Andreas Creusen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andreas Creusen
Andreas Creusen
Aartsbisschop van de Rooms-Katholieke Kerk
Wapen van een aartsbisschop
Geboren 1586/1591
Plaats Maastricht
Overleden 1666
Plaats Brussel/Mechelen
Wijdingen
Bisschop 9 april 1657
Kerkelijke carrière
Eerdere functies 1657-1666: aartsbisschop van Mechelen
1651-1657: bisschop van Roermond
1641-1651: aartsdiaken van Brabant
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Andreas Creusen, ook Cruesen of Crusens[1] (Maastricht, 1591 - Brussel, 9 november 1666)[2] was de vierde bisschop van Roermond van 1651 tot 1657 en de vijfde aartsbisschop van Mechelen. Zijn wapenspreuk was: Victrix fortunae sapientia (Wijsheid overwint het lot). Op zijn graftombe in de Sint-Romboutskathedraal wordt hij Andreas Cruesen genoemd.

Biografische schets[bewerken | brontekst bewerken]

Andreas Creusen werd geboren in een Luiks-Maastrichtse familie van ambtenaren en geestelijken. Een van zijn broers was de jurist en priester Michiel Creusen (†1626), die kanunnik was aan het Sint-Baafskapittel te Gent en het Sint-Servaaskapittel te Maastricht. Een ander familielid, mogelijk een oom, was de augustijn Nicolaas Creusen (ca. 1570-1629), provinciaal der augustijnen in Bohemen en raadsheer en historiograaf van keizer Ferdinand II.[3] Andreas volgde voorbereidende studies aan de kapittelschool van Sint-Servaas en de Latijnse school van Maastricht (gerund door de jezuïeten), en studeerde vervolgens verder in Rome. Aan de universiteit van Wenen werd hij doctor in de theologie en vervolgens raadsheer van de keizer en groot-aalmoezenier bij de keizerlijke legers in Duitsland en Hongarije. In 1630 werd hij kanunnik en scholaster aan het domkapittel van Kamerijk, in 1641 aartsdiaken van Brabant. Op 10 augustus 1651 werd hij plechtig ingehuldigd als nieuwe bisschop van Roermond. In 1653 schafte hij een aantal feestdagen af die het volk te veel in de arbeid hinderden.

In 1656 werd hij na lang overleg benoemd tot aartsbisschop van Mechelen. Zijn beleid spitste zich toe op de bestrijding van het jansenisme, met name aan de Leuvense universiteit, en de uitbouw van het catechismusonderricht.[4] Als aartsbisschop had hij een zwakke gezondheid en hij overleed op 9 november 1666 te Brussel en werd in de Sint-Romboutskathedraal van Mechelen naast het hoogaltaar begraven. Het imposante praalgraf van wit en zwart marmer is ontworpen door de architect en beeldhouwer Lucas Faydherbe. Het monument in typische barokstijl toont de aartsbisschop in geknielde houding voor de verrezen Christus, aan wie hij zijn bisschopsmijter aanbiedt. Achter hem staat zijn patroonheilige, de apostel Andreas.

Voorganger:
Antonius Bosman
Bisschop van Roermond
1651-1657
Opvolger:
Jacobus van Oeveren
Voorganger:
Jacobus Boonen
Aartsbisschop van Mechelen
1657-1666
Opvolger:
Joannes Wachtendonck