Amish

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Contrast in vervoer in Pennsylvania
Traditionele klederdracht
Landbouwgebied met amishboerderijen

De amish is een mennonitische, rigoristische protestantse geloofsgemeenschap in Noord-Amerika. Het zijn volgelingen van de Zwitser Jakob Ammann (1644 - 1730) die in 1693 brak met de minder radicale mennonitische hoofdstroom.

Gedwongen door geloofsvervolgingen in Zwitserland vertrokken veel amish naar de Elzas en de Palts. Kleine groepen kwamen in Nederland, Polen en Rusland terecht. Vanuit Europa emigreerden veel amishgemeenschappen vanaf 1737 naar Noord-Amerika omdat hun levenswijze in Europa nog nauwelijks getolereerd werd. Anderen sloten zich in de loop der tijd weer aan bij de mennonieten of andere doperse bewegingen. In 2017 werd de totale Amish-populatie geschat op 318.000. Door de traditioneel grote gezinnen groeide deze bevolkingsgroep in dat jaar nog steeds.[1][2]

Geschiedenis[bewerken]

Begin van de anabaptistische beweging[bewerken]

De anabaptistische beweging, waaruit later de amish voortkwam, begon begin zestiende eeuw in kringen rond Huldrych Zwingli, die de Reformatie leidde in Zwitserland. In Zürich praktiseerde men in 1525 voor het eerst de volwassenendoop van mensen die als pasgeborene reeds waren gedoopt. De kinderdoop werd principieel afgewezen omdat die niet het gevolg is van een bewuste en vrijwillige beslissing door betrokkene. Deze tak van radicale reformatie zou later bekend komen te staan als Zwitserse Broeders.[3]

Oorsprong van de Amish[bewerken]

Aan het eind van de zeventiende eeuw leidde de strikte interpretatie van de doopsgezinde bisschop Jakob Ammann tot onrust in Zwitserse en Elzasser mennonitische gemeenschappen. Ammann debatteerde met ouderling Hans Reist over wie gered kon worden, wie naar de hemel zou gaan. De Zwitser was radicaal in zijn opvattingen: hij eiste een volledige bekering. De ware gelovigen moesten "het kruis als voorbeeld nemen" en dan een "levende hoop op redding" hebben, terwijl twijfelaars en onbeslisten die "deze wereld zelfs meer liefhebben dan de Heer", geen genade konden verwachten. Daarnaast had Ammann specifieke opvattingen over het uiterlijk van de gelovige en zijn plaats in de gemeenschap. Hij benadrukte strikte kledingregels en schreef voor mannen het dragen van een baard voor. Omdat lang niet iedereen hem wilde volgen scheidde hij zich af. Van de 69 voorgangers in de Elzas volgden er 27 de Zwitserse bisschop. Zijn eisen aan de gelovigen leidden tot het ontstaan van de amish.[4][5]

Emigratie naar Noord-Amerika[bewerken]

In de 18e eeuw nodigde William Penn de amish en andere religieuze minderheden zoals quakers en hernhutters uit om naar zijn kolonie Pennsylvania in Noord-Amerika te komen om zich daar te vestigen. In een eerste fase van immigratie rond het midden van de achttiende eeuw gingen zo'n 500 amish op deze uitnodiging in. Deze eerste Amish-immigranten gingen naar Berks County, Pennsylvania, maar zijn later verhuisd naar een andere county in Pennsylania, namelijk naar Lancaster County. In de 19e eeuw, als reactie op politieke (Franse Revolutie) en economische (Industriële revolutie) veranderingen, volgden nog eens 3000 personen. In 2017 stonden zo'n 318.000 amish geregistreerd in 31 Amerikaanse staten en in drie Canadese provincies, het merendeel leeft in Pennsylvania, Ohio en Indiana.[6]

Old Order Amish en amish-mennonieten[bewerken]

In de jaren na 1850 ontstonden spanningen binnen amish-gemeenten en tussen verschillende amish-gemeenten. Tussen 1862 en 1878 werden er jaarlijks Dienerversammlungen (pastorale conferenties) gehouden over hoe de amish zou moeten omgaan met spanningen veroorzaakt door druk vanuit de moderne samenleving. De vergaderingen waren een progressief idee; bisschoppen die vanuit heel Amerika naar een conferentie samen kwamen om eenheid te bespreken was nieuw voor de amish. Na de eerste vergaderingen besloten de traditionele bisschoppen in 1885 deze conferenties verder te boycotten, omdat ze vonden dat hun zorgen onvoldoende werden gehoord.[7]

