Alt-right

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Richard Spencer (foto 2016)

Alt-right (een Engelse afkorting voor alternative right, "alternatief rechts") is een zeer los georganiseerde politieke subcultuur in de Verenigde Staten. Alt-right is een verzamelnaam voor enerzijds een subcultuur van (vooral mannelijke) internetgebruikers die zich bezig houden met het verspreiden van, anderzijds een verzameling extreemrechtse ideologen en activisten. De band tussen beide groepen werd versterkt door de verkiezing van Donald Trump tot president van de VS, maar zijn sindsdien weer verzwakt. De naam van de stroming wordt toegeschreven aan de Amerikaanse journalist en wit nationalist Richard B. Spencer, die in 2008 de naam zou hebben bedacht om ermee zijn variant van rechts extremisme de Amerikaanse massa in te loodsen.[1] Ook wordt Jared Taylor vaak genoemd als belangrijke inspirator van de beweging.[2]

Als internetcultuur ('alt-lite')[bewerken]

Bezigheden die met de alt-right als internetcultuur in verband worden gebracht zijn vooral het (anoniem) verspreiden van vaak racistisch getinte memes op websites als 4chan, het vertonen van pestgedrag op discussiefora en het uiten van beledigingen en bedreigingen gericht aan cultureel links; uitingen die echter altijd gepaard gaan met een ironische en provocatieve toon.[3] Ter onderscheiding van gewelddadig extreemrechts (zie hieronder) spreekt men ook wel van alt-lite.

Het herkenningsteken van de alt-lite, tevens de basis voor de meeste memes, is een stripfiguurtje van een kikker genaamd Pepe the Frog. Dit figuurtje begon zijn online leven in een ongerelateerde, apolitieke webstrip, maar is rond 2014 door de subcultuur omarmd als eigen symbool. Vanwege het grootschalig gebruik van het figuurtje voor racistische uitingen werd het door de joodse burgerrechtenorganisatie Anti-Defamation League in 2016 als haatsymbool aangemerkt.[3]

Alt-right kreeg voor het eerst grote bekendheid tijdens de campagnes voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016. Hoewel de uiteindelijke winnaar, Republikein Donald Trump, al in 2015 een plaatje van Pepe the Frog bij een Twitterbericht had gezet,[4] was het vooral het benoemen van de alt-right door kandidate Hillary Clinton die een stroom media-aandacht op gang bracht. Deze aandacht wordt zelfs wel beschouwd als de katalysator die deze subcultuur tot een legitieme politieke beweging kon maken, terwijl deze eerder vooral een groep jeugdige pestkoppen in de uithoeken van het internet was.[5] De met de Trumpcampagne geaffilieerde website Breitbart heeft zich opgeworpen als hét medium dat de alt-righters/alt-liters bedient. De controversiële journalist Milo Yiannopoulos, voorheen in dienst bij Breitbart, gold ondanks zijn openlijke homoseksualiteit als een van de gezichten van de alt-lite, tot hij in 2017 van zijn voetstuk viel.[6]

Als ideologie[bewerken]

In termen van partijpolitiek staan de meer ideologisch ingestelde alt-righters doorgaans het dichtste bij de Republikeinse Partij, hoewel zij het heersende conservatisme binnen die partij afwijzen en belachelijk maken; verzet tegen de politiek van de neocons (met name de regering-Bush jr.) was een voorname reden voor Spencer om "zijn beweging" te starten. In plaats daarvan bedienen de alt-righters zich van een combinatie van masculinisme, libertarische economische denkbeelden en ideeën over raszuiverheid en antisemitisme.[4] Naast Richard Spencer is de bekende white supremacist Jared Taylor een belangrijke figuur. Volgens de Nederlandse politicoloog Cas Mudde is "alt-right" dan ook weinig meer dan een nieuwe benaming voor de racistische stroming die Amerika al sinds jaar en dag kent, en die telkens nieuwe namen verzint om zichzelf een acceptabel imago aan te meten.[7]

De Unite the Right rally in Charlottesville vormt volgens journaliste Angela Nagle een breekpunt in de synergie tussen de internettrollen (alt-lite) en het geharde extreemrechts (alt-right proper). Nagle signaleert naar aanleiding van de moordaanslag die tijdens deze demonstratie plaatsvond een kloof tussen enerzijds het ironische flirten met rechtse ideeën, anderzijds de bereidheid om tot politiek geweld over te gaan, die volgens haar onoverbrugbaar zal blijken.[8]

In Nederland[bewerken]

In Nederland wordt het studiegenootschap Erkenbrand beschouwd als vertegenwoordiger van de alt-right.[9] In een artikel in de NRC werd De Dagelijkse Standaard als de Nederlandse variant genoemd van Breitbart, waar hoofdredacteur Michael van der Galiën eerder voor werkte.[10]

Zie ook[bewerken]