Alpenruit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Thalictrum alpinum
Alpenruit
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Angiospermae (Bedektzadigen)
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Orde:Ranunculales
Familie:Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)
Geslacht:Thalictrum
Soort
Thalictrum alpinum
L. (1753)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Thalictrum alpinum op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De alpenruit (Thalictrum alpinum) is een overblijvende plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) die te vinden is in het noordpoolgebied en in de alpiene zone van de Europese en Noord-Amerikaanse hooggebergtes.

Naamgeving en etymologie[bewerken | brontekst bewerken]

  • Synoniemen: Thalictrum acaule Cambess., Thalictrum cheilanthoides Greene, Thalictrum duriusculum Greene
  • Frans: Pigamon des Alpes
  • Duits: Alpen-Wiesenraute
  • Engels: Alpine Meadow-rue

De botanische naam Thalictrum is afgeleid van het Oudgriekse θάλικτρον, thaliktron, een naam gegeven door de oud-Griekse arts en botanicus Pedanius Dioscorides (ca. 40-90 n.Chr.) aan een plant met gedeelde bladeren. De soortaanduiding alpinum verwijst naar de Alpen.

Kenmerken[bewerken | brontekst bewerken]

De alpenruit is een lage, weinig opvallende, overblijvende, kruidachtige plant met een onvertakte stengel en een basaal bladrozet van gesteelde, dubbelgeveerde blaadjes met afgeronde bladlobjes.

De bloemen staan in een eindstandige tros en zijn voorzien van kleine schutblaadjes. Ze zijn radiaal symmetrisch, met een zeer eenvoudig bloemdek van enkele kleine purpergekleurde kroonblaadjes en een tiental violette meeldraden, langer dan de kroonblaadjes en met gele helmhokjes.

De plant bloeit van juni tot juli.

Habitat en verspreiding[bewerken | brontekst bewerken]

De alpenruit groeit voornamelijk in zonnige maar vochtige hooilanden en op rotsige plaatsen op basische bodems, in het gebergte van 1.900 tot 2.900 m hoogte.

De plant kent een alpien-arctische verspreiding, ze komt voor in het hele arctisch gebied van Eurazië en Noord-Amerika (Alaska, noordelijk Canada en Groenland) en daarbuiten in bijna alle Europese gebergtes (Alpen, Pyreneeën, de bergen van Scandinavië) en de Rocky Mountains in Noord-Amerika.