Allerheiligste


Het allerheiligste was volgens de Hebreeuwse Bijbel een kubusvormige ruimte in de tabernakel, en later in de Joodse tempel in Jeruzalem, waar de ark van het Verbond was geplaatst. Tussen het allerheiligste en het heilige was een afscheiding met een gordijn of voorhangsel, waar alleen de hogepriester door mocht gaan, en dat slechts een keer per jaar, op Jom Kipoer (Grote Verzoendag). Hij bracht dan het zoenoffer voor de zonden van de Israëlieten.
In oudere vertalingen, zoals de Statenvertaling, wordt het allerheiligste met de Hebreeuwse genitief aangeduid als heilige der heiligen (Hebreeuws: קֹדֶשׁ הַקֳּדָשִׁים, Kadosj haKadosjim).
Huidige locatie
[bewerken | brontekst bewerken]In de Rotskoepel in Jeruzalem is een deel ingericht rondom de (vermeende) eerste steen of funderingssteen van de Joodse tempel. In het jodendom wordt die plek door sommigen aangeduid als allerheiligste, omdat zij aannemen dat zich op die plek het allerheiligste bevond in de Tempel van Salomo en daar de ark van het verbond stond tot de verwoesting van de tempel in 586 v.Chr. door Nebukadnezar II.[1] Voor hen is het de heiligste plaats in het jodendom.[2]
Christendom
[bewerken | brontekst bewerken]In het verhaal over de dood en herrijzenis van Jezus in Matteüs 27:51, Marcus 15:38 en Lucas 23:44-45 staat dat, op het moment van het sterven van Jezus aan het kruis, het voorhangsel (het gordijn dat het heilige van het allerheiligste scheidde) scheurde. In Hebreeën 10:19-22 (een van de vroegste theologische doorwerkingen in het christendom) wordt gesuggereerd dat dit symboliseerde dat hiermee de weg werd vrijgemaakt voor christenen om toegang te krijgen tot het allerheiligste en tot God te naderen.
In het christendom zijn daarom diverse interpretaties waarin de tabernakel en Joodse tempel een soort 'schaduwbeeld of afspiegeling' zijn van de kosmologie van de Bijbel, waarbij het allerheiligste wordt gelijkgesteld met de woonplaats van God in de hemel.
Ethiopische kerken
[bewerken | brontekst bewerken]In de Ethiopische kerken is in het centrum een kubusvormig allerheiligste, dat alleen door de priester mag worden betreden.