Naar inhoud springen

American Service-Members' Protection Act

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De American Service-Members' Protection Act (ASPA) ('Wet ter bescherming van Amerikaanse militairen'), door tegenstanders de The Hague Invasion Act ('Invasie van Den Haag-wet') genoemd, is een federale wet van de Verenigde Staten, geïntroduceerd door senator Jesse Helms als een amendement op de National Defense Authorization Act, die in 2002 door het congres werd goedgekeurd. Het amendement is bedoeld om "militair personeel en andere verkozen of benoemde vertegenwoordigers van de Verenigde Staten van Amerika te beschermen tegen rechtsvervolging door een internationaal strafhof waarvan de VS geen deel uitmaken" en geeft de president de macht om "met alle mogelijke middelen de vrijlating van VS-personeel te bewerkstelligen dat gevangen wordt gehouden door of op verzoek van het Internationaal Strafhof" (in Den Haag).

Het amendement poogt de positie van het Internationaal Strafhof in Den Haag te verzwakken doordat het de regering van de VS toelaat haar burgers te beschermen tegen uitlevering aan het Internationaal Strafhof. Ook staat het "elke vereiste actie" toe die nodig is om "VS-soldaten te bevrijden die onterecht aan het strafhof uitgeleverd werden". Men ging zelfs zo ver te zeggen dat de VS met deze wet een militaire invasie van Den Haag zouden kunnen organiseren om VS-burgers die daar eventueel vastgehouden worden, te ontzetten. Om deze reden wordt er door tegenstanders naar verwezen als de The Hague Invasion Act; de wet wordt nog steeds gezien als een groffe aantasting van de Nederlandse soevereiniteit.

Federale, nationale en lokale overheden en instellingen (waaronder gerechtelijke instanties) worden er door het amendement van weerhouden het Strafhof te assisteren. Zodoende verbiedt het gerechtelijke instanties personen uit te leveren aan het Strafhof en verbiedt het deze instanties het Strafhof inzage te geven in (geheime) documenten met betrekking tot de nationale veiligheid. Verder verbiedt het overheden van de VS om in diens grondgebied onderzoek door het Strafhof te laten uitvoeren.

De wet beperkt ook alle militaire steun aan landen die het verdrag voor het Internationaal Strafhof goedkeurden; er werd hierbij wel uitzondering gemaakt voor NAVO-leden, "belangrijke bondgenoten buiten de NAVO" (zoals Australië, Israël, Taiwan en nog enkele landen), en landen die een akkoord sloten met de VS om VS-staatsburgers niet uit te leveren aan het Strafhof.

De ASPA machtigt de president van de Verenigde Staten "alle nodige en gepaste middelen in te zetten om de vrijlating te bewerkstelligen van elke persoon, die wordt vastgehouden of gevangen gezet door, namens, of op verzoek van het Internationaal Strafhof".[1]

De ASPA specificeert dat deze bevoegdheid zich uitstrekt tot de dekking van de volgende personen:[1]

Verenigde Staten

leden van de strijdkrachten, gekozen of benoemde ambtenaren van de overheid, en andere personen in dienst van of werkzaam voor de overheid;[1]

Bondgenoten

militair personeel, gekozen of benoemde ambtenaren, en andere personen in dienst van of werkzaam voor de overheid van een NAVO-lidstaat of een belangrijke niet-NAVO-bondgenoot, waaronder Australië, Egypte, Israël, Japan, Jordanië, Argentinië, Zuid-Korea en Nieuw-Zeeland.[1]

Nederlandse reactie

[bewerken | brontekst bewerken]

Vanuit de Nederlandse overheid is altijd mild gereageerd op deze wetgeving die de president van de VS zonder verdere tussenkomst van diens congres machtigt met geweld de soevereiniteit van het Nederlands grondgebied te schenden.[2][3] De Nederlandse Europarlementariër Wim van de Camp stelde in juli 2009 als een van de weinigen de voorwaarde dat als Nederland personen zou opnemen die in Guantanamo Bay opgesloten zijn geweest, de omstreden The Hague Invasion Act bij die onderhandelingen betrokken zou moeten worden.[4]

Pieter Nouwen schreef een boek over de gevolgen voor Nederland wanneer het Internationaal Strafhof daadwerkelijk Amerikanen zou aanklagen en vastzetten, getiteld De Pias van het Pentagon.

Er is een actiegroep geweest, genaamd "Het Volksfront van Hogerhand", die in maart 2003 als "civiele defensiemacht" symbolische forten heeft gebouwd op het strand bij Scheveningen.[5]