De progressievere leden, bestaande uit ongeveer tweederde van de volksverhuizers, werden later bekend onder de naam amish-mennoniten en hebben zich uiteindelijk verenigd met de doopsgezinde kerk en andere doopsgezinde denominaties. Dit gebeurde vooral aan het begin van de twintigste eeuw. De meer traditioneel ingestelde groepen werden bekend als de Old Order Amish.[8]

In Europa volgden de amishgemeenten dezelfde weg als de amish-mennonieten in Noord-Amerika; ze gingen op in de mennonitische kerkgenootschappen. De laatste amishgemeente in Duitsland fuseerde met de naburige doopsgezinde kerk in 1937. Sommige doopsgezinde gemeenten, waaronder de meeste in de Elzas, stammen rechtstreeks af van voormalige amishgemeenten.[9]

Leer[bewerken]

Bij de amish zijn religie, waarden en traditie onlosmakelijk verbonden met het dagelijkse leven. Hun geloof wordt meer geleefd dan besproken. Het dagelijks leven is nauw verweven met het geloof; het kerkelijke, sociale en familieleven vallen vrijwel samen. Hierdoor ligt de nadruk niet op de theologie, maar op de praktijk van het geloof.

Aan deze praktijk ligt wel een duidelijke doctrine ten grondslag. De kern is de verlossingsleer die gefundeerd is op het anabaptisme. God is de enige die beslist over het lot, of een mens uiteindelijk in de hel of de hemel komt. Een vroom en deugdzaam leven helpt wel, maar is niet beslissend. De amish geloven op basis van de Bijbel dat de mens ten diepste slecht is en de afstand tussen God en mens groot. Deze afstand blijkt uit hun strakke kerkliturgie. De traditie van het werpen van het lot geeft uiting aan de immanentie van God als uitdrukking van Zijn wil. De amish zien een groot onderscheid tussen zichzelf en de slechte wereld, waarin de moderniteit tot verdorvenheid heeft geleid. Ze zijn overtuigd van het onnut van kennis, autonomie en financiële zekerheid. Soberheid, een eenvoudig leersysteem, ontheffing van de leerplichtwet en pacifisme zijn echter ideaal.

De plaats van het individu in het grote geheel is klein. In deze gemeenschapsreligie bepalen ouders wat kinderen doen, de groep bepaalt hoe men moet leven, en als individu moet je je daarin voegen. Een uitzondering hierop is de rumspringa.

Erediensten worden eenmaal per twee weken gehouden bij een van de leden thuis, ze duren in het algemeen drie tot vier uur. Er worden twee preken gehouden, een lange en een korte. De voorgangers zijn niet theologisch geschoold. Tijdens de diensten wordt monotoon en zeer langzaam gezongen uit een gezangenboek uit 1654.[10]

Leefwijze[bewerken]

Traditioneel vervoer
Kinderen op weg naar school
Ploegen met paarden

Eenvoud[bewerken]

De amish hechten zeer aan hun doperse geloof, waarin ook een radicaal pacifisme is besloten, alsmede eenvoudig leven waarbij men bijna volledig zelfvoorzienend is wat betreft voeding en alledaagse benodigdheden. Verder is belangrijk een hecht gezinsleven en loyaliteit aan de geloofsgemeenschap. Men plaatst zich bewust buiten de moderne wereld. De amish wonen in agrarische gemeenschappen, nog grotendeels zoals men in de eerste helft van de 19e eeuw leefde, zonder veel moderne voorzieningen en met gebruikmaking van traditionele landbouwmethoden en ambachtswerk. Men draagt nog de eenvoudige plattelandskledij uit die tijd.

Onderwijs[bewerken]

Zeggenschap over opvoeding en onderwijs is een basisbegrip in de amish-gemeenschap. Onderwijs in eigen kring, door eigen leerkrachten en volgens een eigen lesprogramma, maakt het mogelijk de typische amishnormen en -waarden door te geven aan een volgende generatie. Voorop staat het leren van de gemeenschappelijke waarden en van praktische vaardigheden.

