Anti-intellectualisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het regime van de Rode Khmer in Cambodja stond bekend om haar rabiate anti-intellectualisme. Zelfs het dragen van een bril of het spreken van een vreemde taal kon een reden zijn om vermoord te worden.

Anti-intellectualisme is een sentiment van vijandigheid of afkeer tegenover intellectuelen, intellectuele activiteiten en academia. Anti-intellectualisme kan zich uiten in aanvallen tegen wetenschap, onderwijs of literatuur.

Anti-intellectuelen beschouwen zichzelf vaak als anti-elitair en egalitair en menen de 'gewone man' te vertegenwoordigen tegenover de intellectuele elite. Populistische politici en regeringen bedienen zich vaak van anti-intellectuele retoriek, en veel van de totalitaristische regimes van de 20e eeuw waren sterk anti-intellectueel. De gehanteerde argumenten hangen vaak af van de ideologie: een theocratische regering zal het nastreven van intellectuele activiteiten 'duivels' of 'atheïstisch' noemen en een communistische 'anti-revolutionair'. Ook het Italiaanse fascisme ging er prat op een irrationele beweging te zijn. De achterliggende oorzaak van dergelijke sentimenten is vaak de vrees van het regime dat intellectuelen hun dogma's in twijfel zullen trekken en kritiek zullen uiten op het regime. Beruchte anti-intellectuele regimes van de 20e eeuw waren onder andere die van Pol Pot in Cambodja, Mao Tse-Tung in China, Adolf Hitler in Duitsland en Francisco Macías Nguema in Equatoriaal-Guinea.

In westerse democratieën vertonen conservatieven soms anti-intellectuele tendensen. Vooral de conservatieven in de Verenigde Staten worden hier vaak van beschuldigd. Conservatieve commentatoren als Ann Coulter, Bill O'Reilly en Rush Limbaugh beschuldigen linkse politici en media vaak van intellectueel snobisme, elitarisme en het niet weten wat de gewone Amerikaan bezighoudt. Andersom heeft in linkse kringen verzet tegen conformisme zich soms geuit in anti-intellectualisme.

Sommige commentatoren vrezen dat een toenemend anti-intellectualisme op den duur een bedreiging voor de democratie kan vormen. Bekend is de uitspraak van Adlai Stevenson II, kandidaat voor de Democratische Partij tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1952. Nadat hem tijdens de campagne werd verteld dat "elke denkende man" op hem zou stemmen, antwoordde hij: "Bedankt, maar ik zou liever winnen."

Ook buiten de politiek kan men soms anti-intellectualisme aantreffen. Zo worden de moderne media er vaak van beschuldigd meer oog te hebben voor sensatie en nieuws dat grote delen van de bevolking aanspreekt, dan intellectuele of diepgaande informatie. Kritiek richt zich onder andere op commerciële televisie en sensatiekranten, en sommige intellectuelen vrezen dat ook het internet een 'overwinning van de amateur' zal brengen ten koste van intellectuele kennis.

Zie ook[bewerken]