Alpensneeuwhoen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Alpensneeuwhoen
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Het IJslandse alpensneeuwhoen (Lagopus muta islandorum) in winterkleed.
Het IJslandse alpensneeuwhoen (Lagopus muta islandorum) in winterkleed.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Galliformes (Hoendervogels)
Familie: Phasianidae (Fazantachtigen)
Onderfamilie: Tetraoninae (Ruigpoothoenders)
Geslacht: Lagopus (Sneeuwhoenders)
Soort
Lagopus muta
(Montin, 1776)
Verspreidingsgebied van het alpensneeuwhoen binnen Europa.
Verspreidingsgebied van het alpensneeuwhoen binnen Europa.
Afbeeldingen Alpensneeuwhoen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Alpensneeuwhoen op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

Het alpensneeuwhoen (Lagopus muta) is een vogel uit de onderfamilie der ruigpoothoenders (Tetraoninae). De soort komt voor in hooggebergten en gebieden met een toendraklimaat. Het alpensneeuwhoen is een niet-trekkende soort, maar seizoensgebonden verplaatsingen over korte afstanden komen voor.[2]

Kenmerken[bewerken]

Het alpensneeuwhoen is iets kleiner dan het verwante moerassneeuwhoen (Lagopus lagopus). Het Spitsbergensneeuwhoen (Lagopus muta hyperborea), een ondersoort van het alpensneeuwhoen, is echter groter en zwaarder dan de moerassneeuwhoenders en alpensneeuwhoenders van het vasteland. Het verenkleed is in de winter sneeuwwit en heeft een korte, zwarte staart. Volwassen mannetjes hebben in de lente een donker grijsbruin verenkleed met golvende of kronkelende donkere markeringen. De buik, vleugels en delen van de flanken zijn wit. De rode wenkbrauwstreep is in deze periode opgezwollen. Het mannetje in zomerkleed is bleekgrijs, maar behoudt zijn witte buik en bovenvleugels. De vrouwtjes zijn in de lente en zomer groffer gebandeerd dan het mannetje, en heeft een goudgele in plaats van grijze tint. Het mannetje is ook van het vrouwtje te onderscheiden door de zwarte streep die van het oog naar de snavel loopt. Bij het vrouwtje ontbreekt de zwarte streep.[2]

Leefwijze[bewerken]

Hun voedsel bestaat uit bladeren, bloemen, bessen, zaden van planten en uit knoppen en katjes van berken of knoppen en twijgen van wilgen. Naast plantaardige materialen eten de kuikens ook insecten.[3] Ze graven zelfs gangen onder de sneeuw om aan voedsel te komen.

Voortplanting[bewerken]

Het nest wordt in een ondiep kuiltje gebouwd en bestaat uit plantaardige materialen, zoals grassen, twijgjes en bladeren, met een toevoeging van enkele veertjes.[3] Het nest ligt meestal in een open gebied tegen een grote rots of struik. Eieren worden normaal gesproken vanaf juni gelegd, maar regionale variatie is mogelijk. In Schotland worden de eieren al vanaf midden mei gelegd en op Spitsbergen begint de leg pas vanaf midden juni.[4] Het legsel bestaat uit vijf tot acht (soms twaalf), crèmekleurige eieren met donkere vlekken. Deze worden gedurende 21 à 24 dagen door het vrouwtje geïncubeerd. Dankzij haar verenkleed is ze goed gecamoufleerd.[3]

Verspreiding en ondersoorten[bewerken]

Het alpensneeuwhoen komt binnen Europa voor in de Alpen, Pyreneeën, Scandinavisch Hoogland, Schotland, IJsland, Spitsbergen, Frans Jozefland en het Oeralgebergte. Hierbuiten komt de soort voor in Noord-Siberië, het noorden van Canada, Groenland, Alaska, Aleoeten, delen van Japan, de Zuid-Siberische gebergtes en het Pamirgebergte.

