Antoon Pira

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Antoon Pira (Antwerpen, 1887 - 1939), oprichter van het Algemeen Vlaamsch Democratisch Verbond, was een vrijzinnig Antwerps ambtenaar die tijdens de Eerste Wereldoorlog dienst genomen heeft als vrijwilliger in het Belgisch leger, er politiek actief werd, de taalverzuchtingen van de Frontbeweging overnam en die onder invloed van de Russische Revolutie verruimde met een breed sociaal programma.

Levensloop[bewerken]

Antoon Pira (Antwerpen, 1887 - 1939), oprichter van het 'Algemeen Vlaamsch Democratisch Verbond', tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Antoon Pira nam in augustus 1914 vrijwillig dienst bij het Belgisch leger. Na de Slag om de IJzer in oktober 1914 belandde hij in het legerkamp van Avours in Frankrijk. In de nabijgelegen stad Le Mans maakte hij er kennis met het pacifisme van de Franse oud-premier Joseph Caillaux. In februari 1918 wordt Pira naar het front gestuurd als soldaat bij de 5de Linie. Hij leert er de Frontbeweging kennen maar vindt haar programma te beperkt. Hij stichtte in mei 1918 onder de naam 'Algemeen Vlaamsch Democratisch Verbond' een eigen beweging en pleitte tegelijk voor de oprichting van een Waalse tegenhanger, het Association Generale Démocratique Wallonne. Met zijn beweging wou Pira niet alleen de taalproblematiek binnen het Belgisch leger aankaarten maar ook de sociale problematiek zowel binnen het leger zelf als in de Belgische samenleving. Naast taaleisen stonden ook de toekenning van een hogere soldij, barema's voor oorlogsschade, invoering van de leerplicht, algemeen stemrecht, beter Nederlandstalig onderwijs, apolitieke vakbonden en sociale woningen op de agenda.In de 4 juni 1918 editie van Ons Vaderland, het meest uitgesproken Vlaamsgezinde dagblad dat de soldaten achter het front konden lezen, pleitte hij ervoor dat de Vlaamse Beweging niet alleen moest ijveren voor de "ontslaving van ons ras" maar ook de Vlaamse arbeiders "tot die hoge trap van welvaart en sociaal standpunt willen leiden als zij voorheen in Vlaanderens machtig verleden bekleedden".

Pira zocht voor zijn beweging medestanders op diverse niveaus van het leger en bestuurders per regiment. Ledenlijsten werden opgesteld om de voortzetting van de werking na de oorlog te garanderen. Een propagandafonds gespekt met bijdragen van de leden werd opgericht. Om zijn ideeën de wereld in te sturen dacht hij aan de dagbladen 'Ons Vaderland' en L'Opinion Wallonne. Latere getuigenissen van oudfronters beweren dat Pira "soldatensovjets" wou oprichten naar analogie van wat in Rusland gebeurde tijdens en na de Russische revolutie.

Pira vormde een eerste groep van zijn beweging in het 1ste bataljon van de 5de Linie. 200 soldaten hadden er zich bij de beweging aangesloten en hij hield er verschillende meetings waaronder op 24 mei 1919 in Leisele. Nadat soldaten van het 6de en 15de Linie geweigerd hadden tijdens hun rustdagen te werken organiseerde hij zelf binnen zijn legeronderdeel een werkstaking. Op 11 juni 1918 weigerde zijn bataljon nog aan het werk te gaan en Pira sprak de soldaten toe in een naburig bos. Dirk Vansina, die de leiding had van de Frontbeweging in de 2de Divisie, pleitte bij de hoofdleiding van de Frontbeweging om aan te sluiten bij de beweging van Pira. In een verslag aan de leiding van de Frontbeweging spreekt Vansina over een revolutionaire sfeer en roept hij op tot massale desertie. Pira overtuigt meer en meer leden van de Frontbeweging in de 5de Linie, een deel van de 6de Linie en delen van de genietroepen en de artillerie. Oorlogsvrijwillier en lid van de Frontbeweging Hendrik Demoen waarschuwde binnen de Frontbeweging voor het "verleidelijk bolsjewisme" van Pira. Later zal Hendrik Borginon beweren dat de Frontbeweging Pira voor een keuze wou plaatsen: zijn beweging stoppen of deserteren. Zo niet zou hij vermoord worden. De moord zou uitgevoerd moeten worden door Maurits Geerardyn, die zich in 1914 op de leeftijd van 18 jaar als oorlogsvrijwilliger had opgegeven. Jan Bruylants die Geerardyn van het plan op de hoogte moest brengen bracht echter in de plaats Pira op de hoogte.

Rond 20 juni 1918 werd het hoofdkwartier van de 2de Divisie op de hoogte gesteld dat een grote groep Belgische soldaten plannen maakte om te deserteren. Een paar dagen later kwam er het gerucht dat Pira met 20 soldaten de frontlinie zou hebben overgestoken en samen met Duitse soldaten het Belgisch leger zou pogen af te snijden van het Engels leger. Het gerucht bleek vals maar Pira werd ontboden op het hoofdkwartier en moest er een administratieve job op zich nemen. Alhoewel Pira zelf geen voorstander was van desertie, maar zijn beweging verder wou opbouwen binnen het Belgisch leger, deserteerden uiteindelijk, voornamelijk tijdens de periode mei-juni 1918, in totaal 79 soldaten van zijn divisie. 70 ervan zouden later door krijgsauditeur Vervaet worden gestraft.

Op 19 juli 1918 werd Pira aangehouden en kreeg te horen dat hij voor de krijgsraad moest verschijnen. Hij werd beschuldigd van het organiseren van de werkstaking van 11 juni 1918 en door zijn bijdragen aan Ons Vaderland de soldaten aan te hebben gezet tot desertie. Hij vroeg volksvertegenwoordiger Frans van Cauwelaert als advocaat, maar deze weigerde. Pira zou uiteindelijk na de het einde van de oorlog door de krijgsraad tot een zware straf worden veroordeeld.

Begin augustus 1918 werden Maurits Geerardyn en zeven andere Vlaamse soldaten uit hetzelfde regiment als Pira gearresteerd en ondervraagd over hun relaties met Pira. Het regiment, dat ondertussen bekendstond om zijn opvallende Vlaamsgezinde agitatie, zou tijdens het septemberoffensief in 1918 door Luitenant Generaal der Infanterie en Commandant van het 2de Legerdivisie Baron Honoré Drubbel ingezet worden in de gevaarlijke sector van Diksmuide. Luitenant-Generaal Drubbel verklaarde daar later op een proces in 1920 tegen activistische professoren over: "Le régiment coupable y a laissé peut-être 1000 hommes et s'est briallement réhabilité."

Antoon Pira overlijdt in 1939. In 1968 bracht de geschiedkundige Luc Schepens de tot dan toe miskende rol van Antoon Pira terug onder de aandacht in zijn boek "Front 14/18".

Literatuur[bewerken]

  • Vanacker, Daniël. (2000), De Frontbeweging, Koksijde: Uitgeverij De Klaproos
  • Devliegher, Luc en Schepens, Luc. (1968), Front 14/18, Tielt en Den Haag: Uitgeverij Lannoo
  • Dedeurwaeder, Joris (2002), Professor Speelers: een biografie, Antwerpen en Gent: Uitgeverij Perspectief Uitgaven & Academia Press