Alfred Ost

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Alfred Ost.

Alfred Ost (Zwijndrecht, 14 februari 1884 - Antwerpen, 9 oktober 1945) was een Vlaams kunstschilder die vanaf 1901 het dagelijkse leven tekende en schilderde in Mechelen. Er is daar een straat naar hem vernoemd.

Hij woonde van 1892 tot 1902 in Rumst (in het oude brouwerijgebouw dat nu de cultuurdienst huisvest). Hij liep school in het Klein Seminarie van Hoogstraten.

Voor 1914 had Ost een enorm optimistische kijk op het leven. Hij tekende daardoor ook veel kermissen en bedevaarten. Hij tekende in die tijd ook veel dieren. Ontwerpen voor een aantal affiches zijn ook van zijn hand verschenen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij, zoals zoveel andere kunstenaars, gevlucht naar het neutrale Nederland. Hij maakte toen veel prenten over vluchtelingen als steun voor noodlijdenden en krijgsgevangenen. Vanaf 1919 vestigde hij zich te Borgerhout.

Belgische vluchtelingen

Door de Eerste Wereldoorlog werd zijn werk veel minder optimistisch en tekende hij veel droevige schilderijen. Hij vond dat een kunstenaar een werktuig van God is. Hij ondertekende daarom zijn grootste schilderijen niet, soms ondertekende hij het met D.G. (Deo Gratias). Hij versierde ook verschillende gangen van het Borgerhoutse Xaveriuscollege en het Brasschaatse Sint-Michielscollege met zijn muurtekeningen.

Hij maakte in 1938 een tekening over de Hanswijkcavalcade (een 25-jaarlijks historisch ruiterevenement in Mechelen) voor het eerste exemplaar van het Guldenboek (periode 1889-1971) van de stad Mechelen. Hij tekende een reeks van elf prenten over deze Ommegang.

Ost schonk daarom een oeuvre-erfdeel aan de steden Mechelen (1936), Roosendaal (1937), Hoogstraten (1938), 's-Hertogenbosch (1938) en de Antwerpse Zoo (1945).

In het Xaveriuscollege werd hij opgevangen door de paters Jezuïeten die het Xaveriuscollege bestuurden. Ost had veel moeilijkheden met het oorlogsregime vanaf 1940 dat werkte met voedselbonnen. Vaak verloor hij die of kwam hij te laat. De paters namen dit over voor hem. Dit laat ook vermoeden dat Ost leed aan bipolariteit, een disfunctie waar proportioneel veel (bekende) artiesten aan lijden.

Op 9 oktober 1945 stierf hij in Antwerpen in de Eeuwfeestkliniek.

illustratie van het boek 'De Loteling' van Hendrik Conscience (1912)

Olympische Spelen[bewerken]

Ooit won Alfred Ost een bronzen medaille ... op de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen met zijn schilderij "De voetballer", een groot doek op posterformaat. Schilderkunst, literatuur, bouwkunst, architectuur en muziek waren sinds 1912 Olympische disciplines. Ze werden afgeschaft in 1948. Op deze wijze wilde Pierre de Coubertin de Olympische Spelen, een feest ter ere van de god Zeus, eren met kunst. [1]. Alfred Ost had gehoopt hiermee internationale erkenning te krijgen, maar kunstmedaillewinnaars werden vlug vergeten. Zijn droom om hiermee leraar te worden aan de Antwerpse kunstacademie kwam niet uit.

Musea[bewerken]

  • Hoogstraten, Stedelijk Museum (meer dan 500 werken geschonken in 2011 door de kleinkinderen van Joseph Carette, kleermaker van Alfred Ost van wie hij regelmatig tekeningen en schilderijen kreeg als betaling in natura)
  • Mechelen, Stedelijke Musea
  • Oostende, Kunstmuseum aan Zee

Tentoonstellingen[bewerken]

  • 2015: een zestigtal werken in de kerk van Rumst (zijn vroegere woonplaats).

Literatuur[bewerken]

  • Frans Mertens, Alfred Ost. Uitgeverij De Vroente / Kasterlee, 1971.
  • Frans Mertens, Alfred Ost-zaal - geïllustreerde inventaris van tekeningen, akwarellen en plakkaten / Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen, 1973
  • Karl Scheerlinck, Alfred Ost 1884-1945. Oeuvrecatalogus affiches/posters, uitg. Pandora/Snoeck Ducaju & Zoon, 1997.