Antropocentrisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Antropocentrisme is het exceptionalistische idee dat de mens het middelpunt van het bestaan is. De mens is in het antropocentrisme de norm. De waarde van al het andere - de levende en de niet-levende natuur - wordt afgemeten aan het nut dat het de mens dient of de verhouding waarin het tot de mens staat. Men heeft het dan over ecosysteemdiensten. Het isme is samengesteld uit de Griekse woorden άνθρωπος ('mens') en κέντρον ('midden').

Antropocentrisme is het tegengestelde van theocentrisme en binnen een andere filosofische context ook van ecocentrisme. In vergelijking met de sterk theocentrische Middeleeuwen was de Renaissancefilosofie veel antropocentrischer van aard, met name dankzij de Copernicaanse revolutie, die een einde aan het geocentrische wereldbeeld maakte, aan de ontwikkeling van de wetenschap een nieuwe impuls gaf en in het algemeen voor een mentaliteitsverandering zorgde. Ook de toenemende verstedelijking en de uitvinding van de boekdrukkunst droegen aan deze mentaliteitsomslag bij. Deze ontwikkeling zette zich in de eeuwen daarna verder voort; vanaf de 18e eeuw was ook de theologie primair antropocentrisch van aard, een verschijnsel dat door sommige theologen zoals Karl Barth werd bekritiseerd.

Ecologie[bewerken]

Een denker die zich eind 20e - begin 21e eeuw vooral vanuit ecologisch oogpunt bezighield met antropocentrisme was de Australische ecofeministische filosoof en activist Val Plumwood, auteur van onder meer Feminism and the Mastery of Nature (1992) en The eye of the crocodile (2012). Haar opvattingen werden na 1985 radicaal beïnvloed door haar overleven van een aanval door een krokodil in het Nationaal park Kakadu in het Noordelijk Territorium: dit voorval veroorzaakte een paradigmaverschuiving van wat zij noemde het wereldbeeld van een "individueel gerechtigheidsuniversum" ("individual justice universe") waarin de mens altijd predator (roofdier) is aan de top van een voedselpiramide, naar een met een "heraclitisch universum" ("Heraclitean universe"), waarin hij/zij, niet meer en niet minder dan een schakel in de voedselketen vormt, zoals ook elk ander levend wezen.

Evolutie[bewerken]

In het denken over dierenwelzijn is de algemene Westerse gedachte verschoven van het idee dat dieren ondergeschikt zijn aan de mens naar het idee dat mens en dier gelijkwaardig zijn aan, ofwel een evolutie van wat heet antropocentrisme vanuit de christelijke ethiek naar antropomorfisme.[1]

Zie ook[bewerken]

  1. Dierenrechtenactivisme in Nederland - Grenzen tussen vreedzaam en vlammend protest (pag. 26), Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, juli 2004. Geraadpleegd 21 juni 2018.