Alice Bailey

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Alice Ann Bailey

Alice Ann Bailey, geboren als Alice LaTrobe Bateman (16 juni 188015 december 1949), was een Brits schrijfster. Zij wordt door haar volgelingen gezien als de voortzetster van het werk van theosofe Helena Petrovna Blavatsky.

Haar volgelingen zien haar als kanaal van wat ze noemen de Hiërarchie van Meesters en in het bijzonder van Meester Djwhal Khul. Tussen 1919 en haar dood in 1949 schreef ze 24 boeken met esoterische inhoud, die vooral te maken hebben met de ontwikkeling van de ziel en dienstigheid aan de mensheid. Zij stelde zelf, dat de de tekst van de meerderheid van deze boeken haar telepathisch gedicteerd was door Djawhal Khul.

Hiertoe stichtte ze een organisatie, de Lucis Trust, die in alle landen actief is en door de Verenigde Naties wordt erkend als niet-gouvernementele organisatie (NGO): Naast haar taak om de 24 boeken van Alice Bailey in zo veel mogelijk talen en landen te verspreiden, bestaat de Lucis Trust uit drie grote afdelingen:

  • De Arcane School (opleiding van studenten tot discipelschap en daardoor meer bruikbaar voor de Hiërarchie).
  • Wereld Goede Wil (ontwikkeling van het programma van WGW in verschillende eenheden van dienst).
  • Driehoeken (wereldwijd netwerk van meditatie, waaraan iedereen kan deelnemen, in de vorm van driehoeken die bestaan uit drie mensen).

Ideeën[bewerken]

  • Kaart III in 'Een Verhandeling over Kosmisch Vuur' (blz. 93 Nederlandse vertaling) geeft schematisch de zeven gebieden van ons zonnestelsel weer. Die zeven lagen zouden ook betrekking hebben op de mens, volgens het axioma 'zo boven, zo beneden'. Het zijn 7 lagen, horizontaal onder elkaar gerangschikt van boven naar beneden: 'logoïsch -', 'monadisch -', 'atmisch -', 'buddhisch -', 'manasisch -', 'astraal -', fysiek gebied. Elke laag bestaat weer uit zeven onderlagen.
  • De persoonlijke mens bestaat middels zijn mentale (manasische)-, emotionele (astrale)- en fysieke lichaam.
  • Het mentale en fysieke gebied zijn allebei in tweeën gescheiden: het mentale gebied in drie onderlagen boven ('abstract mentaal gebied') en vier onderlagen beneden ('concreet mentaal gebied'); het fysieke gebied in vier onderlagen boven ('fijnstoffelijk of etherisch fysiek gebied') en drie onderlagen beneden ('grofstoffelijk fysiek gebied').
  • De drie onderlagen die het grofstoffelijk gebied vormen zijn van boven naar beneden ons bekend als gas, vloeistof en vaste stof. De vier onderlagen van het fijnstoffelijk of etherisch fysiek gebied zijn vier ethers, die aan ons gezicht zijn onttrokken.
  • De onsterfelijke ziel van de mens bevindt zich in het abstract mentale gebied. Hij verbindt de werelden beneden (de persoonlijke wereld) en boven (de 'Monade' in het monadisch gebied en de 'Triade' in het atmisch -, buddhisch - en manasisch gebied).
  • Elk lichaam dat de mens heeft in de genoemde gebieden heeft een kern ('permanent atoom'), die zich in de bovenste onderlaag van elk gebied bevindt (met uitzondering van de 'mentale eenheid'). Er is in de persoonlijkheid van de mens een 'mentaal permanent atoom' (mpa) in de bovenste onderlaag van het abstract mentaal gebied, een 'mentale eenheid' (me) in de bovenste onderlaag van het concreet mentaal gebied, een 'astraal permanent atoom' (apa) in de bovenste onderlaag van het astrale gebied en een 'fysiek permanent atoom' (fpa) in de bovenste onderlaag van het fysieke gebied.
  • Door deze kernen werkt de onsterfelijke ziel op de lichamen in. Bij overlijden nemen de kernen het nodige op van de lichamen, die achtergelaten worden. Bij de nieuwe geboorte vormen de kernen de lichamen volgens de opgeslagen inhoud uit een vorig leven.

De bovengenoemde zeven punten worden niet zo expliciet uitgelegd in de theosofie van Blavatsky. Ze kunnen daarom worden beschouwd als een vervolg en verdieping van de leer van zeven 'beginselen' in de mens: atman, buddhi, manas (abstract mentaal of hoger manas), kama manas (concreet mentaal of lager manas), linga sarira (astraal), prana (vitaliteit, etherisch, fijnstoffelijk fysiek) en sthula sarira (grofstoffelijk fysiek).

Werken[bewerken]

  • Mensen en zonne-inwijding - 1922
  • Brieven over occulte meditatie - 1922
  • Het bewustzijn van het atoom - 1922
  • Een verhandeling over kosmisch vuur - 1925
  • Het licht van de ziel - 1927
  • De ziel en haar mechanisme - 1930
  • Van intellect naar intuïtie - 1932
  • Een verhandeling over witte magie - 1934
  • Een verhandeling over de zeven stralen I (Psychologie I) - 1936
  • Van Bethlehem tot Golgotha - 1937
  • Een verhandeling over de zeven stralen II (Psychologie II) - 1942
  • Discipelschap in het nieuwe tijdperk I - 1944
  • Problemen der mensheid - 1947
  • De wederkomst van Christus - 1948
  • De bestemming der volkeren - 1949
  • Begoocheling, een wereldprobleem - 1950
  • Telepathie en het etherisch lichaam - 1950
  • De onvoltooide autobiografie - 1951
  • Een verhandeling over de zeven stralen III (Esoterische astrologie) - 1951
  • Een verhandeling over de zeven stralen IV (Esoterische genezing) - 1953
  • Opvoeding in het nieuwe tijdperk - 1954
  • Discipelschap in het nieuwe tijdperk II - 1955
  • Het naar buiten treden van de geestelijke Hiërarchie - 1957
  • Een verhandeling over de zeven stralen V (De stralen en de inwijdingen) - 1960

Externe links[bewerken]