Amandina van Schakkebroek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Heilige Amandina van Schakkebroek

De heilige Amandina van Schakkebroek (Schakkebroek, Herk-de-Stad, 28 december 1872 - Taiyuan, 9 juli 1900), geboren als Maria-Pauline Jeuris, was een Belgische missiezuster in China. Na een uitwijzing genegeerd te hebben werd ze met andere christenen tijdens de Bokseropstand terechtgesteld. Op 1 oktober 2000 werd Amandina heilig verklaard, de eerste heiligverklaring in het jonge bisdom Hasselt.

Achtergrond[bewerken]

Haar eigenlijke naam was Maria-Pauline Jeuris. Haar vader was Cornelius Jeuris, geboren op 25 februari 1830 en haar moeder was Agnes Thijs, geboren op 13 mei 1836. Haar moeder stierf op 27 oktober 1879 bij de geboorte van haar negende kind. Pauline zelf was het zevende kind.

Opleiding[bewerken]

Op zesjarige leeftijd verloor Pauline haar moeder. Ze werd tot haar veertiende toevertrouwd aan een buurvrouw (Celis-Jans) en verbleef daarna twee jaar bij de familie Van Schoonbeek-Jans. Ze volgde de lagere school bij de zusters Ursulinen in Herk-de-Stad. In 1886 ging ze dienen bij de Zusters van Liefde in Sint-Truiden die haar ook toelieten om verder te studeren. Haar oudste zuster Marie was al toegetreden tot deze congregatie en haar twee jaar oudere zuster Rosalie werkte er ook al twee jaar.

Op 2 augustus 1892 ging ze voor een jaar naar Hasselt om het gezin van haar zieke zuster Anna, weduwe met vier kinderen, bij te staan.

Als lid van de Derde Orde trad ze als novice op 19 juli 1895 in bij de Zusters Franciscanessen van Maria in de Kongostraat in Antwerpen. Deze jonge Franse congregatie was helemaal op missiewerk gericht en ook zij opteerde dus voor missiewerk - in navolging van haar zuster Rosalie - met als kloosternaam Honorine. In het klooster nam Pauline de naam Maria-Amandina aan, in navolging van de Heilige Amandus, apostel van Vlaanderen. In 1896 trok zij naar Marseille om er voor verpleegster te studeren. Ze legde haar kloostergeloften af op 6 juni 1898.

Bewogen verblijf in China[bewerken]

Aanstelling als missiezuster[bewerken]

De Heilige Amandina op haar missiepost in Taiyuan, China. Schilderij in het koor van de "Chinese Kapel" in het Amandina-museum

Eind 1898 was Mgr. Francesco Fogolla, vicaris-generaal van Mgr. Grassi van de provincie Shanxi in China op bezoek in Marseille om zusters voor hun missie te bekomen.

De reis naar China[bewerken]

Op 12 maart 1899 kon Zuster Amandina samen met Mgr. Fogolla en zes andere zusters vertrekken, met de stoomboot Salazië van de lijn Marseille-Sjanghai, naar China. Ze voeren via het Suezkanaal. Op 29 maart 1899 ontmoette ze in Colombo in Sri-Lanka haar zuster Honorine, die daar missiezuster was. Op 14 april 1899 kwamen ze aan in Shanghai. Hier nam een deel van de groep zusters afscheid om zich naar hun missiewerk in het gebied van de Jangtsekiang (Blauwe Rivier) te begeven.

Zuster Amandine voegde zich met de rest van de groep bij Mgr. Fogolla en vervolgens voeren zij naar Tianjin, waar ze op 28 april 1899 aankwamen. Hier namen ze de trein tot Peking. Daarna hadden ze een twaalf uur durende treinreis van Peking naar Baoding. In Baoding werden ze feestelijk onthaald en rondgereden in riksja's. Ze verbleven enkele dagen in Baoding om uit te rusten. Met een karavaan van veertig personen, draagstoelen en ezels gingen ze verder naar Taiyuan, waar ze op 4 mei 1899 aankwamen. Ook daar werden ze feestelijk onthaald.

Missiewerk in Taiyuan[bewerken]

Ze werkte in Taiyuan in de provincie Shanxi in een weeshuis en richtte er haar dispensarium in. De zusters trokken zich vooral het lot van wezen en achtergelaten kinderen aan. Amandina was er werkzaam als verpleegster en in de farmacie. Eigenhandig doopte zij heel wat kinderen die bij haar werden binnengebracht en vaak al snel overleden. Zelf bleef ze ook niet gespaard, want in de lente van 1900 werd ze zwaar ziek. Net toen men haar al wilde opgeven, herstelde ze miraculeus.

Martelaarsdood[bewerken]

In het kader van de Bokseropstand was er een vijandig politiek klimaat ten aanzien van westerlingen en katholieke missionarissen in China. Op 1 juli 1900 werd een edict uitgevaardigd waarbij de katholieke en protestantse missionarissen in Taiyuan op straffe van dood werden uitgewezen. Alhoewel Mgr. Fogolla en anderen aandrongen hieraan gehoor te geven, wilden de missiezusters toch op hun post blijven. Op 9 juli 1900 werd Amandina na een publiek proces door onthoofding terechtgesteld, samen met 31 andere missionarissen en Chinese bekeerlingen. Vier dagen lang bleven de lijken liggen, waarna ze buiten de stadsmuren begraven werden. De hoofden van de bisschoppen werden in een soort kooi bij de stadspoorten tentoongesteld.

Afloop[bewerken]

Na de inval van de acht westerse mogendheden in Peking en onder andere het vernielen van het Zomerpaleis capituleerde keizerin Cixi en werd op 7 september 1901 het Boxerprotocol ondertekend. Als gevolg hiervan werden de lijken opgegraven en ondergebracht in een erepaviljoen op de koer van het gerechtshof van Shanxi. Dit werd op 24 maart 1903 officieel ingehuldigd.

Medezusters[bewerken]

Zaligverklaring en heiligverklaring[bewerken]

Op 24 november 1946 werd Zuster Amandina, samen met haar medezusters, zalig verklaard. Op 1 oktober 2000 werd ze, samen met 120 lotgenoten, heilig verklaard. De heiligverklaring van zoveel katholieke missionarissen in China, en dit dan nog op de Chinese Nationale feestdag, veroorzaakte wrevel in China.[1]

Iconografie[bewerken]

St. Amandina wordt afgebeeld in haar habijt met een crucifix en een palmtak. In de Sint-Quintinuskathedraal te Hasselt staat een vroeg twintigste-eeuws beeld van haar.

Feestdag[bewerken]

De feestdagen van de heilige Amandina zijn op 8 juli, als een van de Martelaren van Shanxi en op 28 september als een van de Martelaren van China.

Amandinamuseum[bewerken]

Kamer van de ouderlijke woonst van Amandina(Amandinamuseum)

Het Amandinamuseum is ondergebracht in het geboortehuis van Amandina in Herk-de-Stad. Een gedeelte omvat de leef- en slaapvertrekken ingericht in de stijl van het einde van de 19e eeuw. Een ander gedeelte is de schuur die omgebouwd werd tot de "Chinese Kapel". In deze kapel wordt dagelijks een eucharistieviering gehouden. Op 15 juni 2000 werd het Amandinahuis beschermd verklaard door de commissie Monumenten en Landschappen van de Vlaamse regering.

Bronnen, noten en/of referenties