Antoine Arts

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Antoine Arts
Antonius-henricus-arnoldus-antoine-arts-1361711691.jpg
Algemene informatie
Volledige naam Antonius Henricus Arnoldus Arts
Geboren Arnhem, 20 april 1845
Overleden Tilburg, 31 maart 1926
Partij RKSP (-1922)
Lijst-Arts (1922)
RKVP (1922-1926)
Politieke functies
1897,
1901-1913
Lid gemeenteraad van Tilburg
1901-1922 Lid Tweede Kamer
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Antonius Henricus Arnoldus (Antoine) Arts (Arnhem, 20 april 1845 - Tilburg, 31 maart 1926) was een Nederlands politicus, journalist en militair.

Arts werkte op een bank in Arnhem voor hij in 1866 dienst nam als Pauselijk Zoeaaf. Hij was vanaf 1868 tweede luitenant en werd in 1870 krijgsgevangen genomen na de inname van Rome en keerde terug naar Nederland. Omdat hij dienst had genomen in een buitenlands leger, was hij sinds 1866 stateloos geworden en mocht in 1896 niet plaatsnemen in de Tilburgse gemeenteraad. In 1897 verkreeg hij wederom het Nederlanderschap en werd dat jaar kortstondig gemeenteraadslid. Dat was hij ook van 1901 tot 1913. In 1901 werd hij namens de Roomsch-Katholieke Staatspartij (RKSP) verkozen in de Tweede Kamer. Rond 1922 werd hij door zijn partij niet opnieuw verkiesbaar gesteld en nam hij als lijsttrekker samen met zijn zoon Pius Arts zonder succes deel aan de Tweede Kamerverkiezingen in 1922 als Lijst-Arts. Hierna sloot hij zich aan bij de door zijn zoon opgerichte Rooms-Katholieke Volkspartij (RKVP).

In 1878 richtte Arts een drukkerij op en was hij vanaf 1879 uitgever en hoofdredacteur van de Nieuwe Tilburgsche Courant (later Tilburgsch Dagblad), die tot 1964 verscheen en een rechtsvoorganger van het Brabants Dagblad was[1]. Ook was hij hoofdredacteur van het blad van de Nederlandsche Zouavenbond De Kruisvaan en was hij voorzitter van de Nederlandse R.K. Journalisten-vereniging. Hij werd in 1910 benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Arts werd voor zijn verdiensten als Zoeaaf ook Pauselijk onderscheiden met de militaire Orde van Sint-Gregorius de Grote, het Mentanakruis en de gouden medaille Bene-Merenti der Romeinsche veldslagen. Hij was in 1872 in Arnhem gehuwd met Cornelia Susanna Aleijda Reh, met wie hij acht kinderen kreeg.