Alia (emigratie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Alia (jodendom))
Ga naar: navigatie, zoeken
De Exodus 1947 was een bekend schip in de Aliyah Bet

Alia (ook wel alijah of aliyah, meervoud aliyot; letterlijk opgang), een van oorsprong algemeen tenachisch begrip is overgenomen als term voor de Joodse emigratie naar Palestina.

De betekenis, namelijk opstijging, is het stijgen in heiligheid. Het Heilige Land is heiliger dan andere landen, en werd op grond daarvan gebruikt voor het zich verplaatsen van buiten het Land naar binnen het Land alia. Daarnaast kan het woord ook betrokken worden op personen die in het Land wonen maar niet in Jeruzalem, en die naar Jeruzalem komen. Deze betekenis komt bijvoorbeeld voor in de gebeden van de joodse feestdagen.

Later werd de term in de rabbijnse literatuur gebruikt om emigratie naar het Heilige Land mee aan te duiden. Er worden verschillende grote aliot, grote immigratiegolven, onderscheiden. De eerste vier aliot, bestonden met name uit grootschalig emigrerende Oost-Europese Joden.

Prezionistische alia[bewerken]

Al voor de opkomst van het zionisme in de 19e eeuw vonden aliot van kleine joodse groepen plaats. Een noemenswaardige alia is de alia van een groep Hongaarse joden circa tweehonderd jaar geleden.[bron?] Hun afstammelingen, die nog altijd in Jeruzalem wonen, waren in de jaren dertig van de 20e eeuw de oprichters van de joodse antizionistische beweging Neturei Karta.

Eerste alia[bewerken]

In de 19e eeuw leden Joden onder nationalisme en hiermee gepaard gaande discriminatie van de landen waar ze woonden. Weliswaar hadden Nederland, Frankrijk en Engeland alle antisemitische wetten geschrapt, maar in het Russische rijk en vele andere staten bestonden ze nog. Daarnaast kwam ook in de West-Europese landen antisemitisme onder de bevolking voor. Veel Joden wilden daarom graag een eigen land, waar ze niet gediscrimineerd zouden worden. Rond 1880 begonnen de eerste Joden naar Palestina, een eerste alia.

Tweede alia[bewerken]

Joodse immigranten in het toenmalige Palestina, 1912

Na de inspanningen van Theodor Herzl en de Zionistische Wereldorganisatie had men niet alleen besloten dat er een "nationaal tehuis" voor de Joden moest komen, maar ook dat dit "tehuis" zich in Palestina zou moeten bevinden. Rond 1905 volgde daardoor een tweede alia. Toch waren de eerste twee aliot maar zeer klein. De overgrote meerderheid van de Joden verkoos Amerika boven Palestina.

Tussen 1881 en 1914 emigreerden 60.000 Joden naar Palestina.[1] In diezelfde periode vertrokken 1,5 miljoen Russische Joden naar de Verenigde Staten.[2]

Rond 1900 was de Joodse aanwezigheid in Palestina van enkele procenten van de bevolking naar circa 10 à 15% opgeklommen. Zij kochten vaak land van Arabische grondbezitters, en wel op een zodanige wijze dat de stukken gekochte grond blokken vormden. Hier bouwden zij hun huizen, boerderijen, scholen, synagogen en uiteindelijk steden en universiteiten. In het begin ging men uit van het kibboets-model: grotendeels autarkische leefgemeenschappen. Het leven in de kibboetsen en in Palestina in het algemeen was erg hard. Joden die in hun vorig leven dokter of advocaat waren geweest, moesten nu met hun handen werken. Men moest weer helemaal opnieuw met het leven beginnen. Daarnaast was de sfeer grimmig: in 1907 vond de eerste openlijke confrontatie met de Palestijnse inwoners plaats. Tijdens de aliot is dan ook altijd sprake geweest van spijtoptanten die in tegengestelde richting terug naar Amerika vertrokken omdat ze niet konden aarden in Palestina.

Derde alia[bewerken]

Na de Eerste Wereldoorlog in 1918 stortte Ottomaanse Rijk in en initieerde het Verenigd Koninkrijk het Mandaatgebied Palestina. Dit werd door zowel de Joden als de Arabieren daar als een klap in het gezicht gezien: "We worden gekoloniseerd!" Het was echter de bedoeling dat de Britten het gebied te zijner tijd zouden opgeven. In 1917 hadden ze in de Balfourverklaring aan Joden een nationaal tehuis beloofd. In de periode 1918-1940 ontstond dan ook een derde alia, die beduidend groter was dan de eerste twee.[bron?] Dit waren vooral idealistische migranten en vanaf 1933 ook Duitse Joden. Om de Arabieren tegemoet te komen, werden steeds kleinere aantallen Joodse migranten toegelaten. De Britten knepen ten slotte de stroom migranten af. Vervolgens werden over zee illegaal groepen Joden Palestina binnengesmokkeld. De codenaam voor deze illegale immigratie was de Aliyah Bet.

Vierde alia[bewerken]

Overlevenden van Buchenwald komen in 1945 aan in Haifa
1rightarrow blue.svg Zie ook Bricha

Na de Tweede Wereldoorlog trok een groot aantal Joden naar Palestina en vormde zo de vierde alia. Een groot aantal van hen werd door de Britten gevangen genomen en naar interneringskampen gebracht. De ondergrondse militie Hagana organiseerde een groot aantal ontsnappingen, zoals die van 210 gedetineerden in het interneringskamp Atlit in oktober 1945.[3] Uiteindelijk vormden de Joden in 1948 een krappe meerderheid in Palestina.

Vijfde alia[bewerken]

Na de stichting van de staat Israël in 1948 vonden in de meeste Arabische landen represailles tegen de joodse minderheden plaats. Dit resulteerde in een vijfde (grote) alia.

Later vonden meerdere grote aliot plaats, waarbij grote groepen Joden uit de diaspora naar Israël immigreerden. Promimente voorbeelden zijn de massale alia uit Rusland die vijftien jaar geleden begon en nu langzaam eindigt[bron?], en de alia van de Ethiopische Joden.

Zie ook[bewerken]