Algemene termijnenwet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Algemene termijnenwet[1] is een Nederlandse wet waarin is vastgelegd hoe termijnen in wetten in formele zin en algemene maatregelen van bestuur bepaald moeten worden, als de termijn eindigt op een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag.

Wetsgeschiedenis[bewerken]

Het wetsvoorstel van de Algemene termijnenwet is op 26 maart 1963 aanhangig gemaakt bij de Tweede Kamer.[2] De Algemene termijnenwet schrijft voor dat een in een wet gestelde termijn die eindigt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag wordt verlengd tot de eerstvolgende dag, die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. De aanleiding voor het indienen van het wetsvoorstel was de verkorting van de werkweek en de belemmeringen die het normale rechtsverkeer ondervond op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen.[3] De Algemene termijnenwet trad op 1 april 1965 in werking.[4] Op 18 juni 1981 is het wetsvoorstel tot wijziging van het eerste lid van artikel 3 aangeboden bij de Tweede Kamer.[5] Met dit wetsvoorstel werd het eerste lid van artikel 3 aangevuld met 5 mei als algemeen erkende feestdag en werd “de dag waarop de verjaardag des Konings” veranderd in “de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd.[6] De aanleiding voor deze wijziging was het uitroepen van 5 mei tot een nationale feestdag[7] en hiermee werd de tekst van de Algemene termijnenwet in overeenstemming gebracht met terminologie van de Grondwet.[8] Met de inwerkingtreding van de Reparatiewet I is een tekstuele omissie hersteld van het eerste lid van artikel 1 van de Algemene termijnenwet.[9] Per 10 oktober 2010 is de Algemene termijnenwet ook van toepassing geworden voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.[10]

Algemeen erkende feestdagen[bewerken]

In het eerste lid van artikel 3 van Algemene termijnenwet worden de volgende dagen als algemeen erkende feestdagen aangemerkt:

Het tweede lid van artikel 3 stelt Goede Vrijdag gelijk aan een algemeen erkende feestdag en ingevolge het derde lid kunnen dagen bij Koninklijk Besluit gelijkgesteld worden met een algemeen erkende feestdag.[4] Eenmaal in de drie jaar wordt een besluit genomen waarbij een aantal dagen met een feestdag gelijkgesteld wordt. Voorbeelden hiervan zijn de maandag vóór Nieuwjaarsdag, Koningsdag, Bevrijdingsdag en Eerste Kerstdag als deze feestdagen op een dinsdag vallen, alsmede de vrijdag ná Nieuwjaarsdag, Koningsdag, Bevrijdingsdag en Tweede Kerstdag als deze feestdagen op een donderdag vallen. De vrijdag na Hemelvaartsdag wordt altijd gelijkgesteld met een feestdag. Wanneer Hemelvaartsdag op 7 mei valt ontstaat de bijzondere omstandigheid dat ook woensdag 6 mei gelijkgesteld wordt. Dit leidt ertoe dat de termijn met maximaal 9 dagen kan worden verlengd. Een termijn die op zaterdag 2 mei zou aflopen wordt dan verlengd t/m maandag 11 mei.

Noten[bewerken]

  1. Algemene termijnenwet
  2. Kamerstukken II, 1962-1963, 7112, nr.1
  3. Kamerstukken II, 1962-1963, 7112, nr.3.
  4. a b Kamerstukken II, 1962-1963, 7112, nr.7.
  5. Kamerstukken II, 1980-1981, 16944, nr.1
  6. Kamerstukken II, 1980-1981, 16944, nr. 6
  7. Kamerstukken II, 1980-1981, 16944, nr. 3
  8. Kamerstukken II, 1980-1981, 16944, nr. 5
  9. Kamerstukken II, 1998–1999, 25 836, nr.3
  10. Stb. 2010, 389