschappen des geloofs kreeg als titel: Verhandeling van enige eigenschappen van het zaligmakende geloof (2012). Het ABC kreeg als titel: Het ABC van het geloof (2015).
De twee delen van Verzameling van Leerredenen kwamen uit met de titels: Troost voor een missend hart (2017) en Herstel voor een biddend hart (2018).

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Verboom, J.H.R. - Dr. Alexander Comrie: predikant te Woubrugge: zijn leven en werken, alsmede de historie van zijn gemeente, Utrecht, 1985 (2e druk, 1e druk 1964)
  • Leurdijk, G.H. en A. Moerkerken - Twee pastorale brieven van Alexander Comrie: voorafgegaan door een overzicht van Comrie's theologische inzichten, Veenendaal, 1986
  • Honig, A.G. - Alexander Comrie, Leiden, 1991 (herdruk van het proefschrift Utrecht, 1892)
  • Schipper, J. -Alexander Comrie, zijn leven en werk, Apeldoorn, 2015
  • Hooghwerff, B. - Een vreemdeling in de storm: uit het leven van Alexander Comrie, Houten, 2016

Artikelen[bewerken | brontekst bewerken]

  • D. Baarssen en W. van Vlastuin 'Alexander Comrie als Orthodox gereformeerd theoloog' in Documentatieblad Nadere Reformatie, 35 (2011), no. 2, p. 132-159.
  • D. Baarssen 'Een theologische vergelijking van Theodorus van der Groe (1705-1784) en Alexander Comrie (1706-1774)' in Documentatieblad Nadere Reformatie, 37 (2013), no. 2, p. 97-105.
  • D. Baarssen 'De daad van een bedelaar. De functie van het geloof in relatie tot de rechtvaardiging bij Theodorus van der Groe (1705-1784) en Alexander Comrie (1706-1774)' in Theologia Reformata, 57 (2014), no. 1, p. 40-55.
  • D. Baarssen 'Owen in een Nederlandsch gewaat. Enkele opmerkingen over de receptie van geschriften van John Owen (1616-1683) door Alexander Comrie (1706-1774)' in Documentatieblad Nadere Reformatie, 38 (2014) no. 1, p. 27-45. ISSN 0165-4349.
  • D. Baarssen 'Aan Comrie komt de eere toe. De receptie van Alexander Comries rechtvaardigingsleer door Abraham Kuyper' in Documentatieblad Nadere Reformatie, 41 (2017), no. 1, p. 3-27.
  • D. Baarssen, 'Van de allergewichtigste stukken eenig licht' in Alexander Comrie, Herstel voor een biddend hart. Verzamelde leerredenen deel 2, Apeldoorn 2018, 15-23.
  • D. Baarssen, 'Het licht van een kaarsse bij het licht van den zonne Enig licht op Alexander Comries (1706-1774) Verzameling van Leerredenen' in Documentatieblad Nadere Reformatie, 42 (2018), no. 1, p. 41-89.

Vernoeming[bewerken | brontekst bewerken]

In 1946 is in Woubrugge een straat naar hem vernoemd, de Comriekade langs de Woudwetering waaraan ook de kerk staat, waarin Comrie preekte.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Alexander Comrie van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.