Antoine Ernst de Bunswyck

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Baron Antoine-Emile Ernst de Bunswyck (Korbeek-Lo, 1 december 1874 - Brussel, 24 augustus 1943) was secretaris-generaal op het departement Justitie.

Levensloop[bewerken | bron bewerken]

Antoine Ernst was de zevende van de elf kinderen van Leopold Ernst de Bunswyck (1835-1921) en Zélie de Dieudonné (1838-1883), dochter van Louis de Dieudonné, burgemeester van Korbeek-Lo. De acht dochters bleven vrijgezel. Zijn broer baron Alexandre Ernst de Bunswyck (1865-1927) werd voorzitter bij het Hof van beroep in Brussel. Die zijn zoon, Antoine Ernst de Bunswick (1901-1969) was eveneens voorzitter van het Hof van beroep in Brussel.

Antoine doorliep een loopbaan in de administratie van het Ministerie van Justitie die hem tot de topfunctie van secretaris-generaal bracht. Hij werd hierdoor verantwoordelijk voor het departement ten overstaan van de Duitse bezetter, nadat zijn minister, Paul-Emile Janson, Brussel verlaten had.

Al vlug ontstonden wrijvingen met de bezetter, meer bepaald naar aanleiding van de eerste hervormingen die deze in oktober wilde doordrukken, namelijk het overhevelen van een deel van de rechterlijke macht (betreffende het berechten van de zwarte markt) naar de administratie, hetgeen een ongrondwettelijke maatregel was. De Bunswick was de aanvoerder van de legalistische strekking binnen het comité van secretarissen-generaal, die het respect opeiste voor de bestaande Belgische wettelijkheid. De uitgevaardigde ouderdomsregel kwam net van pas om de 66-jarige Ernst aan de kant te schuiven. Dit leidde tot een ernstige crisis, waarbij de secretarissen-generaal dreigden alle medewerking met de bezetter op te zeggen. Omwille van het algemeen welzijn en de 'politiek van het minste kwaad', zoals het werd vooropgesteld door het Hof en door de invloedrijke middens, werd de dialoog door de overgebleven secretarissen-generaal hervat. Ernst werd opgevolgd door Georges (Gaston) Schuind.

Publicatie[bewerken | bron bewerken]

  • Auteurs: Gerard Cooreman, Eugène Goblet d'Alviella, Antoine Ernst de Bunswyck, Pierre Orts. Belgique.
  • Commissie: Commission d'enquête sur les violations des règles du droit des gens, des lois et des coutumes de la guerre
  • Boek: Le Livre rouge belge : les atrocités allemandes en Belgique : recueil des rapports officiels et in-extenso présentés à M. Carton de Wiart, ministre de la justice du royaume de Belgique.
  • Jaar en Uitgave: 1915, Parijs.

Privé[bewerken | bron bewerken]

Antoine Ernst de Bunswyck verkreeg in 1914 de titel ridder en in 1930 de titel baron, overdraagbaar bij eerstgeboorte. Hij trouwde in Brussel in 1920 met Anne-Marie de Volder (1879-1945), dochter van senator en minister van Staat Joseph de Volder. Het echtpaar kreeg een dochter, Thérèse (1920-1980), die ongehuwd bleef en in de nieuwjaarsnacht 1979-1980 vermoord werd in haar woonst, het kasteel van Kwabeek. De dader was haar klusjesman die haar met een dozijn messteken doodde. Hij werd ontoerekeningsvatbaar verklaard. Het kasteel werd aangekocht door de gemeente Boutersem en werd het gemeentehuis.

Literatuur[bewerken | bron bewerken]

  • Généalogie Ernst, in: Annuaire de la noblesse de Belgique, Brussel, 1871.
  • Alphonse LE ROY, Antoine Nicolas Ernst, in: Biographie nationale de Belgique, T. VI, Brussel, 1878.
  • Alphonse LE ROY, Jean Gerard Ernst, in: Biographie nationale de Belgique, T. VI, Brussel, 1878.
  • M. J. JANSSEN, Familie Ernst, in: De Maasgouw, 1923.
  • L. DE LICHTERVELDE, Le baron Antoine Ernst de Bunswyck, in: Bulletin van de Adel in België, 1948
  • Marc VAN DEN WIJNGAERT, Het beleid van het comité van de secretarissen-generaal in België tijdens de Duitse bezetting, 1940-1944, Brussel, 1975.
  • Oscar COOMANS DE BRACHÈNE, État présent de la noblesse belge, Annuaire 1988, Brussel, 1988.
  • F. DUMON, Antoine Ernst de Bunswyck, in: Biographie nationale de Belgique, T. XLIV, 1986.
  • Marc VAN DEN WIJNGAERT, Tussen vijand en volk. Het bestuur van de secretarissen-generaal tijdens de Duitse bezetting 1940-1944 in: België in de Tweede Wereldoorlog. Deel 9, Het minste kwaad, uitg. DNB, Pelckmans, Kapellen, 1990. Versie op dbnl, 2008.
  • Nico WOUTERS, De Führerstaat. Overheid en collaboratie in België, 1940-1944, Tielt, Lannoo, 2006.

Zie ook[bewerken | bron bewerken]