Het verwerven van 'wereldse kennis' op het niveau van middelbaar en hoger onderwijs wordt gezien als het toegeven aan persoonlijke ijdelheid. Amishkinderen gaan tot ongeveer hun veertiende jaar naar school. Die bestaat meestal uit één enkel klaslokaal en wordt beheerd door de lokale gemeenschap. De kinderen krijgen les in rekenen, lezen, schrijven en Bijbelkennis. Er is veel aandacht voor praktische vaardigheden, die voor een groot deel ook thuis, op de boerderij en in de werkplaatsen worden verworven. Geschiedenis, aardrijkskunde en andere kennis over 'de wereld', zoals op andere scholen gewoon is, worden niet onderwezen. Daardoor hebben de meeste amish slechts een beperkt beeld van de geschiedenis en de wereld buiten hun gemeenschap. Dit wordt nog in de hand gewerkt doordat veel van de amish geen kranten lezen en geen televisie, radio, telefoon of internet gebruiken.

In de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw zijn er door de overheid processen aangespannen tegen amish die niet aan sommige leerplichtwetten wilden voldoen. Veel vaders hebben toen in de gevangenis gezeten omdat ze weigerden hun kinderen naar de toen verplicht geworden 'high school' te sturen. Na een lange en soms bittere strijd stelde het Hooggerechtshof hen in 1972 in het gelijk. Volgens het hof zou verplichte deelname aan vervolgonderwijs de vrijheid van godsdienst, een van de hoofdrechten in de Amerikaanse grondwet, van de amish in ernstige mate in gevaar brengen.

Techniek[bewerken]

Vaak wordt er door de buitenwereld van uitgegaan dat alle amish tegen technische vooruitgang zijn. Dit ligt genuanceerder. Halverwege de 19e eeuw werd het steeds duidelijker dat de industriële revolutie, die rond 1800 was begonnen, de wereld grondig had veranderd en dat er voor de toekomst nog veel meer verandering stond aan te komen. De amishgemeenschap hield toen meerdere conferenties over de vraag hoe men moest omgaan met al die moderne ontwikkelingen. Het grootste deel van de amish, het deel dat tegenwoordig bekendstaat onder de naam Old Order Amish, besloot de nieuwe ontwikkelingen in zijn geheel af te wijzen en alleen de tot dan toe gangbare, relatief eenvoudige, technische hulpmiddelen te blijven gebruiken. De rest van de gemeenschap vormde verschillende splintergroeperingen die, in verschillende gradaties, liberaler omgaan met producten van de latere technische vooruitgang.

De Old Order Amish gebruiken alleen technieken die gangbaar waren rond 1850 en rijden daarom tegenwoordig nog steeds met paard-en-wagen, gebruiken geen elektriciteit en dragen nog steeds de toen gebruikelijke kleding. De meer liberale stromingen maken wel gebruik van na 1850 ontwikkelde technische hulpmiddelen en hebben bijvoorbeeld wel elektriciteit, en gebruiken zelfs ook auto's (Beachy- en New Order Amish). Soms wordt dit niet toegepast voor huiselijk gebruik, maar alleen om moderne werktuigen bij het werken op de boerderij of de werkplaats te gebruiken. Bij anderen gaat het om een bijna volledige toepassing van alle moderne technologieën in werk- en woonhuis. Vaak worden deze 'moderne amish' door de meer conservatieven niet meer als 'echte' amish beschouwd.

Talen[bewerken]

Zowel jonge als oude amish spreken een Zuidwest-Duits dialect met elkaar. De overgrote meerderheid van de amish spreekt Pennsylvania-Duits ('Pennsilfaani-Deitsch'), terwijl ongeveer zeven procent van de amish een Elzassisch dialect of een dialect uit het Zwitserse Bernerland ('Berndeutsch') spreekt. Erediensten worden gehouden in het Bijbel-Hoogduits of Pennsilvaans. Met niet-amish spreekt men Engels.

Toerisme[bewerken]

Toeristenattractie

In Pennsylvania komen ieder jaar miljoenen mensen op bezoek die met eigen ogen willen zien hoe de amish leven. Er zijn voorlichtingscentra met multimediashows in een Amish Experience Theater. Ook zijn er rondleidingen, themaparken, nagebouwde amishdorpen, antiekmarkten en souvenirwinkels.

Rumspringa[bewerken]

