Ambt Montfort (drostambt)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Plattegrond van het ambt Montfort in 1623

Ambt Montfort was een bestuurlijk en administratief gebied binnen Opper-Gelre, in de huidige Nederlandse provincie Limburg en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. Dit bestuursdistrict, rond het Kasteel Montfort, was het zuidelijkste machtscentrum van het hertogdom Gelre.

Geschiedenis[bewerken]

Ontstaan[bewerken]

De ruïnes van Kasteel Montfort

Het gebied kwam halverwege de 13e eeuw in handen van Hendrik III van Gelre (overl. 1285), bisschop van Luik, die hier rond het jaar 1260 een kasteel liet bouwen dat de naam Montfort kreeg. Op 12 december 1277 vaardigde Hendrik III een oorkonde uit, waarbij hij Reinoud I, graaf van Gelre, als erfgenaam aanwees van het kasteel Montfort, de omliggende dorpen, Elsene (Nieuwstadt) en Linne en de villae Echt, Vlodrop, Roosteren, Posterholt en Odiliënberg.[1]

Vanaf de 14e eeuw werd kasteel Montfort het administratieve centrum van één van de acht ambten van het Gelders Overkwartier of Opper-Gelre[2] De benaming ambt was de aanduiding van de regionale bestuurlijke lagen binnen het Overkwartier en werd op zijn beurt opgedeeld in een aantal schepenbanken die het bestuur uitoefenden van heerlijkheden (de lokale bestuurslagen, te vergelijken met huidige gemeenten).

Indeling[bewerken]

Het ambt Montfort bestond in de 16e eeuw uit de de heerlijkheden Asselt, Beesel, Belfeld, Echt (met Ohé en Laak), Elmpt, Linne, Maasbracht, Montfort, Nieuwstadt, Posterholt, Roosteren, Sint Odiliënberg, Swalmen en Vlodrop.[3] Vanaf 1715 kwam het gebied in Staats-Gelderse handen, met uitzondering van Asselt, Elmpt en Swalmen, die Oostenrijks werden.

Vererving[bewerken]

Het ambt Montfort kwam in de 16e eeuw via vererving aan het Huis Habsburg, die ook koning van Spanje waren. In 1649 werd het als gevolg van de Vrede van Münster door Filips IV van Spanje afgestaan aan Willem II van Oranje. In 1732 werd het bij de verdeling van de erfenis van zijn opvolger, Willem III van Oranje, afgestaan aan de koning van Pruisen. In 1769 verkocht Frederik II van Pruisen het ambt weer aan Willem V van Oranje. Opper-Gelre, waar het ambt deel van uitmaakte, was een leengoed van de keizer van Duitsland. In 1715 werd dit recht door keizer Karel VI in het tweede barrièretraktaat afgestaan aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden,[4] met uitzondering van de dorpen Swalmen en Elmpt, die Karel VI behield en bij de Oostenrijkse Nederlanden gevoegd werden.[5]

Tachtigjarige Oorlog[bewerken]

Het ambt Montfort leed tijdens de Tachtigjarige Oorlog zwaar onder plunderingen door zowel het Staatse als het Spaanse leger. Vooral de Spanjaarden hielden er van december 1590 tot maart 1591 flink huis, toen verschillende troepen gelegerd waren in Stevensweert en omgeving. In de zomer van 1591 trokken plunderende Spaanse troepen door het ambt Montfort om vanuit Maastricht deel te nemen aan het Beleg van Knodsenburg. Veel mensen vluchtten naar Maaseik en Karken in het hertogdom Gulik, maar overleden na terugkomst alsnog aan besmettelijke ziekten als gevolg van de ellende.[6] In een later stadium van de oorlog, in 1633, legden de Spanjaarden in Stevensweert een vesting aan, om land- en waterwegen in de omgeving beter te kunnen controleren.

Opheffing[bewerken]

Na de bezetting door de Fransen in 1794 kwam er een einde aan het Overkwartier en daarmee ook aan het ambt Montfort en de hieronder vallende heerlijkheden. De Fransen deelden het gebied voor het eerst op in gemeenten.

Gemeente[bewerken]

De naam Ambt Montfort werd ter herinnering aan dit historische gebied van 1994 tot 2007 opnieuw gebruikt voor een gemeente, die echter slechts een gedeelte van het vroegere ambt Montfort omvat. Zie: Ambt Montfort.