Amsterdamse Joffers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Amsterdamse Joffers is de aanduiding voor een groep kunstenaressen die aan het eind van de 19e eeuw studeerden aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. De schilderessen raakten bevriend en exposeerden samen.

Geschiedenis[bewerken]

Tot de Amsterdamse Joffers behoorden Lizzy Ansingh, Marie van Regteren Altena, Suze Robertson, Coba Ritsema, Ans van den Berg, Jacoba Surie, Nelly Bodenheim, Betsy of Betsie Westendorp-Osieck en Jo Bauer-Stumpff. De groep had onder andere les van professor August Allebé.

Het was de kunstcriticus Albert Plasschaert (1874-1941) die in 1912 de term Amsterdamse Joffers voor het eerst gebruikte in een tijdschriftartikel. Lizzy Ansingh voerde een jarenlange correspondentie met Plasschaert.[1]

De vrouwen muntten uit in het schilderen van portretten, stillevens en genrevoorstellingen in een laat-impressionistische stijl. De vriendinnen behoorden ook tot de Amsterdamse kunstkringen Arti et Amicitiae en Sint Lucas.

De kunstenaressen kregen vooral belang als rolmodel voor andere kunstenaressen, niet alleen voor jongere tijdgenoten, zoals Helena Elisabeth Goudeket (1910-1943), omgekomen in Sobibór [2], maar met name voor kunstenaressen vanaf de jaren zeventig van de twintigste eeuw.[3]

Portretten van Amsterdamse Joffers[bewerken]

Voorbeelden van hun werk[bewerken]