Kinderdoop kennen de amish niet: evenals andere doopsgezinden vinden ze dat iemand pas weloverwogen en bewust tot de gemeenschap kan toetreden als hij of zij de jaren des onderscheids heeft bereikt rond het 20e levensjaar. Vanaf een jaar of zestien mogen Amish een paar maanden tot een paar jaar leven als de gemiddelde Amerikaan. Zo kunnen ze beter kiezen tussen het leven in de amishgemeenschap en het leven in de wereldse Amerikaanse maatschappij. Dit wordt rumspringa (Nederlands: in het rond springen, ronddollen) genoemd. Ze mogen altijd terugkeren naar de amishgemeenschap, op voorwaarde dat ze dan ook hun hele leven amish blijven. Op deze wijze kunnen de jongeren ervaren wat er in de rest van de maatschappij zoal te koop is en kan de keuze voor een leven als amish bewust worden gemaakt. Zo'n 85 tot 90 procent kiest ervoor om zich na de rumspringa weer bij de amish aan te sluiten en bijna allen houden zich daarna de rest van hun leven ook aan die keuze. Bij dit definitieve aansluiten worden de jongvolwassenen ook gedoopt en nemen hun vaste plaats in de gemeenschap in. Kiezen ze niet voor het amishleven, dan worden ze vaak verstoten door hun familie en de amishgroep waarin ze zijn opgegroeid.

Straf bij overtredingen[bewerken]

Als een lid van een traditionele amishgemeenschap iets doet dat ernstig in strijd is met de gemeenschapsafspraken en zich na herhaalde vermaningen niet betert, kan deze persoon op voorstel van de kerkleiding voor een bepaalde periode door de hele gemeenschap worden genegeerd. Dit wordt shunning of Meidung (mijding) genoemd. Niemand mag dan meer spreken met of luisteren naar de overtreder, totdat deze in een bijeenkomst van de gemeenschap zijn zonden heeft beleden. Bij zeer ernstige overtredingen kan dit mijden levenslang duren, zodat de overtreder dan feitelijk uit de gemeenschap verstoten is.

Genetica[bewerken]

Doordat zich vrijwel geen mensen van buiten de gemeenschap bij de amish voegen zijn alle amishnakomelingen van de kleine groep oorspronkelijke kolonisten en is iedere amish verwant aan de familie van zijn of haar partner. Dit leidt tot genetische drift. Bij de amish komt het syndroom van Ellis-van Creveld vaker voor, waarbij onder andere dwerggroei en polydactylie als symptomen aanwezig zijn. Ook komen er veel tweelingen voor onder de amish. Doordat het gemiddelde amishgezin vijf tot tien kinderen heeft, groeit de gemeenschap snel: iedere 20 jaar verdubbelt hun aantal. Omdat goed bekend is wie allemaal familie is van wie en de groep bereid was mee te werken aan wetenschappelijk onderzoek, zijn veel genetische onderzoeken verricht onder de amish. Een onderzoek waaruit voor het eerst bleek dat manisch-depressiviteit een genetische basis kan hebben, werd in een amishpopulatie uitgevoerd.[11]

Amish in de media[bewerken]

Er zijn verscheidene Hollywoodfilms over de amish gemaakt, waarin de levenswijze van de amish vaak overdreven wordt aangezet. Volgens kenners van de amishcultuur geeft de film Witness uit 1985 met Kelly McGillis en Harrison Ford nog steeds het meest waarheidsgetrouwe beeld van de gemeenschap.

De documentaire Devil's Playground (2002) belicht de rumspringa. Een aantal tieners wordt gedurende langere tijd gevolgd en een aantal ouderlingen komt aan het woord - een zeldzame gebeurtenis, aangezien de amish niet graag gefotografeerd of gefilmd willen worden. Ook is er een negendelige serie op televisie geweest waarbij enkele jongvolwassenen tijdens de rumspringa gevolgd werden: Amish in the City (2004). De BBC maakte in 2012 de documentaire Amish - a secret life waarin het gezinsleven en de geloofsbeleving van een Old Order amishfamilie werd weergegeven.

Zanger "Weird Al" Yankovic bracht in 1996 de single "Amish Paradise" uit, een satire op de levensstijl van de amish, gebaseerd op het nummer Gangsta's Paradise van Coolio.

Schietincident[bewerken]

Op 2 oktober 2006 was er een schietincident op een amishschool in Nickel Mines (Pennsylvania). Een zwaarbewapende man (zelf niet amish), volgens de politie de 32-jarige Charles Carl Roberts IV, nam een aantal leerlingen en moeders van leerlingen mee naar buiten. Elf meisjes werden vastgebonden aan hun enkels en vervolgens beschoten. Ook enkele andere personen werden geraakt. In totaal vielen er vijf doden. De dader heeft zich daarna van het leven beroofd. Ouders van de neergeschoten kinderen waren op de begrafenis van de schutter aanwezig, wat algemene verbazing en bewondering wekte. Op basis van deze gebeurtenis is in 2010 de film Amish Grace gemaakt.[12]

Zie ook[bewerken]

  • Hutterieten; een vergelijkbare geloofsgemeenschap in vooral Canada.