Van het alpensneeuwhoen zijn 31 ondersoorten wetenschappelijk erkend:[5]

  • Lagopus muta muta: - Komt voor op het Scandinavisch Hoogland en het Kolaschiereiland.
  • Lagopus muta millaisi: - Komt voor in Schotland.
  • Lagopus muta helvetica: - Komt voor in de Alpen.
  • Lagopus muta pyrenaica: - Komt voor in de centrale en oostelijke Pyreneeën.
  • Lagopus muta komensis: - Komt voor in het Oeralgebergte.
  • Lagopus muta hyperborea (Spitsbergensneeuwhoen): - Komt voor op Spitsbergen en Franz Josefland.
  • Lagopus muta islandorum (IJslands alpensneeuwhoen): - Komt voor op IJsland.[6]
  • Lagopus muta pleskei: - Komt voor in Noord-Siberië van het Tajmyr-schiereiland tot aan Tsjoektsjenschiereiland.
  • Lagopus muta macrorhyncha - Komt voor in het Tarbagatajgebergte.
  • Lagopus muta nadezdae: - Komt voor in de Zuid-Siberische gebergten en het Pamirgebergte.[7]
  • Lagopus muta transbaicalica: - Komt voor in de gebergten in het zuidoosten van Siberië.
  • Lagopus muta gerasimovi: - Komt voor op het Karaginski-eiland.
  • Lagopus muta krascheninnikowi: - Komt voor op het Kamtsjatka.
  • Lagopus muta ridgwayi: - Komt voor op de Komandorski-eilanden.
  • Lagopus muta kurilensis: - Komt voor op de Koerilen.
  • Lagopus muta japonica: - Komt voor op het centrale deel van Honshu.
  • Lagopus muta evermanni: - Komt voor op de eilanden Attu en Agattu in de Westelijke Aleoeten.
  • Lagopus muta townsendi: - Komt voor op Kiska en Little Kiska in de Westelijke Aleoeten.
  • Lagopus muta gabrielsoni: - Komt voor op de eilanden Amchitka, Little Sitkin en Rateiland in de Westelijke Aleoeten.
  • Lagopus muta sanfordi: - Komt voor op de eilanden Tanaga en Kanaga in de Westelijke Aleoeten.
  • Lagopus muta chamberlaini: - Komt voor op het eiland Adak in de Westelijke Aleoeten.
  • Lagopus muta atkhensis: - Komt voor op het eiland Atka in het centraal gelegen deel van de Aleoeten.
  • Lagopus muta yunaskensis: - Komt voor op het eiland Yunaska in het centraal gelegen deel van de Aleoeten.
  • Lagopus muta nelsoni: - Komt voor op de eilanden Unimak, Unalaska en Amaknak in de Oostelijke Aleoeten.
  • Lagopus muta dixoni: - Komt voor op de eilanden van de Glacier Bay en de naastgelegen gebieden op het vasteland van Alaska en het noordwesten van Canada.
  • Lagopus muta kellogae: - Komt voor in Alaska (behalve het zuidoosten) en het noorden van Yukon.
  • Lagopus muta rupestris: - Komt voor in de arctische delen van Canada.
  • Lagopus muta welchi: - Komt voor op Newfoundland.
  • Lagopus muta saturata: - Komt voor in het noordwesten van Groenland.
  • Lagopus muta macruros: - Komt voor in het noordoosten van Groenland.
  • Lagopus muta reinhardi: - Komt voor in het zuidwesten en zuidoosten van Groenland.

Natuurlijke vijanden[bewerken]

Afhankelijk van hun verspreidingsgebied behoren de steenarend (Aquila chrysaetos), giervalk (Falco rusticolus), grote burgemeester (Larus hyperboreus), kleine jager (Stercorarius parasiticus) of poolvos (Alopex lagopus) tot de belangrijkste natuurlijke vijanden.[3][8] De steenarend is zelfs in staat het alpensneeuwhoen te zien tegen een sneeuwachtergrond, wanneer de soort zijn winterkleed heeft.[3]

Status[bewerken]

De soort wordt niet in zijn voortbestaan bedreigd en staat op de Rode Lijst van de IUCN geclassificeerd als niet bedreigd. Op de Europese Rode Lijst worden twee inschalingen gemaakt. Binnen het Europese continent staat de soort te boek als gevoelig en binnen de landen van de Europese Unie is de soort geclassificeerd als kwetsbaar. Op de EU-Vogelrichtlijn staat de soort op Annex I of Annex II, afhankelijk per lidstaat.[4]

Afbeeldingen[bewerken]