Anthocleista grandiflora

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Anthocleista grandiflora
Boskoorsboom
Anthocleista grandiflora, loof en vrugte, Manie vd Schijff BT, a.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Lamiiden
Orde:Gentianales
Familie:Gentianaceae
Geslacht:Anthocleista
Soort
Anthocleista grandiflora
L.
Afbeeldingen Anthocleista grandiflora
Boskoorsboom
op
Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Anthocleista grandiflora (Afrikaans: Boskoorsboom) is een slanke, altijdgroene, tot 30 m hoge boomsoort met grote bladeren en bloemen, inheems van Zuid-Afrika tot in Kenia.[1] Het is de enige van ongeveer 50 soorten van het genus die zuidelijk tot in (noordelijk) Zuid-Afrika voorkomt.[2] Het genus bevat fikse bomen, maar wordt tot de Gentiaanfamilie gerekend.

Olifanten eten graag de 150x45 cm grote bladeren en ook rundvee eet de gevallen bladeren. Zwijnen, apen en vogels doen zich te goed aan de 30 mm lange ovale vruchten. Het hout is licht maar barst niet wanneer er een spijker doorheen geslagen wordt. Het is wel voor fruitdozen gebruikt.[1]

Medische toepassing[bewerken]

De boom wordt in de traditionele geneeskunde gebruikt als middel tegen malaria, wormen, diabetes, seksueel overdraagbare ziektes en epilepsie. De medische waarde is onderwerp van studie. Toxicologische studies hebben laten zien dat een extract van de bast geen mortaliteit bij muizen veroorzaakte vanaf 1000 mg/kg lichaamsgewicht.[3]

De boom bevat een tweetal monoterpenoïden, glucosiden van het sweroside-type, grandifloroside en methylgrandifloroside geheten.[4]

Galerij[bewerken]