Aloïs Walgrave

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Graf op het kerkhof van Vollezele

Aloïs Walgrave (Gent, 9 februari 1876 - Brugge, 28 februari 1930) was een Vlaams priester, dichter en prozaschrijver.

Levensloop[bewerken]

Aloïs Walgrave werd geboren als de zoon van Aloys C. M. Walgrave (1844-1908), een Vlaamse schrijver en dichter. Na zijn studie thomistische wijsbegeerte en klassieke filologie in Leuven en het Diocesaan Grootseminarie in Mechelen, werd Walgrave in 1920 pastoor te Vollezele. Een leerling van hem als pastoor was de Vlaamse schrijver en dichter Jozef Simons[1].

Walgrave had grote bewondering voor Guido Gezelle en wordt gezien als de biograaf van Gezelle. Walgrave was onder andere medewerker van Dietsche Warande & Belfort en het culturele tijdschrift Jong Dietschland.

Zijn neven, zoons van zijn broer Jozef Walgrave, waren de dominicanen en hoogleraars Jan-Baptist Jozef Walgrave (1911-1986) en Jozef Walgrave (1914-1977), kloosternaam Valentinus.

Werken[bewerken]

  • Stille stonden (1905)
  • De blindgeborene (1907), evangeliespel;
  • Noodkreet (1908)
  • Zingende snaren (1909)
  • Het spel van Onze-Lieve-Vrouw of Maria's leven, 2 dln. (1910), mysteriespel;
  • Vrede op aarde (1911), kerstspel;
  • Jeugddroomen (1913), gelegenheidsspel.

Studies over Gezelle:

  • Gedichtengroei (1914)
  • Het leven van Guido Gezelle, Vlaamschen priester en dichter (2 delen, 1923-1924)

Externe links[bewerken]