Ambtenarenwet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Ambtenarenwet is een Nederlandse wet die vastgesteld is in 1929. Doel is de rechtspositie van ambtenaren te regelen. Ambtenaar in de zin van deze wet is degene die is aangesteld (formeel eenzijdig) om werkzaam te zijn in de openbare dienst, waartoe behoren alle diensten en bedrijven door de Staat en de openbare lichamen beheerd, maar niet degene met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is gesloten.

Er zijn nog drie verschillen tussen de rechtspositie van een ambtenaar en iemand met een arbeidsovereenkomst:

  • de eenzijdige aanstelling van de ambtenaar
  • de rechtsbescherming via de bestuursrechter in plaats van de kantonrechter
  • de publiekrechtelijke regelingen van de arbeidsvoorwaarden in plaats van de CAO

Voor sommige functionarissen, waaronder ministers en burgemeesters, gelden deels afwijkende bepalingen.

Uitvoering door overheden[bewerken]

De ambtenarenwet verplicht de overheden tot :

  • een integriteitsbeleid
  • een gedragscode
  • een ambtseed bij aanstelling
  • openbaarmaking nevenfuncties
  • een klokkenluidersregeling
  • een terugkommogelijkheid als men de politiek ingaat

Veel bepalingen voor ambtenaren zijn echter geregeld in uitvoeringsbesluiten van de ambtenarenwet.

Uitvoering door gemeenten[bewerken]

Bij gemeenten wordt de ambtenarenwet uitgevoerd door de afdeling personeelszaken. Die is qua omvang gemiddeld 2,8 % van het totale personeel.

Kosten en middelen[bewerken]

In 2006 is berekend dat het omzetten van de ambtenarenstatus naar arbeidsovereenkomsten voor alle 612.000 ambtenaren tussen de € 76 en 245 miljoen kost. De jaarlijkse opbrengsten zouden € 5,0 tot 7,6 miljoen opleveren. Dit zit vooral in besparingen op de rechtspraak en door deregulering. De ambtenarenwet kost dus jaarlijks € 12,5 per ambtenaar.

Externe link[bewerken]