Anthoni Willem Philipse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Werk aan de winkel Dit artikel staat op een nalooplijst. Als de inhoud op verifieerbaarheid gecontroleerd is, kan dit sjabloon verwijderd worden. Bekijk ook de bewerkingsgeschiedenis om te zien of anderen hier al aan gewerkt hebben.
Anthoni Willem Philipse
Anthoni Willem Philipse (1766-1845).jpg
Algemene informatie
Volledige naam Anthoni Willem Philipse
Geboren 10 september 1766
Overleden 18 februari 1845
Titulatuur mr.
Politieke functies
1790–1792;
1795 tot 1803
commissaris van het College voor het Landrecht op Walcheren
1795–1803 schepen van Middelburg
vanaf 1795 lid Vergadering van de Provisionele representanten van het Volk van Zeeland
1814 lid Vergadering van Notabelen
1838–1845 president Hoge Raad der Nederlanden
Biografie op Parlement.com
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Anthoni Willem Philipse (Middelburg, 10 september 1766's-Gravenhage, 18 februari 1845) is bekend als president van de Hoge Raad.

Leven en werk[bewerken | brontekst bewerken]

Philipse was een zoon van de Middelburgse meester-glazenmaker Johan Philipse en Martha Fournier. Hij begon zijn loopbaan in 1783 als klerk bij de Raad van Vlaanderen en bleef die functie vervullen tot 1795. In 1786 schreef hij zich in als student in de rechten aan de Universiteit Leiden. Na zijn promotie in 1790 vestigde hij zich als advocaat in Middelburg. In datzelfde jaar werd hij lid van het College voor het Landrecht op Walcheren een functie die hij tot 1792 vervulde en nogmaals in de periode van 1795 tot 1803. In 1795 werd hij schepen en president van de Schepenbank in Middelburg en lid van de Vergadering van Provisionele Representanten van het Volk van Zeeland. Van 1803–1810 was hij procureur-generaal van het Departementaal Gerechtshof van Zeeland.

In 1811 ging hij naar Den Haag waar hij advocaat-generaal werd aan het Keizerlijk Gerechtshof te 's-Gravenhage. Op 10 februari 1814 werd hij procureur-generaal aan het Hooggerechtshof. Deze functie vervulde hij tot 1838.[1] Tot 1818 was hij tevens belast met het toezicht van de politie in de Noordelijke Nederlanden. Philipse drong aan op strikte naleving van reglementen en verordeningen door de politie en logementhouders, die vreemdelingen moeten registreren. Vanaf 1830 werden ook de Belgen als vreemdeling gezien. Van 1838 tot zijn dood in 1845 was hij president van de Hoge Raad.

Philipse trouwde in Middelburg op 14 januari 1793 met Johanna Henriette van Voorst (Middelburg (1772-1796). Zij kregen twee zoontjes, die maar kort leefden. Hij hertrouwde met Anna Johanna van Lemzeele (1775-1863). Uit dit huwelijk werden een zoon Johan Antoni en zes dochters geboren. Philipse had een oudere broer, Gerardus Jacobus Philipse (1759-1822), die griffier was van de Weeskamer, vrederechter en raadslid. Deze broer werd ook lid van de Provinciale Staten van Zeeland. Diens zoon was Jacobus Hermannus Philipse (1797-1878), hoogleraar rechtsgeleerdheid in Groningen.

Philipse overleed in 1845 op 78-jarige leeftijd. Hij was commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Voorganger:
-
President van de Hoge Raad der Nederlanden
1838-1875
Opvolger:
W.B. Donker Curtius van Tienhoven