Anoxisch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Anoxisch betekent "zonder zuurstof". De diepere lagen van enkele meren (bijvoorbeeld het Tanganyikameer) en een enkele binnenzee (Zwarte Zee) zijn anoxisch, ten gevolge van de vrijwel volledige afwezigheid van menging tussen de oppervlaktelaag en de diepere wateren.

Anoxische dieptewateren zijn bevorderlijk voor de vorming van sedimenten met een hoog gehalte aan organisch (van afgestorven plankton afkomstig) materiaal, de zogenaamde kerogenen of sapropelen, de "grondstof" waaruit door latere geologische processen aardolie en aardgas kan worden gevormd. Een voorbeeld van een anoxisch aardoliemoedergesteente is de Posidoniaschalie.

In Nederland is uit het warme Eemien de laag van Harting bekend. Dit is een maximaal enkele decimeters dikke organogene laag, ontstaan in zuurstofloos zeewater, aan de basis van de mariene afzettingen in het centrale gebied waar in Nederland mariene afzettingen uit deze warme periode voorkomen. De laag is vooral bekend vanwege het hoge gehalte aan kiezelwieren en werd reeds door Harting beschreven.[1]

Zie ook[bewerken]